Blog

  • 24-08-2017 16:33

    Ierland 2017

    Ierland. Ik ben er met Gerrie. We zijn intussen overgestoken van west naar oost. Het zuidwesten en westen zijn verpletterend mooi. De vergezichten voeren hier een concurrentieslag. De leeftijd van het landschap dwingt je op de knieën. De natuur moet hier zijn uitgevonden. Wel moet je oppassen. Je hebt zó een overdosis buitenlucht. Dat geldt ook voor de nagelaten werken van de Kelten.  Sla gerust een paar steencirkels over. Je kunt er draaierig van worden. Af en toe moet je dus gewoon even naar een stadje gaan. Langs de kleurrijke gevels lopen. Hoedjes passen. Daar houdt zij van, van hoedjes passen.

    We overnachten in B&B’s. Maggie uit Bantry hebben wij genomineerd voor het beste ontbijt van Europa. Dit met het oog een nieuwe MAX-serie. Bij het binnenkomen van een ander gasthuis stak ik ter begroeting mijn hand uit naar de gastvrouw, struikelde over de drempel en belandde met mijn twee handen op haar borsten. Een zachte landing. De vrouw liet ons giechelend binnen. Tijdens de rest van ons verblijf hield ze me veiligheidshalve op afstand met ‘mind your step’.  Ze kan zo op Schiphol aan de slag. In de winkelstraten van Galway staan de Ierse muzikanten om de 50 meter op straat te zingen. De zanglust is er zo groot dat ze elkaar ook nog afwisselen. De winkels verdwijnen er naar de achtergrond. Behalve dan de hoedjeswinkel. Want zij past graag hoedjes.

    Ook in de pubs valt veel te genieten: eten drinken en ook hier muziek. Uit respect voor de Ieren onthoud ik mij van een oordeel over Guinness. Ook hebben wij beleefd meegeklapt wanneer een trio met uilleann pipe, viool en gitaar een portie traditioneel Ierse muziek opdiende. Categorie ‘best wel bijzonder’. De klompen van de Ieren.

    Nee, dan de hoedjes. Ik vroeg: Wanneer koop je nou eindelijk es een hoedje? Zij: Kopen? Ben je gek. Ik draag nooit hoedjes.

     

  • 02-09-2016 11:29

    Rondje Gent

    Tot later

    (Rondje Gent 6, Den Bosch - Amersfoort, 70 km)

    Ik ben weer thuis. Alleen nog dopingcontrole, maar dat komt wel goed. Russisch vriendje. Het was een mooi rondje. Gent is nog niet van mij af. En jullie ook niet. Maar dan nu naar mijn eigen Onze Lieve Vrouwe-plein om een Belgisch biertje te drinken. In het kader van de (heel) geleidelijke afbouw.

    De zon

    {Rondje Gent 5: Zoersel - Den Bosch, 80 km)

    Soms vraag ik me af: waarom doe ik dit? Ik heb vandaag onderweg alleen maar mussen van het dak zien vallen. Konijntjes langs de kant van de weg? Niet vooruit te branden. Ik ga met dit weer niet voor je wegrennen, Groenendijk, vreet me gerust op. Ik zag zelfs een giraffe dwars over de weg liggen. Maar dat kan aan mij liggen. Kan ook een zebra zijn geweest. Want hoe sterk is de eenzame fietser? Eenmaal in tropische omstandigheden valt de eenzame fietser ten prooi aan hallucinaties. Zo bevond ik mij halverwege de rit van vandaag plotseling aan het einde van de pijpleiding waarin Leffe Blond wordt vervoerd. Ik hoefde alleen maar het kraantje open te draaien. Ik vermoed dat deze gedachte ontstaan is in Gent. Ik heb namelijk nog nooit zo veel terrassen per hectare gezien. En in Gent zitten ze dan niet keurig te nippen aan een chardonnay, nee, de tafels staan bol van de bollekes. Dus toen dacht ik, meneer de psychiater: hoe krijgen ze in godsnaam de voorraad aangevuld wanneer het Gentse volk het op zijn heupen krijgt en de stop uit de stedelijke biergootssteen trekt? Toen rees bij mij het vermoeden dat er pijpleidingen onder de tramrails liggen. Onder elke lijn een ander biermerk. Lijn één is voor de Gentse Strop. Deze lokale en zeer populaire blonde dankt haar naam aan een historische gebeurtenis. Lang verhaal. Zoek maar op.

    Ook op een andere manier werd ik gegrepen door de hitte. Ik passeerde namelijk steeds hetzelfde stelletje. Ik had er een behoorlijk tempo in en het stelletje was een beetje aan het fietsflaneren. Hoe kon dat? Niet één keer, maar wel vijf keer. Ik sprak mijn navigatie-apparaat nog eens streng toe. Laat jij mij soms omwegen maken? Ben jij soms bevangen door de hitte? Solliciteer jij soms naar een smadelijke afgang op Marktplaats? Bij het zesde stelletje zag ik het. De mannen in Brabant dragen op de fiets allemaal een pet, de vrouwen fietsen met een bloot hoofd. Van achteren ziet het er allemaal hetzelfde uit.

    Vlak voordat ik Baarle-Nassau/Baarle-Hertog passeerde, kwam ik door Zondereigen. De lezer zal de naam meteen kunnen duiden: zonder eigen identiteit, vermalen tussen Belgen en Nederlanders. Maar ik was geflipt. Ik zag het als een teken. Het dreigen van de zon. En toen hoorde ik ook nog een stem. Niet achter mij, maar naast mij. 'Drink je wel genoeg? 't Is gevaarlijk, weer, hoor!'. De wielercommentator op een elektrische fiets. 'Ja, achterop lijkt me niet zo'n goed idee met dit weer. Waar ga je heen?'. 'Ik ga naar hotel/café Terminus', zeg ik. 'Ooh, maar dat is toch ons café? Van toen we jong waren. Mag ik mee?' 'Nee, het is Terminus in Den Bosch, niet in Amersfoort. Morgen ben ik weer in Amersfoort, thuis'. Toen, meneer de psychiater, zag ik alleen nog een electrische fiets naast me rijden, met niemand erop. Kunt u hier wat mee?

     

    Water

    (Rondje Gent 4, Gent - Zoersel, 95 km)

    Er stonden vandaag drie koeien op een smal landweggetje. Ik kon er niet langs. De koeien keken me wezenloos aan. Het was duidelijk: ze adviseerden een omleiding. 

    Ik ben vanochtend, weggereden uit Gent. Wat is Gent toch een mooie stad. De indrukwekkende hoeveelheid feestelijkheden, met zijn tenten, podia, vlaggen, hamburgers, straatartiesten en reclameuitingen deed zijn best de aandacht te trekken, maar het vaste decor van de stad is ook bij de Gentse feesten de sleutel tot het succes. Het was warm en erg druk. Gisterenavond was ik in de Schouwburg (NT Gent) om Kommil Foo weer eens te zien. De broers Walschaerts lopen al lang mee in de wereld van het cabaret, ook op de Nederlandse podia. Ze maken soms erg mooie liedjes. Bijvoorbeeld 'trek je schoenen aan', wat ze gisteren zongen: https://youtu.be/9hlFbIGhGlY.

    Fietsen met het warme weer van vandaag vereist een zekere bekwaamheid op het gebied van watermanagement. Eerst denk je nog dat je het redt met het bijvullen van je bidon, maar in de loop van de dag sta je in een shop van een benzinestation twee liter Spa aan te schaffen. Niets is op zo'n moment een groter geschenk. Ik bevind mij intussen in een complex van serviceflats voor de oudere mensen. Daar verhuren ze leegstaande flats aan passanten. Riant. En ik heb natuurlijk bij het douchen het krukje aan de muur naar beneden geklapt en ben er eens lekker voor gaan zitten. 

    Want het was een lange dag. De koeien zorgden ook voor oponthoud. Ze keken me aan en leken te denken: wie heeft er hier nou eigenlijk een probleem? Wij niet. Toen riep ik: boe! Les één bij onderhandelen is dat je de taal van de vijand spreekt. Dat schept vertrouwen. Maar de koeien bewogen niet. Ze gingen nog lodderiger kijken. Toen bleef mij niets ander over dan de vijandelijke aanval. Ik stapte op mijn fiets, klingelde mijn bel en reed op de koeien in. De schijterds gingen op een holletje naar de kant. Waarna ik even later triomfantelijk over de meet kwam in de aankomstlocatie van de dag.

     

    Liedjes

    (Rondje Gent 3, Antwerpen - Gent, 70 km)

    Terwijl het symfonieorkest 'La gazza ladra' speelde en Rossini's ekster muzikale duikvluchten liet maken boven het Sint Baafs Plein in Gent, was de dirigent bezig ook nog zwermen vliegen van zich af te slaan. Hadden ze in Gent ook 's nachts de lichten aan laten staan? De Gentse feesten. Na 70 km tegenwind en slechte wegen was ik er wel aan toe. Soms stuiter je drie kilometer over een fietspad, om dan daarna op een geasfalteerde ijsbaan te belanden. Dan weet je dat de grens van een bestuurlijke eenheid is gepasseerd.

    Bij het fietsen heb ik trouwens een merkwaardige afwijking. Ik hoor altijd liedjes. Steek ik per veerboot de Lek over bij Bergambacht, dan hoor ik het lied dat Jan Boerstoel voor Kinderen voor Kinderen schreef over een jongen die altijd met zijn vader langs de Lek fietste. En toen ik Antwerpen, langs de Schelde, binnenkwam hoorde ik Joost Prinsen het lied van Willem Wilmink zingen: 'Ik heb een hele mooie meid daar aan de Schelde, daar aan de Schelde...' En zo is er ook een prachtig lied over Gent. Van Robert Long. Maar dat kwam te dichtbij. Ik heb het op de fiets kunnen wegdrukken. Wel stond ik een paar uur later mee te brullen met 'Liefde voor muziek' van Raymond van het Groenewoud. 'Vlaanderen zingt' was ook van de partij in Gent. Een meezingevenement. We kregen allemaal een krantje met de teksten, werden verondersteld minstens twee pintjes op te hebben en gingen los. Nou ja, ik dan bij Raymond van het Groenewoud. Want teksten als 'Wil je met me trouwen, dan laat ik een villa bouwen' krijg ik er ook na tien pinten nog niet uit.

    Hoewel je op vele plekken in Gent van live muziek kunt genieten, is er grappig genoeg één plek tot 'Luisterplein' omgedoopt. Daar zit de gedachte achter dat ze overal elders voor lul staan te spelen. Nou was het aanbod op het luisterplein ook wat intiemer. Maar ja, dan krijg je natuurlijk ook weer zo'n artriest die, in plaats van meteen te gaan zingen, met een lange lullepot begint. Met geniale statements als: we moeten respect hebben voor elkaar, wat fijn dat we hier vanavond samen, en dan bedoel ik ook echt sámen zijn, van elke kleur, wie je ook bent, waar je ook vandaan komt. En dat dan 5 minuten. Zingen, trut! Uitgerekend dan ben ik natuurlijk weer mijn jeukpoeder vergeten.

    Gisterenavond terug in mijn hotel kon ik gelkukkig de weg naar mijn kamer nog vinden. Ik logeer twee nachten in de Gentse variant van Fawlty Towers. Een labyrint van gangetjes en trapjes. Wanneer ik op de gang gestommel hoor, denk ik meteen dat ze met een lijk aan het slepen zijn. Voor het slapen gaan heb ik toch nog dat lied over Gent afgespeeld via Youtube. 'Weet je nog dat we door Gent liepen, schat'. Toen was het helemaal voorbij met de pret. 

    https://youtu.be/d0gZpWpZEKo

     

    Namen

    (Rondje Gent 2, Dordrecht - Antwerpen, 95 km)

    Zo fietste ik vandaag ineens door Achtmaal. Nog net geen België. Zo'n plaatsnaam zet me meteen aan het denken. Waar komt die naam vandaan? 'Achtmaal niks', riep ik. Maar niemand reageerde. Ook achterop was het stil. Ik piekerde verder. Misschien werd er vroeger wel gejaagd en kon je er een prima jachtmaal nuttigen. De 'j' is dan langzaamaan weggesleten in het spraakgebruik. Dat heb je nou eenmaal met "j's". Het is een letter van niks. Neem de 3 J's, drie keer niks. Dus eigenlijk net zoiets als met Antwerpen, waar ik tussen twee haakjes op een terras achter de Grote Markt  bij het schrijven van mijn blog alweer de bodem zie naderen van mijn tweede Grimbergen Blond. Een huishoudelijke mededeling die nuttig kan zijn, mocht de samenhang van het vervolg de lezer ontgaan. Antwerpen dus. Dat komt van Hand werpen. Een lang verhaal. Maar ook in dit geval is zo'n suffe letter door de geschiedenis geëlimineerd. De 3 H's, ze bestaan niet eens. Toen ik vandaag door Brasschaat fietste, hoefde ik niet lang na te denken. Brasschaat is de rijke voorstad van Antwerpen, waar ook veel Nederlanders - zonder wachttijd - als erkende belastingvluchteling zijn toegelaten. Kijk, daar schateren de inwoners van het lachen als er een belastingenveloppe door de bus komt. Waarna ze de centjes kunnen verbrassen. De naamgeving van het stadje snijdt hout.

    België, ik kom er graag. Op het terras zit een jonge vrouw met een zwart T-shirt. Daar staat met grote, witte letters 'geit' op. Misschien is me iets ontgaan, maar dit lijkt me niet 'cool'. Op één of andere manier hoeven Belgen niet zo nodig. Ik zou ze  graag troosten. Met Zaventem. Met Wales. Engeland vloog er ook uit op het EK. Maar in het Britse biologie-onderwijs worden de capsones meegenomen bij de uitleg over samenstelling van het menselijk lichaam. De Britten zingen op een uitbarstende vulkaan even zo vrolijk 'Land of hope en glory'. In België rommelen ze maar wat aan. Het land is net een mens.

    O ja, nog even over Achtmaal. Ik was dus zó aan het denken over de betekenis van die naam, dat mijn aandacht voor de route verslapte. Waardoor ik drie kilometer de verkeerde kant op reed. Ik dus terug naar Achtmaal. Maar daar heb ik vervolgens heel wat heen en weer gereden voordat ik de goede uitgang had gevonden. En toen hoorde ik achterop een bekend geluid. Ze zei: ik heb even geteld, maar je hebt precies acht maal door Achtmaal gereden.

     

    Eenden

    (Rondje Gent, Amersfoort-Dordrecht, 85 km)

    Fietsend door Soestduinen passeer ik de ingang van het Herman van Veen Arts Centre, landgoed Paltz. Tegelijk lopen daar ook twee wandelaars. Wanneer ze de naam van Herman van Veen op een bordje zien beginnen ze te zingen: 'Ik ben vandaag zo vrolijk'. Het toeval wilde dat ik wakker was geworden met een liedje in mijn hoofd. Het stond op repeat. Ik had het lied die avond ervoor gezongen met Het Ministerie van Mooie Liedjes. 'Melk en Honing' van Herman van Veen, tekst Rob Chrispijn. Een juweeltje. Bijna een gedicht. Ik hoopte nog even dat er voor de ingang van Paltz ook nog een kleine meid op een kinderfiets zou passeren. Maar nee, het was mooi genoeg zo.

    Omdat het niet erg gebruikelijk is de Gentse feesten te laten plaatsviinden in de hoofdstad van Noorwegen , gaat de reis opnieuw niet naar Oslo. De komende week fiets ik Amersfoort-Gent-Amersfoort. In Gent beginnen morgen de Gentse feesten.  Op het ritme van Melk en Honing danste ik vanmorgen naar de uitgang van de provincie Utrecht. Een ritme waarbij je bijna in slaap sukkelt. Maar net voorbij Bunnik schrik ik wakker. 'Even stoppen hier!' De wielercommentator springt achterop. Ik dacht dat ze niet mee ging. Te druk op die Gentse feesten, vindt ze.

    Maar ja, een veld vol eenden. Dan start er een film die ze wil zien. Op 4 maart van dit jaar zaten we samen met een zorgvuldig opgevouwen bruid, onze dochter Daphne, in de eend van neef Jeroen. Op weg naar de bruiloftstlocatie. Nelleke en ik zijn ook met een eend afgeleverd bij het stadhuis. Achter ons nog een stuk of acht andere eenden. We bevinden ons dan halverwege de jaren 70. Soberheid was in. Lekker zitten in een auto was decadent. Zoals ook het pluche uit de theaters verdween. We zijn allemaal gelijk, weet je wel. Onze eend moest je soms aan de voorkant nog aanslingeren. We hadden een besteleend. Deed je aan twee kanten tegelijkertijd de klapraampjes dicht, dan vlogen de achterdeuren open. Nelleke had de cabine van kastjes voorzien. Hartelijk dank, zei ik, als er weer voor de zoveelste keer een douanebeambte de bak in kroop om al die kastjes te openen. Dat komt niet door die eend, zei Nelleke dan, maar door jouw lange haar! Op die 4e maart van dit jaar, ruim veerig jaar later, zitten we opnieuw in een eend. Sturen is topsport. Vergeleken met het remmen in een eend is een uurtje fitness een eitje. Er zijn foto's van mijn gezicht tijdens het rijden. Opa in de achtbaan. De reis erheen is leuker dan het aankomen, zeggen ze. Nou, mooi niet. 

    Dus ja, toen stonden er vanmiddag allemaal eenden op een veld bij Bunnik. De seventies waren weer even terug. Wat overigens ook gold voor het hotel waar ik aan het einde van de middag incheckte. Staykokay bij de Biesbosch. Mooie omgeving. Maar wat een ballentent. Ik zal er niet over uitwijden. Laat ik het zo zeggen. Er kwam een bever voorbij. Hij keek meewarig naar het hotel. Keek mij aan, schudde zijn hoofd en zei: goddank mag ik naar mijn eigen hol.

     

     

     

  • 02-09-2016 11:26

    Niet naar Oslo

    Terug

    (Niet naar Oslo 8: einde)

    'Meneer, u zit in de verkeerde trein. Dit is de trein naar Noorwegen!'
    Nee, deze bizarre wending heeft mijn reis niet genomen. Ik ben weer thuis.
    Zo'n reis is eigenlijk net als het leven zelf: van het aankomen moet je het niet hebben. De weg erheen, daar draait het om.
    Het Deense landschap was de metafoor van mijn stemming. Op en neer. Klimmen en dalen. Mooi en zwaar. En het laatste had minder met fietsen te maken..
    Het schrijven van verhalen doet me goed. Soms vraag ik wel eens af: schrijf ik omdat ik fiets of fiets ik, zodat ik kan schrijven?
    Ik laat het maar in het midden. 
    Bedankt voor jullie aandacht en commentaren. Jullie gaan gauw opnieuw van me horen, met of zonder fiets. 
    Ben je geen FB-vriend en wil je mijn blogs lezen? Stuur dan een mail naar ben@bengroenendijk.nl. 

     

    Naar voren

    (Niet naar Oslo 7: Horsens-Aarhus, 70 km)

    'Je zit toch niet te huilen? Regent het een keer niet, ga je zelf door een waas zitten kijken!'
    De commentator op de bagagedrager doorbreekt de stilte van het landschap ten zuiden van Aarhus. Het is er wonderschoon. De mooiste etappe tot nu toe, eindigend in Aarhus. Ik zeg: 'Het is zwaar met jou achterop'
    'Ach joh, ik ben er helemaal niet meer. Je hebt me zelf weer tot leven gewekt'
    'Ja', zeg ik, 'dat is het nou juist, dat je er niet meer bent''.
    'Als je fietst moet je naar voren kijken, niet naar achteren'. De wielercommentator krijgt Cruijffiaanse trekjes. 
    'Ik ga stoppen', zeg ik, 'het gaat de komende dagen alleen maar regenen. Dus in Aarhus eindigt de tocht. Daar stap ik af en neem ik de trein naar huis'
    'En ik dan?'
    'Jij....'
    'Ik weet het, ik moet je weer alleen laten. Dat heb ik steeds gezegd, maar jij hebt me op de bagagedrager gezet. Heb je ook zo'n pijn in je kont?'
    'Reken maar'
    'Toch wel goed met zinkzalf ingesmeerd hè? Oh sorry,  zeg ik net dat ik je alleen moet laten, bemoei ik me weer met je billen. Ik ben as... Wat gaan jullie daar eigenlijk mee doen?'
    'Nou, de meisjes krijgen een armband, waar jouw as in gaat. dat weet je, daar hebben we het over gehad.'
    'En de rest pleur je in de kliko?'
    'Ja, de groene!'
    'Echt?'
    'Nee, je gaat de duinen in,  op Terschelling of bij Schoorl. Waar we zo graag kwamen.'
    'Leuk, dan kom ik bij de konijntjes en de egeltjes. Misschien reïncarneer ik dan wel als egeltje.'
    'Kijk je dan goed uit met oversteken?'

     

    Oslo en Rome

    (Niet naar Oslo 6: Kolding-Horsens, 65 km)

    'Ben, dat ga je niet vertellen hoor, je bent toch geen klein kind! Aan het woord is de wielercommentator. En alleen maar omdat ik zei dat je, eenmaal op wat oudere leeftijd,veel vakantieplekken voor het laatst bezoekt. En dan dus niks moet vergeten.  Zo ben ik een keer naar Rome gefietst en had ik in de Povlakte iets willen doen wat ik niet gedaan heb. En waar ik dan later spijt van had. Wat? Ja, dat mag ik dus niet vertellen.

    Kijk, Denemarken is een prachtig fietsland. En ik wil graag naar Aarhus. Dat staat morgen op het programma. Een bootovertocht naar Oslo zou de punt zijn aan het eind van het verhaal. Maar die punt ga ik niet zetten. Ik sprak vandaag namelijk instanties. Kijk, daar kun je mee aan komen, zo'n zin.  
    De instanties fronsten. Ik hoorde het aan de telefoon. Je paspoort kwijt en dan Noorwegen in en uit? 't Kan vriezen, 't kan dooien, meneer. Dus met een beetje pech en een dosis bureaucratische spraakverwarring zit je drie maanden in een verlaten asielzoekerscentrum, met de voeten in een fjord.
    Dus dit feuilleton heet nu: Niet naar Oslo. 
    Mijn voorwiel heeft vandaag nieuwe lagers gekregen, mijn tas is is nog niet terug en mijn brillenglazen denken dat ze raampjes in een duikboot zijn. 
    Ja, het regende en dat houdt voorlopig niet op. Na morgen, Aarhus,  nog twee etappes naar het  noorden. Maar bij aanhoudende regen gaat het regengordijn zicht en plezier aan het vervolg ontnemen. Dat gaan we natuurljk niet doen.
    Toen ik door de Povlakte fietste was het snikheet. De tocht kwam maar een kilometer of 3 langs de Po. En toen had ik moeten doen wat ik niet deed.
    'Dus je gaat het nu toch vertellen? Het is een kinderachtig grapje!'
    'Ach joh', zeg ik over mijn schouder, 'dat vinden mensen leuk. Ik zal er zelf niet bij lachen'
    Komt ie. Wat ik helemaal vergeten ben te doen in de Povlakte?
    In de Po plassen.

    De Tas

    (Naar Oslo 5: Kropp(D) -Aabenraa (DK) 90 km en Aabenraa - Kolding 75 km)

    Ineens voelt mijn rug kaal. Kut, mijn rugzak laten liggen.

    Gisteren spoelde ik Denemarken binnen. De regen was van tropisch hardhout, 'Ga nou een dagje niet' zei mijn reisgenoot op de bagagedrager. Maar ik ging. Aan het einde van de middag klotste ik een Kro binnen, een tot Deense herberg verbouwd stallencomplex. Warm eten hadden ze niet. Mijn voorraad energie bevorderende koeken ging er in één keer door. 
    En alles was klote. En Nelleke was ook nergens. En jullie konden dus barsten met zijn allen. Niks verhaal. Maar vandaag knapte ik weer op. Ik had twee dagen door Sleeswijk Holstein gefietst, het speelveld waarop de Denen en de Duitsers menig potje Risk hebben gespeeld. De stadjes zijn er verschnitzeld en de fietspaden worden gesponsord door de fietsbandenbranche.
    Maar de vergezichten zijn er mooi. Maar niet zo mooi als in Denemarken. Daar glijdt je blik over de glooiende velden. Vrouwelijk landschap. Wanneer je Denemarken bombardeert met stalen ballen met de omtrek van een golfhole, heb je een natiebrede golfbaan. 
    Mijn routeboekje laat ik intussen voor wat het is. Ik vervolg mijn route in de buurt van de oostkust. Vlakbij Kolding begon mijn voorwiel te kraken. Ik stopte, haalde de tassen eraf en inspecteerde het voorwiel. Conclusie: morgen even naar de Deense fietsenmaker. Tassen er weer op. Fietsen maar weer.
    En toen voelde mijn rug dus kaal. Er zat niks. Snel terug naar de plek. De tas was 5 minuten alleen geweest. Dat vond iemand zielig. Die meneer of mevrouw is de tas nu aan het troosten. En aait zachtjes over die arme 200 euro. En spreekt bemoedigend tegen dat alleen gelaten paspoort met een foto van die knappe, Nederlandse meneer. En om de IPad te troosten heeft ze nog een code nodig. Maar ja, de geboortedatum staat in het paspoort.
    'Jij zit ook niet op te letten' zeg ik tegen mijn reisgenoot op de bagagedrager. Zij: 'Ach joh, zo'n tas. Kan ik tenminste weer lekker tegen je rug aan zitten'

     

    Navigeren

    (Naar Oslo 4: Wischhafen-Kropp, 90 km)

    Nou weer een hert! In het maisveld naast het fietspad begon een hert met mij mee te rennen. Als een Hollandse wielergek op de Alpe d' Huez. Even later stak het vlak voor mijn fiets het fietspad over en daarna de autoweg. De weg was stil, maar toevallig kwam er een auto aan. Wat denk je? De auto had geen schijn van kans, het hert was al aan de overkant. De automobilist had ook niks in de gaten, want het hert leek helemaal niet op dat van het verkeersbord. 

    Ik vrees dat het hert een navigatieprobleem had. Draai maar eens een keer of wat rond in een maisveld en bepaal dan je route. Zelfs met een routeboekje en een fietsnavigatiesysteem wil het bij mij nog wel eens mis gaan. Mijn systeem is als volgt. Ik kocht een boekje. Dat heet 'De Jutlandroute'. Maar omdat ik geen zin heb om de hele dag in een boekje te kijken kocht ik ook een fietsnavigatieapparaat. Ik had al een tijdje zo'n apparaat, maar dat begreep ik niet. Dat kwam omdat ze het in de gebruiksaanwijzing over coördinaten en waypoints hadden. Je moet dan op je computer zelf een route uitzetten. Ik heb het één keer geprobeerd. De voor het fietsen vrijgeplande middag was voorbij toen ik het apparaat terug in zijn doos flikkerde. Een mevrouw uit Zaandijk is na mijjn Marktplaatsadvertentie onlangs naar Amersfoort gereden om mij voor 80 euro van het onding te verlossen. Intussen heb ik een systeem dat dummyproof is. Zeg maar een domdom. Dat ding gaat piepen als je verkeerd rijdt. Kijk, dat begrip ik. Het piepsysteem. Maar vanmiddag bleef hij maar piepen, wat ik ook deed. Als een hert in een maisveld. Ik gokte rechtdoor. Achter mij hoorde ik zeggen: 'Ik denk dat we even een stukje terug moeten'. Een akelig verstandig advies, daar had ik dus geen zin in. Dus ik rechtdoor. Maat het leidde tot niets. Draaien dus maar. Ik terug. Achter mij was het stil. Niet gewoon stil, maar de stilte die het spreken vervangt. 

    Zo hebben Nelleke en ik ook wel eens twee keer om Parijs gereden. Ver voordat er navigatiesystemen waren. Nou ja, het systeem was : ik reed, Nelleke las kaart, de kinderen lagen achterin languit te slapen. We reden meestal 's avonds weg. Je wist dat hij ging komen, de onoverzichtelijke spaghetti van wegen. 'We moeten zo dadelijk kiezen', kondigde ik aan. Ook Nelleke was ingedut en greep naar de kaarten. 'Als er Lyon op de borden staat, moeten we Lyon volgen', zei ze. Even later, ik:: 'Er staat geen Lyon op de borden, over 1000 meter moeten we kiezen'. Stilte. Ik: 'Nog 500 meter. Gaan we rechtdoor of nemen we de afslag?' Door de duizelingwekkende hoeveelheid borden wist ik dat ik me gedroeg als een croupier in een Casino.  Opnieuw stilte aan mijn rechterkant. 'Ik moet NU kiezen', schreeuwde ik.  Nelleke: 'Doe maar, eh.....rechtdoor!' En dan bleek het fout en vielen er aan mijn kant godvers die in de plaats kwamen van spreken. En zei Nelleke dat het heus niet erg was als we met drie weken vakantie voor de boeg een half uur later zouden aankomen. En met dat soort verpletterende logica kun je dan beter even een uurtje wachten bij mannen.

     

     

    Opladen

    (Naar Oslo 3: Brake-Wischhafen, van de Weser naar de Elbe, 95 km)

    'Stop even, dit is zielig'. Ik was net met het veer de Weser over en fietste achter de dijk. Het was nog vroeg, ongeveer 8 uur. Het zou 31 graden worden - en dat werd het - dus ik had mijn benen ingeroosterd in de vroege dienst. In die vroegte, achter de dijk, stoof een haas de weg op. Hij zag de fiets, schrok misschien van zijn grote oren, draaide naar rechts en begon, midden op het fietspad, voor mij uit te rennen. Tegen haar gewoonte in was ook mijn commentator achterop vroeg wakker. Ze vond het zielig. Ik zei: 'Dat is niet zielig, dat doen hazen. Kijk maar naar de marathon. Het zijn gangmakers. Ze lopen voorop, zodat wij de gang erin kunnen houden. Daarvoor zijn ze op aarde.' Toch was het zielig, klonk het van achteren. Mijn theorie hield vierhonderd meter stand. Daarna maakte de haas een majestueuze bocht naar rechts. Negentig graden. Niet eens pootje over. Het WK sprint op de schaats zit hierbij vergeleken in de categorie koekhappen

    Toen we nog geen kinderen hadden, namen Nelleke en ik een konijn als huisdier. Het was een grijs-wit gevlekte knuffel. Het deed alles zonder batterijen. Sproetje, zo noemde Nelleke het konijn. Onze dochters mogen blij zijn dat die naam al vergeven was toen ze werden geboren. Sproetje was zo tam, dat ze 's avonds bij paps of mams op schoot sprong om samen het Journaal te kijken. Ze had twee hinderlijke eigenschappen. Ze poepte, dat ten eerste. Dat konden we haar maar niet uit het hoofd praten. Nu nog, als ik iets in de stofzuigerslang hoor ploepen, denk ik: Sproetje. Maar echt wonderbaarlijk was haar tweede staaltje onaangepast gedrag. Ze beet de electriciteitsdraden door. Met de dood als gevolg? Welnee, ze was het eerste levende konijn dat zichzelf oplaadde. Wanneer wij, tijdens vakanties, ons konijn bij vrienden lieten logeren, brachten wij Sproetje, zijn hok, zijn eten plus een hele rits kroonblokjes mee. Het wereldwonder is later gewoon van ouderdom gestorven.

    De wind heeft me vandaag gered. Hij was dan wel vaak tegen, maar werkte als een ventilator. Lichaam en geest blijken ook vandaag weer een goed stel. 's Ochtends is het lichaam op zijn best, maar moet de geest nog wel wennen aan alweer 95 kilometer. Hadden we gisteren ook al niet zoiets gedaan? 's Middags sputtert het lichaam, maar weet de geest de boel weer op te peppen met dooddoeners: We zijn al over de helft! Alleen nog maar heen en weer naar Utrecht! En dus zit ik nu weer voldaan met een biertje op het terras en schrijf mijn verhaal van de dag. De tanden in mijn eigen electriciteitsdraad.

     

    Moin

    (Naar Oslo 2: Esterwegen-Brake, 90 km)

    Ze zeggen 'moin' tegen me. Je komt niet veel volk tegen in de slaperige dorpen van het Niedersaksische land, maar wie je tegenkomt zegt steevast: moin! In Drenthe zeggen ze 'moi'. Grappig, maar toch een beetje krenterig. Met die 'n' erbij moet je bij het groeten toch iets meer je best doen. Eerst verstond ik het helemaal niet. Ik beantwoordde elke groet met: hoi. Maar nu ben ik helemaal van de moin. Moin zingt.

    Onderweg nog een onderzoekje gedaan. Uitslag: vijftig procent van de Duitse vrouwen geeft een fietser geen water (n=2). Het was warm. Mijn bidon was leeg. Ik zag een vrouw bezig in haar tuin. Of ich wasser kon bekommen. De vrouw keek op, zag een bezwete man met verwaaid haar en een belachelijke wielerbroek aan en dacht: kan zo maar crimineel zijn. 'Wir haben kein Wasser', zei ze. Dus ik meteen Unicef gebeld. Of ze even een waterput willen graven in de tuin van dit Duitse patserhuis. De volgende vrouw, ook bezig in de tuin, zat aan de andere kant van het spectrum. Loop maar even mee naar binnen, zei ze. Eenmaal binnen had ik met gemak alles kunnen doen waar de vorige vrouw bang voor was. Maar ik was in een goeie bui. De vrouw was verbaasd dat ik genoegen nam met leidingwater. Ze wilde met liefde haar koelkast ter beschikking stellen. Weer op de fiets, zag ik even verderop  een bordje 'Milch Tankstelle'. Dat zijn cadeautjes waar een fietser blij van wordt. Koude, verse melk. Een liter getapt.

    Vandaag fietste ik naar Brake, een mooie plaats aan de Weser. Halverwege hoorde ik ineens de wielercommentator achter me zeggen: ach God, een egel. En inderdaad, midden op het fietspad lag een egel, doodgereden. Het deed me denken aan het lied van Joop Visser, ook gezongen door Margootje. Het heet 'Fietsers rijden geen mensen dood' en eindigt met dit couplet:

    Egeltjes rijden geen mensen dood, Ze willen ook wel eens na een paar weken Bij volle maan een weg oversteken. En dan vinden ze wel eens een stukje brood. Maar egeltjes rijden geen mensen dood. 

    'Zou de egel door een fietser zijn overreden?' vroeg de wielercommentator. 'Ik hoop', zei ik, 'dat de egel in dat geval zijn stekels op tijd heeft uitgezet. Want dan mag de fietser veertig gaatjes plakken.' 'Is ie wel dood?' De wielercommentator hield van levende egeltjes. Ondanks hun gedrag in onze voortent tijdens vakanties. Ze trokken vuilniszakken open en spreiden het vuil vrolijk in de rondte. 'Nou dood', zei ik voorzichtig, 'laten we vaststellen: hij gaat geen moin meer zeggen'.

     

    Poppen

    (Naar Oslo1: Amersfoort-Emmen met de trein, Emmen-Esterwegen 70 km)

    De poppen  langs de weg veroorzaken een golf heimwee in mijn maag. Een klein jaar geleden stonden Nelleke en ik met carnavalleske hoeden op onze hoofden in een soortgelijke pose. 40, stond op de hoeden. We geloofden tegen de stroom in nog in 41 en verder. Maar drie weken geleden belde de huisarts aan. Hij kwam Nelleke op haar verzoek verlossen van het leven. Een zachte dood als antwoord op een harde realiteit.

    De gefotografeerde poppen staan in het Duitse land achter Emmen. Mijn tocht naar Oslo begon vandaag in Emmen. Ik houd van lange fietstochten, maar dit keer ga ik niet alleen ergens naar toe. Ik wil ook even ergens weg. Op zoek naar het script van de volgende akte.  Nelleke hield niet van die lange einden fietsen. Maar dit keer is ze ook mee. Toen ik vanmiddag een lekke band kreeg - dus die heb ik alvast gehad - zei ze: 'Oh, je hebt weer dat plaksetje uit het jaar nul meegenomen? Handig schaartje ook. Die glijdt nog uit op een dun stukkie papier,' Ik ben niet zo sterk in vooruitdenken als het om vakantei gaat. Nelleke had een systeem. Ik doe maar wat. Ze is nu mee als wielercommentator. Achterop de fiets. De luilak.

    Vanmorgen maakte ik ook kennis met Arriva. Het is de treinmaatschappij die het traject Zwolle-Emmen met fris geverfde treinstellen heeft veroverd. Toen ze die pitch hadden gewonnen, hebben ze bij de NS waarschijnlijk onbedaarlijk gelachen. Weer een onrendabale rafelrand van Nederland geloosd. Arriva is nog beter in mooitaal dan de NS. Mooitaal is de taal die de werkelijkheid mooier maakt dan ze is. Zo kent de NS sinds geruime tijd de Sprinter. Het is de voormalige stoptrein. Arriva gaat nog een stap verder. Tussen Zwolle en Emmen stopt de trein een keer of 8. Een slimme marketeer ontdekte dat er met de introductie van de 'Intercity' een treinsoort vrijgevallen is: de sneltrein. De sneltrein van Arriva is dus vooral goed in remmen. Arriva heeft  trouwens ook een stoptrein. Die rijdt niet. Dat vind ik dan wel weer logisch.

     

     

  • 16-08-2014 20:40

    Puntjes

    Hij is de man van de puntjes en de streepjes. Georges Seurat, de uitvinder van het pointillisme. Veel van zijn doeken hangen nu in Kröller Müller, het museum dat zelf ook behoorlijk goed in zijn impressionisten zit. Maar nu zijn dus veel van de doeken van Seurat van elders in de wereld tijdelijk naar de Hoge Veluwe verhuisd. Zijn beroemdste schilderijen overigens niet. Maar die zijn dan ook 2 x 3 meter, hangen in Chicago en fungeren daar als toeristenmagneten. Ze zijn niet gek in Chicago. Sterker nog, toen de Fransen nog niet door hadden dat ze met Seurat - hij werd maar 31 - een topschilder in huis hadden, sloeg een linke Amerikaan zijn slag en nam, in het opgewonden bezit van deze twee meesterwerken de boot naar huis, na betaling van een habbekrats. We hebben het dan over Een zondagmiddag op het eiland La Grande Jatte plus het schilderij dat aan de andere kan van de Seine is gesitueerd, Les Baigneurs. Allebei even groot en misschien wel bedoeld als een tweeluik. 

      

    Maar deze doeken zijn dus niet op de Veluwe. Wat niet wegneemt dat er veel te genieten valt in Kröller Müller. Ook de tijdgenoten van Seurat zijn in ruime mate vertegenwoordigd. Vriend Paul Signac vooral. Hij heeft er met name voor gezorgd dat de puntjes en streepjes het wapen werden van een beweging die zich neo-impressionisten ging noemen. Bij wijze van cultureel verantwoorde fitness ben ik er van Amersfoort naar Otterlo gefietst. Daar trotseerde ik eerst een Efteling-achtige rij. Toen mocht ik de Hoge Veluwe op. Conclusie: zeker gaan naar deze tentoonstelling, maar ga naar binnen via Hoenderloo. 't Is maar even een puntje.

     

  • 07-03-2014 00:00

    Lieve Vrouw

    Vijf en twintig jaar alweer. Theater De Lieve Vrouw is jarig. Voor die tijd kwam ik ook al op die plek. Toen stond daar nog het theater van dominee Engelkes, de gereformeerde Grachtkerk. Deze kerk leverde op het plein een ongelijke geloofsstrijd met het restant van de katholieke overbuurman, de Onze Lieve Vrouwe-toren. We hebben het dan over de toren waarvan Mark Rutte, op verkiezingstournee in Amersfoort, de naam niet wist. En over de toren die ik van de vorige burgemeester niet de ‘Lange Jan’ mocht noemen. Alsof importbestuurders daar over gaan.
    Theatercafé De Lieve Vrouw is mijn favoriete ontmoetingsplek. Een amateurpsycholoog zal dit misschien in verband brengen met mijn gereformeerde verleden. Wie weet. Maar het is vooral de enige plek in Amersfoort die theater ademt. In de tijd van dominee Engelkes was er een andere plek waar je dat voelde: het Grand Theater. Het Grand Theater? Ja, het Grand Theater van toen. Ergens in de jaren 80 brandde het af. Aangestoken door een gefrustreerde medewerker. De Flint was er toen al een tijdje. Deze jaren 70-doos nam de theaterfunctie van het Grand en de toenmalige Markthal over. De architecten van De Flint waren er uitstekend in geslaagd alle jeu, al het pluche en al het theatergevoel uit het ontwerp weg te democratiseren. Beton, beton, beton. Eén ding was goed aan de oude Flint. Hij kon ook in de fik vliegen. En dat deed hij gelukkig.
    In het oude Grand Theater beleefden wij, Amersfoortse scholieren, onze schoolconcerten. Ik zag er een pianist die op muziek van Chopin dravende paarden tot leven wist te wekken. Toen ik een jaar of 20 was zag ik in dat oude Grand Theater de aanstormende Herman van Veen. Het was de tijd van de democratisering. Dus van Herman mochten we tegen het einde van de voorstelling op het podium komen. We zijn tenslotte allemaal gelijk niewaar. Dus ik het podium op, met nog een stuk of dertig langharige types. Herman kwam langs met de microfoon. We mochten allemaal wat zeggen. Ik zei: hallo. Briljante improvisatie. Toen alle bloemenkinderen hun creatieve inbreng geleverd hadden, gaf Herman als dank een toegift. Een nieuw lied, net geschreven, samen met Eric van de Wurff en Rob Chrispijn. Hij zong het van papier. Het was het mooiste lied van de avond. Te hooi en te gras. Dit lied: https://youtu.be/9IiMWa3GKcg.
    Na de brand is het Grand tergend langzaam weer opgebouwd, met meer zalen. De vroegere ambiance is weg. Bioscopen zijn de fastfoodketens van de theatersector geworden. Pathé mag gerust een theatrale afwerkplek worden genoemd. Leve Theater De Lieve Vrouw.

  • 23-02-2014 00:00

    Burgemeester, geachte heer Bolsius

     

    Grappig dat u een oproep hebt gedaan voor een nieuw muzikaal intro van uw weekvideo op internet. Ik heb zitten nadenken over zo’n openingstune van 4 seconden. Heeft u zich wel eens gerealiseerd dat uw achternaam en uw stad hetzelfde metrum hebben? Bolsius en Amersfoort vormen samen een dubbele dactylus. Een goed lopende combinatie. De dubbele dactylus is bovendien de basis van een versvorm die door drs. P is geïntroduceerd: de Ollekebolleke. De naam is afgeleid van het kinderversje ‘Ollekebolleke Rubisolleke’, dat ongetwijfeld ook in huize Bolsius wel eens zal klinken.
    Eigenlijk zou uw weekvideo dus vast moeten beginnen met een Ollekebolleke.

    Burgers van Amersfoort
    Allemaal opgelet
    Dit is weer Bolsius’
    Nieuws van de week.

    Net als altijd is dit
    Videonieuwsbericht
    Haastig gemaakt en
    Gedraaid in één take.

    Nou ja, u zult dan een andere tekst kiezen natuurlijk. Dit tweede couplet moest mij van het hart. Ik wil er mee zeggen dat een burgemeester ook buiten de openingstune eisen mag stellen aan de weekvideo. U hebt natuurlijk maar weinig tijd, en dat zien we helaas aan de video. Dus als u bij wijze van uitsmijter bijvoorbeeld enthousiast vertelt over de nieuwe tentoonstelling van Kunsthal Kade, ga daar dan ook even staan, en laat even zien waarom het zo mooi is.
    Maar goed, dat komt later wel, eerst de openingstune. Die tune moet dus een dubbele dactylus worden. Met natuurlijk het A- en het B-akkoord – Amersfoort en Bolsius. En stijgend, in majeur, want het gaat in onze stad vooruit met de geit.
    Afijn, mijn ouverture in 4 seconden komt eraan..
    Nu nog even wat anders. Eén ding mag u gewoon voor u houden in het videonieuws. U hoeft niet alles aan ons te vertellen. Het gaat om het volgende. Wilt u zorgen dat Benno L, die dankzij uw moedige collega Lenferink een woning in Leiden heeft gekregen, naar Amersfoort wordt gehaald? We vertellen het niemand. In Leiden blijven ze nog jaren protesteren tegen de aanwezigheid van een man die al lang ergens in Amersfoort een plekje heeft gekregen. Vertel het ook niet aan de commissie Stiekem, als u die heeft, want er zit zó veel populistisch sentiment in de Amersfoortse politiek dat u het nieuws dan maar beter zelf kunt lekken. Vindt u het geen stunt? In Leiden wordt Benno L dan een soort monster van Loch Ness en bij ons kan hij zijn leven weer oppakken. Als u dat doet, zal ik nog trotser worden op mijn stad dan ik nu al ben. En dan maken we een echte symfonie voor u: de Bolsius Passie.

  • 06-02-2014 00:00

    Roof

     

    Hoe kun je je boodschap het beste verkopen? Daar zijn vele trucjes voor. Mensen zijn bijvoorbeeld dol op rijtjes. Stel, je wilt dat mensen iets onthouden. Dan introduceer je zoiets als de 5 G’s.

    De 5 G’s komen uit de psychologie. Ze staan voor het gedragspatroon dat mensen vertonen na een ingrijpende gebeurtenis. Voorbeeldje?
    We nemen een recente Gebeurtenis (1): de Burger Partij Amersfoort registreerde de URL www.amersfoort-anders.nl. Welke Gedachte (2) bracht dit teweeg bij concurrent Amersfoort Anders? Nou, vermoedelijk zoiets als: hier zit wat achter! Maar al snel maakt die rationele fase plaats voor een Gevoel (3): de leider van Amersfoort Anders voelt zich als een domme schooljongen gekleineerd. En dat gevoel is vervolgens weer bepalend voor zijn Gedrag (4): De AA-leider slaat wild om zich heen. Intussen heeft de BPA-leider op zijn manier deze zelfde stappen doorlopen en zien we ook zijn gedrag: hij lacht wraakzuchtig in zijn vuistje. En zo komen we bij de vijfde G. Het Gevolg (5) is: Politieke strijd heeft plaatsgemaakt voor persoonlijke strijd.
    Het zijn net mensen, politici.
    De persoonlijke factor in de politiek is eigenlijk niks nieuws. Naar de maatstaven van traditionele politiek moeten we dit politieke belletje trekken natuurlijk veroordelen. Maar ja, toevallig heeft de BPA wel de vijf L’en van hedendaagse, effectieve politiek in praktijk gebracht: Wees Leep, blijf Legaal, zorg dat er wat te Lachen valt, maak Lawaai en wees altijd Laagdrempelig.
    Wat doen de klassieke partijen eigenlijk om een beetje dicht bij huis te komen? Aanbellen en een flyer overhandigen? Op de Varkensmarkt staan in partij-outfit? Affiches plakken? Ik ben bang dat hun slogans een hoog gaapgehalte hebben. De PvdA recyclet het versleten ‘sterk en sociaal’ en van de VVD – de partij van de V’s – moet Amersfoort ‘vitaal’ worden. Tuurlijk. Ook de bonte verzameling afgesplitste ex-raadsleden die zich onder de naam Amersfoort 2014 presenteert, komt niet verder dan ‘positief en daadkrachtig’. Welke politieke partij beweert dit niet te zijn? Er zijn woorden die in het politieke spel al zó vaak zijn ingezet dat ze niets meer betekenen.
    Voor het slachtoffer van de URL-roof, Amersfoort Anders, pleit dat zij het communicatieprincipe van de vijf letters hanteert. Op de website las ik haar vijf W’s: Wonen, Werken, Winkelen, Weten, Wegwezen en Warmte.
    Ik heb lang moeten nadenken over de vraag waarom ze aan hun vijf W’s niet vijf, maar zes begrippen koppelen. Ik weet het intussen: ze houden er rekening mee dat de BPA er eentje kaapt.
    Zelf heb ik na de URL-roof van de BPA veiligheidshalve een aantal domeinen laten registreren. Ik had al www.bengroenendijk.nl
    Maar nu heb ik ook: www.benblij.nl www.benhappy.nl en www.benerhelemaalklaarmee.nl.

  • 28-01-2014 00:00

    Broek

    Kan de politiek mensen gelukkiger maken?
    De nieuwe lokale partij Amersfoort Anders - niet te verwarren met de gelijknamige aardappel - heeft de ambitie om van Amersfoort de gelukkigste stad te maken. Je kunt er veel van zeggen, maar de partij durft wel. Maar ik vermoed toch dat hier een te grote broek wordt aangetrokken.
    Waardoor wordt een mens gelukkig? Ik las een onderzoek waaruit bleek dat het vinden van 10 euro in een oude spijkerbroek ons het gelukkigst maakt. Op 3 stond: slapen in een verschoond bed. En op 9: knuffelen. Dat is nog best een bewerkelijk klusje voor de mannen en vrouwen van Amersfoort Anders. Maar ze hebben helaas nóg een probleem: de markt van ongelukkige mensen is vrij klein. Nederlanders staan op de vierde plek van de gelukkigste mensen ter wereld. We moeten alleen de Denen, Noren en Zwitsers voor laten gaan, wist de VN in oktober 2013 te melden. Een maand later deed de OESO nog een duit in het gelukzakje: de economische crisis heeft maar weinig invloed gehad op het welzijn van de Nederlanders. Maar liefst 86% van de Nederlanders bleek tevreden te zijn over zijn leven.
    Zou dat anders zijn in de Nederlandse stad die vorig jaar van plaats 13 naar plaats 8 steeg in de nieuwe ‘Atlas voor gemeenten’ en daarmee een opvallende stijger was in de lijst van meest aantrekkelijke steden van Nederland?
    Toegegeven, er zijn ook in Amersfoort nog best wat ongelukkigen te vinden. Zo heb je in Amersfoort mensen die ongelukkig worden van de bomenkap in het Randenbroekerbos. Maar ja, dat zul je natuurlijk altijd zien, die ongelukkigen hebben al weer onderdak gevonden bij een andere lokale partij. Het is namelijk tot overmaat van ramp ook nog een politieke drukte van jewelste op de markt van ongelukkige burgers.
    Politiek en geluk, ik zou het huwelijk niet graag inzegenen.
    Zelf kan ik heel gelukkig worden als ik lees dat in het Randenbroekerbos een broekbos zal worden aangelegd. Dat zit een soort van taalkundige logica in. Dat er feitelijk een moeras wordt gecreëerd laat me dan weer koud. Een kennis van mij is wél dol op moerassen. Hij heeft zelfs een moeras in zijn tuin aangelegd. Hij kan er uren naar kijken. Domweg gelukkig met zijn tuinbroek.

  • 25-01-2014 00:00

    Rondje Grote Oorlog*

    Niet zo lang geleden, toen mijn rechterknie nog zonder gesputter de instructies van mijn hersenen volgde, liep ik regelmatig een rondje Grote Oorlog. Het rondje behoorde tot het zaterdagochtendrepertoire van onze hardlooptrainer. Vanaf sportpark Birkhoven liepen we richting Daam Fockemalaan. Bij het Dierenpark oefenden we eerst nog wat silly walks, die onze trainer overigens hardnekkig loopoefeningen noemde. We vervolgden onze route naar de plek waarvan we één ding zeker wisten: we zouden er weer gesloopt vandaan komen.

    Bijna honderd jaar geleden begon de Grote Oorlog. Hier was deze oorlog niet groot. We hielden ons met succes afzijdig. Dat lukte de Belgen niet.
    Je kunt De Grote Oorlog ook fietsen. Je stapt op in Nieuwpoort en bent vervolgens een dikke 1000 slagveldkilometers onder de pannen. Je komt er langs mooie kathedralen, wijngaarden en koolzaadvelden. ‘s Avonds trek je midden in de Champagne een flesje open. De Grote Oorlog is een succesvolle bron van ramptoerisme. Maar dus nauwelijks in Nederland. Het belangrijkste monument staat in Amersfoort. Cadeautje van de Belgen. Een fors monument als dank voor de opvang van Belgische vluchtelingen. Het was stiekem ook een werkgelegenheidsproject voor Belgen die zich in die dagen te pletter verveelden. Al snel na de oorlog was het Belgenmonument klaar. Maar toen wilde België het cadeautje niet meer aanbieden. Burenruzie over naoorlogse grenscorrecties. Twintig jaar later knipten Wilhelmina en Leopold III alsnog een lintje door op de Amersfoortse berg. Nu de Grote Oorlog jarig is, krijgt het monument een opknapbeurt. Dat is ook hard nodig.
    Komt er nog wel eens iemand? Af en toe zie je er een groep net iets te dikke mannen en vrouwen een circuit lopen. Bergje op, bergje af, om het monument heen, trapje af, trapje op, uitlopen, sprinten en dit alles nog een paar keer. Na afloop zijn ze kapot. Een enkeling trekt met zijn been. Ze sloffen terug naar Birkhoven. Er komt geen woord meer uit. De grenzen zijn weer wat verlegd.

    * Rondje Grote Oorlog werd beloond met de hoofdprijs in de column-wedstrijd van AD Amersfoortse Courant.

  • 11-07-2013 00:00

    De Nieuwe Weg

    De oude weg voldoet niet meer. Je moet er het spoor kruisen. En dan kunnen er zo maar spoorbomen dicht gaan. Je moet dan wachten tot ze weer open gaan. Daarna mag je weer verder. Maar met een beetje pech kijk je dan 200 meter verderop tegen een rood stoplicht aan. Dan moet je weer wachten. Al met al hebben we dan al gauw te maken met oponthoud. Soms gaan er veel auto’s over de oude weg. Die hebben dan allemaal oponthoud. En samen weten ze het oponthoud ook nog te vergroten. Verkeersdeskundigen noemen het dan stagnatie. Of liever nog een verkeersinfarct. Stagnatie is geproblematiseerd oponthoud. In de wereld van de auto’s is oponthoud not done. Er moet worden doorgestroomd. Daarom komt er een nieuwe weg.

    Mijn moeder heeft zich ingeschreven voor een verzorgingshuis. Voor je weet maar nooit. Eerder kreeg ze bericht dat ze in principe in aanmerking kwam voor plaatsing. Nu is er nieuw beleid. In het nieuwe beleid zijn spoorbomen opgenomen. En stoplichten. Oponthoud in de zorg is gewoon. Er is nou eenmaal filevorming in bejaardenland. Beleidsmakers noemen het vergrijzing. Want een bevolkingsinfarct klinkt niet prettig.
    Het oponthoud is overal. De economische groei, de huizenprijzen, de autoverkoop.
    Over de autoverkoop gesproken. In 2102 zijn er 9,6% minder auto’s verkocht dan in 2011. In mei 2013 was de Europese autoverkoop nog weer eens 6 % gezakt.
    Maar er komt een nieuwe weg. Voor de automobilisten die vanuit het noorden van Amersfoort naar het westen moeten. De weg duikt straks onder het spoor door. Hij kost 75 miljoen. Het besluit erover wordt door waarnemers ‘historisch’ genoemd. Er is 30 jaar over gebakkeleid. Je kunt het een besluit met oponthoud noemen. Of een beleidsinfarct.

1 | 2 >>

© 2014 Alle rechten voorbehouden.

Mogelijk gemaakt door Webnode