Columns, elke donderdag AD Amersfootse Courant

39. Steen

Ben benieuwd wat het koningspaar, lopend van de Koppelpoort naar het Eemplein, heeft gedacht. Misschien heeft Willem Alexander achter zijn hand aan Maxima gevraagd wanneer ze hier de boel gaan afmaken. Gevolgd door een koninklijke kwinkslag: ‘Zul je altijd zien, Max, een dag te vroeg voor de achtbaan. Die RVD-planning deugt voor geen meter’. Bij een volgend bezoek, pakweg over 10 jaar, zal het koninklijk paar een bezoek brengen aan het ‘megamuseum’ aan de oever van de Eem. Dat wil zeggen, als het aan de VVD ligt. Want vandaag de dag ‘prutsen wij wat in de marge’, vindt de VVD. Het wordt tijd voor een ‘museum van formaat’. De aanbidding van steen is diepgeworteld in de Keistad.Wat we er mee gaan doen, is van later zorg. ‘Cultuur’ is bij de VVD geen speerpunt, blijkt uit haar verkiezingsprogramma. De liberalen presenteren dus een grote, lege doos. Wat gaan jullie het weekend doen? We gaan naar het Museum van Formaat in Amersfoort, schijnt heel bijzonder te zijn. En wat is daar dan? Dat is het leuke, dat weet niemand. Het is zoiets als De Fundatie in Zwolle, maar dan anders.

Ook zal het koninklijk paar over 10 jaar langs enkele nieuwe woontorens lopen. Wandelend langs de zonnige Eemkade zullen ze pardoes in de schaduw belanden. Een mee schrijdende ambtenaar zal uitleggen dat hier sprake is van een stedenbouwkundige echo: een verbintenis met het Eemplein, waar je ook zo lekker in de schaduw kunt zitten.  ‘De historische binnenstad, het Eemplein en het Eemhuis vormen samen het kloppend hart van de stad’ lees ik in het VVD-verkiezingsprogramma. Was het maar waar.  Voor een kloppend hart heb je leven nodig. Ja, in het Eemhuis klopt het stadshart. Op het plein klopt het hart van de consument. En de kades langs de Eem zijn een stedelijk stiltegebied. Een hart van steen.  Amendementje voor de VVD-ledenvergadering: een terras van formaat aan de oever van de Eem. 

 

38. Lantaarn

Ze wacht beneden in de hal van de Onze Lieve Vrouwetoren. Beetje ongeduldig, verwachtingsvol. Het gaat zo dadelijk beginnen. Er gaat een deur open. Met haar hoofd naar voren duikt ze door het gat van de deuropening. Als het kind dat de baarmoeder verlaat. Met jeugdig elan danst ze de trap op, naar de eerste stop, de beiaard. Ze timmert wat op het oude klavier en ze eet een krentenbol. Dan moet ze verder. De spielerei is voorbij. De benen zijn al minder soepel. Haar linker enkel protesteert. Dan komt ze, bezweet, op de eerste omloop.  Ze ziet het huis waar ze woont, het kinderdagverblijf waar ze werkt, het oude ziekenhuis waar haar moeder stierf. Maar ze ziet niet alles. De vertes laten veel te raden over. Ze is te druk en te ongedurig om er lang bij stil te staan. Ze klimt weer. Het lijkt wel of ze bij elke stap ouder wordt. Maar ze klimt door en komt op de tweede omloop. De hemel is nagenoeg wolkeloos. Het zonlicht op haar 58-jarige gezicht verraadt de langzame intocht van grijze haren. Ze zit er niet mee. Het uitzicht is prachtig. ‘Kijk, daar, St Joris – nu San Georgio – ons bruiloftsfeest. En hier beneden bij het theater, ons favoriete terras’, roept ze. Ze ziet ook haar jonge kleinkinderen spelen bij Zandfoort aan de Eem. In gedachten trekt ze een denkbeeldige lijn langs de Amersfoortse plekken van haar levensgeschiedenis. ‘Kunnen we nog hoger?’ vraagt ze lachend.

Ook zag ze toen, zo’n vier jaar geleden, de contouren van Utrecht, maar het UMC zat nog niet in haar blikveld. Wel haar geliefde, witte huis, waar ze een paar jaar later afscheid moest nemen van mij en onze dochters. Kunnen we nog hoger? vroeg ze. Ja, dat kon ze.  Ze is nu verbonden aan het hoogste punt van de toren, de herinneringslantaarn. Het is het nachtelijke licht waaraan de nagedachtenis van al meer dan honderd overleden Amersfoorters is gekoppeld. Hun nabestaanden waren afgelopen zondag samen in Theater De Lieve Vrouw. Om stil te staan bij hun levens. Dat was mooi. Ik was erbij. Zij ook.

 

37. Roeptoeters

Politieke herrie. Hans van Wegen. Hij zou het verhaal over financiële problemen van de Amerena-aannemer hebben verzonnen.  We bellen even met onze politiek commentator. “Tja, types als Hans van Wegen noemen wij in het vak ‘roeptoeterpolitici’.  Ze zijn een product van ons falende, politieke systeem”. Hoezo? Is het niet gewoon vroeg verkiezingslawaai? ‘’Dat ook. Maar er is meer. Ik las een oproep van D66-er Kees Verhoeven om straks in Amersfoort te stemmen ‘op iemand die je kent’. Een dorpse droom. Verreweg de meeste kiezers hebben nog nooit een politicus van dichtbij gezien. Er zijn 39 raadsleden in Amersfoort. Zij vertegenwoordigen 114.000 kiesgerechtigden. De gemiddelde Amersfoortse burger moet dus volgens Verhoeven 3000 lokale kennissen hebben. En een grote tuin.” Maar het gaat uiteindelijke toch om de verkiezingsprogramma’s van de partijen? “Alweer een sprookje. Een verkiezingsprogramma is als oma’s koffiepot. Je wilt hem niet wegdoen. Maar niemand leest het. Politieke partijen zijn leeggelopen. Hun rol in de vertegenwoordigende democratie is achterhaald.” Toe maar. Maar wat heeft dit te maken met roeptoeters? “Het politieke landschap is versplinterd. Na de verkiezingen komt er een college-akkoord. Deze partijpolitieke hutspot wordt het baken voor een groepje bestuurders. Formeel allemaal dik in orde. Maar de kiezers verdwalen in de mist. De oppositie kan zich dan mooi profileren. De roeptoeterpolitici zijn in het voordeel: ze geloven namelijk in het principe dat je een lekker verhaal beter niet kunt doodchecken. En dankzij publiciteit krijgen ze bekendheid. Meer dan anderen. Volgens de ‘oude politiek’ zijn het politieke oproerkraaiers. Dat zijn het natuurlijk ook. Maar zelf zitten ze braaf te zijn in het stadhuis, met een fictief mandaat.” Pardon? “Het mandaat hapert aan alle kanten. De helft van de kiezers doet bovendien lokaal niet mee. Heeft de fungerende democratie nog een hardere schop onder de kont nodig? Ik zou zeggen: geen tijd te verliezen, doe bijvoorbeeld veel meer met die duizend burgers van de G1000.” Waarom? “De kans dat je er daar eentje van kent is een stuk groter”.

 

36. Toedeloe

U kent ze wel, de stadsberichten. Ze vormen een katern in het weekblad Stad Amersfoort. Je vindt er officiële bekendmakingen. Zodat we gewaarschuwd zijn voor ‘het wijzigen van een entreedeur van een winkelpand in de Hellestraat’. Verder de raadsagenda, duurzaamheidstips, informatiebijeenkomsten, de WOZ-waarde. Alles wat de gemiddelde mens saai vindt. Een soort zendtijd voor politieke partijen. Die vind je tegenwoordig in het Siberië van Hilversum: op nachtelijke tijdstippen of elders waar een instorting van kijkcijfers geen kwaad kan.

De gedichten van de Amersfoortse stadsdichter – nu Eva Vleeskruyer – staan ook in het Siberische katern. De stadsdichter is aangesteld door de gemeente, zodat haar verplichte productie een plek krijgt tussen de gemeentelijke bedrijfsmededelingen.  Erger kun je als dichter niet verstopt worden. Van zakelijke mededelingen kun je zeggen dat ze nuttig zijn. Toen de mensheid nog nauwelijks geletterd was, werd de dichtvorm gebruikt voor kennisoverdracht. Maar dat is lang geleden, hoor. Poëzie staat niet meer voor nut, maar voor schoonheid, gevoel, reflectie. Als ik stadsdichter was zou ik zorgen dat ik een plek kreeg in de rubriek ‘vertrokken met onbekende bestemming’, de gemeentelijke mededelingen over mensen die niet meer op hun ingeschreven adres wonen. Ik zou vervolgens in het krantje een verhuisgedicht plaatsen.

U dacht misschien: een wekelijks gedicht

Dat past hier wel, als olie bij azijn

We zitten vast wel op de goeie lijn

Gedicht rijmt immers mooi op stadsbericht

 

Maar ‘k gooi hier enkel parels voor het zwijn

Ik doe het, want het is mijn droeve plicht

Maar ‘k ben een badgast die op stenen ligt

Die waterlelies plant in de woestijn.

 

’ t Is mooi geweest, de groeten, ‘k ga verkassen

Het kan me nauw’lijks schelen waarnaartoe

Een dichter is geen schutting, snappez-vous?

 

Ik ga mijn poëzie in bomen krassen

Ik ga mijn regels schreeuwen op terrassen

 

Maar in dit krantje nooit meer, toedeloe!

 

35. Bedelman

Een onbekend telefoonnummer. Ik neem op. Aan de andere kant van de lijn klinkt een net iets te enthousiaste stem. ‘Goedemorgen meneer Groenendijk, hoe is het met u?’ Geen idee wie het is. Heb het donkerbruine vermoeden dat de bedelbranche mij weer gevonden heeft. De man is duidelijk op cursus geweest. De gewenste opening heeft hij goed onthouden: begin persoonlijk, maak duidelijk dat je geïnteresseerd bent in de klant, vraag bijvoorbeeld hoe het met hem is. ‘Goed. Met u?’ Dat antwoord staat niet in zijn lijstje. Wel iets anders: de klant heeft geen behoefte aan een lullenpraatje. Schakel in dat geval door naar het doel van je gesprek. Niet te snel, want dan kan de klant nog makkelijk afhaken. Hou hem aan de praat. Dan groeit het commitment. ‘Wat fijn, meneer Groenendijk, dat u de Hartstichting al jarenlang steunt’. De bedelman laat een pauze vallen. Ik geef geen krimp. En overweeg een afsluitend ‘leuk dat u gebeld hebt, dank u wel’. Maar ik laat hem zijn cursusmateriaal afwerken. ‘Wat is uw overweging ons te steunen, meneer Groenendijk?’ Het ge-meneergroenendijk begint nu lelijk te jeuken. Maar de bedelman zit goed op cursuskoers. Hij laat de klant zelf zeggen waarom de Hartstichting zo belangrijk is. Het verkort de route naar zijn portemonnee. Mijn antwoord wordt dan ook met vreugde ontvangen. ‘Meneer Groenendijk, wat fijn dat u dat zegt’. Ik ben binnen. Het net hangt om mij heen. De bedelman gaat nu ophalen. Hij geeft een kort college. Over de goede dingen die met mijn geld gerealiseerd zijn. Maar - en nu volgt de lang uitgestelde kernboodschap: ‘er is meer geld nodig, meneer Groenendijk’. Nu mag ik. Ik beloof dat alles goed komt als hij mij eens per jaar een acceptgiro stuurt, mij niet lastigvalt met al die tussentijdse bedelpost en nooit meer belt.  In ruil voor een telefonisch overeen te komen machtiging wil de bedelman een eind met me mee gaan. Dan is meneer Groenendijk hem zat.

 

34. Wapperen

Het WK Opgieten in Soesterberg? Ik wist al wel van het WK Armpje Drukken. Je kunt eraan deelnemen als linksarmige, als rechtsarmige en als éénarmige. De éénarmigen hebben meestal iets te fanatiek meegedaan aan één van de twee andere categorieën. Donald Trump en Kim Jong-un doen volgende keer ook mee. Bij leven en welzijn. Ook ken ik de Finse gewoonte van mannen om een hardloopwedstrijdje te doen met hun vrouwen op de rug. Het is voortgekomen uit een Fins veroveringsritueel. En is uitgegroeid tot een wereldsport.  Met deelnemers uit 35 landen. Zwemmen met hindernisbaan is tegenwoordig wat minder populair, maar was ooit een Olympische sport. In het Engelse Wells is er elk jaar een man-tegen-paard-marathon. Maar de internationale gemeenschap is er nog niet rijp voor. Dat geldt ook voor het - eveneens Engelse -  kampioenschap ‘kaasrollen’. Sportinnovatie heeft tijd nodig. Ook ons eigen wc-pot-gooien is, ondanks de koninklijke deelname, nog niet echt doorgebroken. En het lukt de Belgen maar niet om het kampioenschap ‘dronken vissen’ te exporteren. Maar dan ineens is er wél het Wereldkampioenschap Opgieten. Het was afgelopen weekend in het Soesterbergse Saunatheater. Want dat bestaat. De zwetende toeschouwers genoten van zestien opgietshows. Iets met saunameesters, etherische olie, lavastenen, wapperende handdoeken en warmtebeleving. Ik heb, met uw welnemen, de voorstellingen laten lopen. Ook ben ik niet echt de ideale deelnemer aan samenscholingen in een park waar gezamenlijk de zon wordt gegroet. In het kader van de Amersfoortse, culturele diversiteit is zo’n zonnegroet in park Randenbroek vast een aanwinst, maar persoonlijk ben ik van mening dat de zon eerst maar eens wat vaker zelf moet groeten. Dan praten we wel weer verder. Wel doe ik graag mee aan het Amersfoortse wedstrijdje tussen auto en fiets. Er was zaterdag een proefcompetitie. Wie het snelst van A naar B gaat. Het zou wat mij betreft een jaarlijks evenement moeten worden. Waarbij de fiets elk jaar terrein wint. Met wapperende shirts. Desnoods inclusief fietsbeleving.

 

33. Bus

Is busvervoer net zoiets als straatverlichting? Als het om lantaarnpalen gaat zit de overheid aan de knoppen. Het is ook lastig om de kosten van die verlichting individueel af te rekenen. Bij bussen ligt dat anders.

In Leusden en in het Amersfoortse Soesterkwartier zijn bewoners in opstand gekomen tegen ‘onzalige’ besluiten van Syntus om buslijnen te schrappen. Gedupeerden doen een beroep op de overheid om financieel bij te springen. Ook de Amersfoortse SP wil dat er extra overheidscenten op tafel komen.  Met deze kwestie bevinden we ons weer eens in het grensgebied van de verzorgingsstaat. Er loopt maar één spoor naar Zeeland. Het eindigt in Vlissingen. De trein stopt bij plaatsen die langs deze route liggen. Maar de trein gaat niet naar Zierikzee of Terneuzen. Ze hebben daar wel straatverlichting. Als je vanuit Amersfoort met het openbaar vervoer naar Zierikzee wilt, ben je 3, 5 uur onderweg. Niet alle Nederlanders kunnen dus in de buurt op de trein stappen. Kwestie van kosten en baten.

Het openbaar vervoer is publiek/privaat georganiseerd. Syntus is vijf jaar geleden al bijna failliet gegaan aan een te royaal aanbod bij een aanbesteding in Oost-Nederland. In rode cijfers hebben ze daar geen zin meer. De overheid kan theoretisch alle onrendabele verbindingen subsidiëren. Maar de overheid is ook maar een mens. Ze wil veel, maar kan niet alles. En zo kan het dus gebeuren dat een oude, eenzame vrouw op zondag niet meer met de bus naar haar kinderen kan. Hard ‘boe’ roepen naar de overheid helpt niet. Het is een reflex uit voorbije tijden. Toen het sprookje van de alles regelende overheid nog regelmatig werd voorgelezen voor het slapen gaan. Vier jaar geleden is in Den Haag de participatiesamenleving gelanceerd. Of we voortaan wat meer zelf willen oppakken Zou ook zomaar een sprookje kunnen worden.  Maar voorlopig lijken mij doe-het-zelvers de enige redding voor die eenzame, oude vrouw.

 

32. Brand

Zondagochtend 25 november 1990. Telefoon. Fons Asselbergs. Wethouder met onder meer de culturele portefeuille. In die hoedanigheid ook voorzitter van het Flint-Bestuur. De Flint wordt nog bestuurd door een gemeentelijke commissie. Ik zit er een tijdje in. ‘De Flint is vannacht afgebrand’. Goedemorgen. De schrik duurt een halve minuut. Maar al snel weet ik – weet iedereen, zonder het hardop uit te spreken -  dat dit het beste is dat De Flint kan overkomen.

De Flint was een doos uit de jaren zeventig. Architect Onno Greiner, bejubeld voor zijn ontwerp, was er uitstekend in geslaagd alle jeu, al het pluche en al het theatergevoel uit het ontwerp weg te democratiseren. Om de drempel maar zo laag mogelijk te maken. Beton, beton, beton. Ik heb er nog pijn van in mijn kont. Eén ding was dus goed aan de oude Flint. Hij kon in de fik vliegen. Toevallig stond in die dagen de toneeltoren al enige tijd op de agenda, gekoppeld aan een hinderlijk hoog bedrag. Ook meteen opgelost. De Flint werd in 1977 de opvolger van de Markthal en vooral het Grand Theater. Als Amersfoortse scholier beleefde ik in dit oude Grand theater schoolconcerten. Ik zag er een pianist die op muziek van Chopin dravende paarden tot leven wist te wekken. Aan de overkant van het Grand zat de Amersfoortse Courant. Achter het glas hingen de actuele pagina's. De lichtkrant van toen.  De Snouckaertlaan was eigenlijk het Broadway van Amersfoort. Het Grand Theater schakelde, met de komst van De Flint, volledig over op film. Het gebouw was niet toegesneden op de eisen van een moderne bioscoop. Maar daar hebben we in Amersfoort een oplossing voor. Brand. Het was 1988. Hierna konden andere bioscopen in Amersfoort worden gesloten en werd het Grand, nu Vue, een bioscoop met een groot aantal zalen.

Ik bedoel maar te zeggen: bij het denken over een nieuwe cultuurvisie zou ik de Amersfoortse fikfactor niet onderschatten.

 

31. Terugkijken

‘Moet je horen, ga ik ook eens met de trein naar Utrecht. Sta even te wachten op het perron. Kijk uit verveling naar een reclamebord. Blijkt dat bord terug te kijken. Het staat daar gewoon te tellen hoeveel mensen er naar hem kijken. Want mijn kijktijd, ook al verveelde ik me te pletter, schijnt interessant voor de adverteerder. En het bord weet nu ook dat ik een man ben van rond de 50. En wat denk je? Ik loop weg, en er kan er nog geen bedankje af. ’t Is een schande. De privacy is definitief door de plee getrokken. ’

Bas is nogal snel opgewonden, dus ik probeer hem te kalmeren. ‘Joh, je hebt drie weken op de camping gezeten. Waar iedereen elkaar dagenlang zit aan te gapen. Wat is je probleem?’ ‘Ja, dat is vakantie hè, dat is wat anders. Daar kies ik bovendien zelf voor. En ik heb een windscherm’. Ik pak mijn mobieltje en begin Bas te filmen. Hij kijkt me even aan en zegt: ‘Ja, ik weet heus wel wat je bedoelt. Maar jij mag mij niet zonder toestemming filmen, dat weet je zelf ook wel’. ‘Ja’, zeg ik, ‘dat weet ik, maar hoeveel mobieltjes zijn er dagelijks om jou heen? Kun jij praktisch gesproken verhinderen dat je wordt gefilmd? Misschien zijn ze je wel aan het volgen, met een ploeg van 100 mobieltjes. Voor Bas The Movie’. Bas kan er niet om lachen. ‘Jij altijd met je theoretische gelul. Het klopt gewoon niet, zo’n reclamebord’. Ik laat even een pauze vallen. ‘Je zit op Facebook, hè. Is dat ook niet zo’n reclamebord dat terugkijkt? En als je bijvoorbeeld googelt op ‘dekbedhoes’ word je dan niet wekenlang digitaal achtervolgd met dekbedhoezen? Waarom accepteer je dat allemaal dan wel?’ ‘Omdat ik daarvoor kies’, beëindigt Bas de discussie en loopt weg. ‘Theoretisch’, wil ik hem nog naroepen. Maar ik laat het maar. Ik ken hem. Ontploffingsgevaar.

 

30. Wapen

Er gaan dagen voorbij dat ik niet aan St Joris denk. Terwijl hij de beschermheilige van mijn stad is. Een jonkvrouw verlossen uit een burcht, ik zou het graag een keer nadoen. En dan eerst de draak een kopje kleiner maken. Gewoon omdat hij in de weg loopt. Op de burcht van deze jonkvrouw stonden witte vlaggen met daarop een rood kruis. Dit kruis werd het wapen van Amersfoort. Nou ja, de onvermijdelijke, flankerende leeuwen kwamen erbij. Plus de slagroom in de vorm van een kroon. In het huidige logo van de gemeente zijn leeuw en kroon wazig op de achtergrond aanwezig. Zo gaat dat, je moderniseert maar je wilt het oude behouden.

In Leusden hebben ze dat ook geprobeerd. Ze hebben een logo-oorlogje achter de rug. Leusden heeft een polderwapen: een zilveren kruis vanwege het vroegere Sticht Utrecht, plompebladeren uit de vroegste periode van het zelfstandige Leusden, een schuinkruis van de ridder uit Lockhorst en – die konden er ook nog wel bij – zes lelies van Stoutenburg, dat vanaf 1969 bij Leusden hoort. Kroontje erop, klaar. Tegenwoordig noemen we dit een stripverhaal. Van dit wapen is vervolgens een logo gemaakt. Dat leek erg sterk op het wapen, maar was het net niet. Dus is Leusden logomatig bezien nog verder van huis geraakt: een warrig logo, dat ook nog eens historisch onjuist is. Een extern bureau mag het gaan oplossen.

Het kruis van Amersfoort is goed beschouwd een groot plusteken. De stad zag zichzelf dus van oudsher al als een groeistad. Heldere boodschap. Al is het met zo’n grote plus weer niet de bedoeling dat je onder financieel toezicht komt van de provincie. Nu Amersfoort voor zijn groei Vathorst West in het vizier heeft, staan er nogal wat draken klaar: aannemers in een riante onderhandelingspositie, stankoverlast en nog een paar meer. Dus misschien is het een goed idee de blik ook op het zuiden te richten. Want ooit zal het komen, het nieuwe wapen: vier plompebladeren in het kruis.

 

29. Hazenpad

Hoe hoog kunnen reeën springen.? Het prikkeldraad is dan wel weg, maar het ecoduct bij Soesterberg wordt nog altijd aan twee kanten afgesloten met een hek van een dikke meter hoog. Op zich begrijpelijk dat je een bouwwerkje van 20 miljoen niet zomaar voor Jan en Alleman openstelt. De bedoeling is om mountainbikers en ander volk te weren. Met een hek van 1.20 hoog. Dat zal ze leren.

Op het ecoduct wordt van een afstand maar zelden een dier gespot. Het is een eldorado voor kruipers. Vermoeden we. We moeten vrezen dat de kosten per overstekende boskrekel ver boven het gemiddelde taxitarief liggen. Elders in het land zijn wel pogingen gedaan het verkeer op de ecoducten in kaart te brengen. Dat lukt niet erg. Het is bewerkelijk en dus duur. Aantallen zeggen bovendien niet alles. Want voor hetzelfde geld loopt er een hazenfamilie elke dag over het ecoduct en weer terug. Even bij opa en oma langs. Dat levert op jaarbasis 2000 bewegingen op, maar nog altijd maar zes dieren. Een duur hazenpad. Ook is nog niet duidelijk of de 66 ecoducten in Nederland effect hebben op het overleven van diersoorten. Al met al zijn de ecoducten vooralsnog even sympathiek als onrendabel. Gelukkig ligt er hier en daar een fietspad langs. Zodat de fietsende mens er ook plezier van heeft. Niet alleen de Gazelles.

Reeën kunnen natuurlijk met gemak over een hekje van 1.20 springen. Maar in de wereld van de herten speelt iets anders. Al jaren staan ze sierlijk afgebeeld op borden langs de wegen. Daar zijn ze trots op. Ze zijn net als wij. Wij klimmen ook liever een berg op dan dat we in zo’n suffe kabelbaan omhooggaan. De reeën zijn gaan houden van het wilde oversteken. Van het gevaar. Van hun portretten langs de weg. Ecoducten zijn voor angsthazen.

 

28. Dutje

Ik lig languit in het gras. Om mij heen het groen van Landgoed Schaep en Burgh in ’s-Graveland. Het is de locatie van Wonderfeel, festival voor liefhebbers van klassieke muziek. Ik heb deze zaterdagochtend een artikel gelezen over festivals in Nederland. Het wordt allemaal wat veel voor ons kleine land. In de grote steden worden vergunningen geweigerd. Te veel herrie en overlast. Geen geld meer voor opnieuw een blik agenten die de boel in het gareel moet houden. Van die dingen.

Maar ik lig in het gras. In de nabije tent is het volle bak. Er speelt een pianist. Nou ja, af en toe beroert hij de toetsen. Hij is van de slow music. Achter mij zitten stelletjes op zelf meegebrachte stoeltjes. Hun aandacht verslapt. ‘Gaan jullie nog naar Frankrijk deze zomer?’ ‘Nee, dit jaar niet. Het huis staat onder water.’ ‘Wat? Regent het daar zo erg!?’

Er gaan meer mensen in het gras liggen. Vorig jaar waren er 934 festivals in Nederland. Het zijn evenzovele smaken, thuishavens, miniwereldjes. Feestelijk verpakte zuiltjes in het Nederland van vandaag. Er is al een woord voor: festivalisering. Het betekent dat we er met zijn allen één groot feest van maken. Daar ben ik niet tegen. Wonderfeel, een half uurtje rijden vanaf Amersfoort, is een parel. Nergens is klassieke muziek zo leuk en toegankelijk. Al moet je er soms uit je muzikale comfort zone stappen.

Ik lig in het gras. De pianist speelt nog altijd maar heel af en toe een loopje van 2 seconden. Zou de partituur steeds wegwaaien? Ik kan het niet zien vanaf het gras. De pauze na de laatste klanken duurt nu wel heel lang. Voorzichtig begint iemand te klappen. De rest volgt. Als ik opsta blijkt de helft van het zittende publiek verdwenen te zijn. Het grasveld daarentegen ligt bezaaid met festivalgangers. Het effect van een muziekstuk dat gedomineerd wordt door rusttekens. Dut in D klein.

 

27. Dromen

Het is mooi weer, ik fiets graag, dus ik ging voor een werkbezoekje naar Deventer. Want ik moet op deze plek nu eenmaal af en toe een mening geven. En dan kan een fundament geen kwaad.

Het stadhuis van Deventer heeft een prijs gewonnen. Het beste gebouw van Nederland. Prijs van de architectenbureaus. Het is ook een wonderbaarlijk goed gelukt gebouw. Mooi, functioneel, origineel, uitnodigend, goed geïntegreerd in de oude binnenstad. Het is een product van een dromer. En van een college dat zich niet gek liet maken door protesterende burgers  en meehuilende raadsleden. Het gebouw is er gekomen dankzij verbeelding, moed en een fors budget. Het probleem van het Amersfoortse stadhuis is niet dat de verbouwing 30 of 40 miljoen gaat kosten. Het probleem is dat het in de hoek van het groot onderhoud zit. Dat er naar het schijnt geen enkele poging wordt gedaan het gebouw de stad in te duwen. Of de burgers het stadhuis in te trekken. Er speelt maar één vraag: verbouwen we hier of bouwen we daar? En dan is er ook nog die klassieke dorpsruzie. Ondernemers zijn tegen de verbouwing. Ze gaven een negatief advies. Want ze bouwen liever.  En speelden in op sentimenten van burgers. De VVD is  meteen van de leg geraakt.

Maar de verbeelding? Gelukkig hebben we Willem van Gaal, binnenstadbewoner. Hij wil het water terug op de Stadsring. En heeft een plan. Ik kom nog wel eens in andere steden met een middeleeuwse kern. Je ziet daar wat de singels met het water aan de buitenkant van het centrum doen. Een stadsboulevard maakt het centrum ook groter. En als Amersfoort ergens een probleem heeft - 180.000 inwoners over 20 jaar - dan is het wel zijn veel te kleine binnenstad. Willem van Gaal is de dromer van deze zomer. Die zomer mag van mij heel lang duren. Er zullen wetten zijn. En praktische bezwaren. Allemaal tot uw dienst. Maar mag de verbeelding ook weer es een keer mee doen?

26. Brug

Zat er een komkommer in het mechaniek van de Koppelbrug? De brug ging open en bleef tien centimeter boven de grond hangen. Curieus zomernieuws. En vooral dan het commentaar van de woordvoerder. ‘We hebben geen idee hoe het komt, maar we kunnen stellen dat het niet gevaarlijk is om over de brug te rijden.’ Die hond heeft dan wel uw vinger afgebeten, maar we kunnen stellen dat hij poeslief is. De caravan is door zijn assen gezakt, maar we kunnen stellen dat hij nog altijd als een zonnetje achter uw auto hangt.

Het vakantieseizoen is miraculeus geopend. We gaan ons even nergens druk meer over maken. Dus ook niet over de nieuwste groeiprognose. Dat we in 2040 met 180.000 zijn in Amersfoort. Waar we die 30.000 nieuwkomers gaan laten, dat zien we na de zomer wel weer. Als ik in Soest of Leusden woonde, zou ik me druk maken over annexatie. Maar dat zou ik ook pas na de zomer doen. Want de zomer is bij uitstek het seizoen waarin je tot je eigen verbazing in de stilstand der dingen gaat geloven. Dat alles blijft zoals het is. Je duikt in een stapel boeken. Je klimt een berg op. Je kijkt weer es naar de sterren. Je volgt de zonsondergang alsof het een nieuwe Netflix-serie is. Hooguit zijn er momenten dat je toch even aan september denkt. Zomaar, als een donderslag bij heldere hemel. Bijvoorbeeld op de Grote markt in Antwerpen, de huiskamer van de Vlaamse hoofdstad. Je blik valt op de Brabofontein. En op de bronzen Brabo die de hand van de reus wegwerpt. Je denkt meteen aan het kunstwerk op de Hof en mompelt: kut, ik ben wethouder.

De zomervakantie is een brug tussen drukte en drukte. Soms gaat hij onbedoeld een stukje open. Mijn woordvoerder laat weten dat we geen idee hebben hoe het komt. Maar dat u gerust op vakantie kunt gaan.

 

Zie voor oudere columns Columns AD

 

 

 

 

E  N    V  E  R  D  E  R

Op deze website
'De ware kunst is de ontkenning
van de inspanning,
het verbergen van de prestatie'
(Jan Six, over het portret dat
Rembrandt van hem maakte)
 
 
MARGOOTJE
is weer volop bezig met een nieuwe voorstelling. De Liefde staat centraal.
21 mei 2017 in Theater De Lieve Vrouw

 

Margootje

 

De Watersnoodramp

Ik was er ongeveer een dag of twee
- het vruchtwater was amper uit mijn oren -
Toen je de zware storm om 't huis kon horen
Ja, Amsterdam blies ook een potje mee.

Al zat men daar waar ik toen werd geboren
Met droge voeten, bij gebrek aan zee,
Te luisteren naar het nieuws van het A.N.P.
Hoe dijken krakend van de wind verloren.

Om Zeeuwse pijn te stillen kwam er zalf
De delta kon met nieuwe dijken pronken
Maar boven N.A.P. wist men niet half
Hoe achttienhonderd laatste wensen klonken
Van achttienhonderd mensen die verdronken.
De put was dicht. De prijs was voor het kalf.

Gedichten



 

 

 

Contact

Ben Groenendijk

© 2014 Alle rechten voorbehouden.

Mogelijk gemaakt door Webnode