Columns AD

JAAR 2017

46. Houtrook

Heerlijk, we hebben er op de valreep van 2017 weer een probleem bij. Houtrook. De nieuwste slachtoffers van onze samenleving ervaren overlast van houtkachels en barbecues. Het is een trend: de Hollandse gezelligheid is in toenemende mate incorrect aan het worden.  In Amersfoort heeft een kwart van de mensen last van houtrook, blijkt uit onderzoek. Nou ja, iets specifieker: 28% van de ondervraagde Amersfoorters geeft aan ‘weleens’ last te hebben. Als het onderzoeksbureau mij destijds had gebeld, had ik na enig aandringen vast ook wel een aangebrande kippendij van de achterburen uit mijn geheugen kunnen opdiepen.

De kwestie houtrook veroorzaakt veel hoofdbrekens. Het is namelijk erg moeilijk vast te stellen wanneer er sprake is van overlast en wanneer niet, zeggen de beleidsmakers. Er komt een rondetafelgesprek met getroffenen. Vermoedelijk volgens het recept van de uithuilbranche: lotgenoten kunnen ervaringen uitwisselen en vinden troost bij elkaar. Uiteraard is de kwestie ook al organisatorisch uitgerold. Op nationaal niveau is er al een Platform Houtrookoverlast en Gezondheid. Het wemelt er van de hoofdbrekens. Prangende vragen ook. Dikke kans dat de directie uitbreiding voorziet. Bijvoorbeeld voor een meldpunt houtrookoverlast.  De klachten zijn weliswaar niet talrijk, maar met een meldpunt hopen ze het smeulende vuurtje van de overlast aan te blazen. Je weet maar nooit. Voor je het weet heb je een nog groter probleem te pakken. De rooktelefoondienst zal vermoedelijk op warme zomerdagen dag en nacht bezet zijn. Over houtrookoverlast op campings kan niet worden gebeld. Daar bakt iedereen er vrolijk op los en is de brandgeur bij de prijs inbegrepen. Ik kijk al uit naar de toolkit. U weet wel: zo’n ding van papier dat vroeger een folder heette. Een handzaam document voor stokers, klagers en andere ‘probleemeigenaars’. Met stook- en rooktips. Hopelijk ook een stappenplan.

Het grootste deel van de slachtoffers doet trouwens gewoon de deur of de ramen dicht. Spelbrekers!

 

45. Piet (sorry)

Ik zou er nooit over schrijven, had ik mijzelf beloofd. En al helemaal niet nu we net weer van al het geouwehoer over de Pieten af zijn. Niemand heeft zich trouwens ooit de basisvraag gesteld: zijn Pieten nog wel nodig? Wat doen die stakkers eigenlijk nog op het dak nu pakjes massaal bezorgd worden PostNL, DHL, GLS en een oneindig aantal startups en falldowns. De bezorgdiensten hebben alle records weer gebroken. Sinterklaas zou ons verwarde en verdeelde landje een grote dienst bewijzen met een kille sanering. Alle Pieten naar het UWV.

Ik zou er dus nooit over schrijven. Maar toen verscheen het verkiezingsprogramma van Groen Links Amersfoort. Ik weet dat de Groenen zich op de schaal van droom en daad aan de dromerige kant positioneren, maar je kunt ook doorschieten. In het verkiezingsprogramma staat dit: “Wij willen de ‘roetveegpiet’ introduceren o.a. bij de Sinterklaasoptocht in Amersfoort.” Leest u het gerust twee keer, ik wacht wel even. Groen Links heeft dus de oplossing. Volgend jaar staan ze aan de Eem en dan ‘introduceren ze de roetveegpiet’. Ze reizen daarna meteen door naar Moskou om de opvolger van Poetin te introduceren. En nog voor de Kerst introduceren ze een wonderbaarlijke visvangst voor de kust van Somalië en verlossen het land van de hongersnood. Sympathiek dat de partij qua Piet wil doorpakken. Maar één ding is in dit opzicht wat lastig: ze gaan er niet over. Niemand gaat erover.  We hebben hier te maken met een potje vrij worstelen in ons verder zo netjes door bestuurders aangeharkte land. Twee dingen zijn na vier jaar discussie wel duidelijk: niemand kan hier een knoop doorhakken en stoere standpunten hebben een omgekeerd effect.

Ik heb een Friese moeder, een Amsterdamse vader en ik woon in Amersfoort. Ik zit dus precies in het kadastrale midden van het pietendebat. En vanaf de OLV-toren gezien denk ik maar één ding: tijd. Tijd is een handig hulpje. Hij voorkómt dat alles tegelijk gebeurt.

44. Koppelen

G E H E I M. JURYRAPPORT AMERSFOORTER VAN HET JAAR 2017, VOOR TE LEZEN DOOR BURGEMEESTER BOLSIUS TIJDENS NIEUWJAARSRECEPTIE OP 9 JANUARI 2018.

Dames en heren. Begin december ging er een brief door de bus bij bewoners van De Koppel. Op de eerste pagina een mooie foto van Buurtouders en ‘young leaders’ in de wijk. De wijk, met name het gebied rond de Meridiaan, is begin dit jaar erg negatief in het nieuws geweest. Tijdens de jaarwisseling ging het er nogal ruw aan toe. En niet voor het eerst. Er was veel ophef. De kritiek was weinig genuanceerd. Politici en anderen met een voorliefde voor ‘grote stappen snel thuis’ wilden de winkelstrip aan de Meridiaan al meteen slopen. Dit negatieve commentaar heeft bewoners verenigd. Zo gaat dat, een ‘vijand’ helpt. De negatieve beeldvorming heeft de groep bij elkaar gebracht. Ik ken dat verschijnsel uit Rotterdam. Rotterdammers – u weet het, ik heb er lang gewoond - - vinden het heerlijk om een potje te ouwehoeren over hun ‘teringstad’. Er blijft dan vaak niet veel van over. Maar wanneer je als niet-Rotterdammer in zo’n gezelschap ook een duit in het zakje denkt te kunnen doen, valt de hele groep stil. Ze kijken je dan met grote weerzin aan, waarna een van de Rotterdammers tegen de anderen zegt: ‘Ik geloof dat deze meneer net van plan is op te pleuren’. De vijand bindt. Amsterdam is voor Rotterdammers een zegen.

De Koppelbewoners hebben, met de gemeente, een plan gemaakt voor de jaarwisseling. Een groot aantal buurtouders en speciaal hiervoor getrainde jongeren zijn op oudejaarsavond en – nacht op straat geweest. De buurtouders waren ook aanspreekpunt voor bewoners. Ook de politie was stand by. Een prachtig democratisch initiatief. Publiek/private samenwerking op wijkniveau. Het verdient navolging. Nou, u begrijpt het intussen wel. Niet één persoon, maar deze hele buurtgroep is ‘Amersfoorter van het jaar 2017’ geworden. Graag wil ik de twee initiatiefnemers, Said Belkasmi en Karim Aissaoul, de prijs uitreiken. En ik zou tot slot willen zeggen: laten we veel koppelen in deze stad.

 

43. Stad en Dorp

Wat is een stad? Is het meer dan de geografische aanduiding van geconcentreerde bebouwing met bijbehorende bewoners? Is Amersfoort meer dan die prettig gesitueerde cirkel om de middenstip van Nederland? Meer dan een uitvalsbasis tussen A1 en A28? Meer dan een gestructureerde samenscholing van pragmatici? Ik ben er weer over gaan nadenken nadat ik verzeild raakte in een wonderbaarlijk dorpsevenement. Mijn vriendin nam me mee naar haar team dat deelnam aan de Ken Uw Dorp Quiz van ’s Graveland/Kortenhoef. Er deden 36 teams mee, met elk 10 tot 15 leden. De teams kregen om 17.00 uur een enveloppe met 150 kennisvragen en een stuk of wat opdrachten die creativiteit vragen. Om 22.00 uur moest alles ingeleverd worden. In dat tijdvak van 5 uren stresten 400 inwoners naar de deadline. De vragen, de thematische taart, het tellen van bruggen, het inzingen van een zelfgemaakt volkslied, alles moest op tijd klaar zijn. Vier weken later zat het halve dorp in een afgeladen partycentrum om de uitslag te horen.

Vertaald naar de schaal van Amersfoort zouden er 700 teams moeten deelnemen om in verhouding een gelijke opkomst te hebben. Dat gaat Amersfoort – en andere steden – niet lukken. Te groot voor de dorpse saamhorigheid vermoedelijk. Maar we hebben het in de stad wel vaak over ‘samen’. ‘t Is nu zelfs het seizoen van ‘samen’. ‘Samen’ is het meest gebruikte woord in verkiezingstijd. Samen sterker. Samen kunnen we meer. Samen vooruit. Samen maken we Amersfoort. Dus dorpse illusies hebben we nog wel. Hoe trek je ‘samen’ op met 150.000 inwoners? Als het lokale bestuur vooroploopt in de polonaise kun je het schudden. Wethouders, waaronder Bertien Houwing, hebben deze week terecht de noodklok geluid over de lokale democratie.  De politiek is een kopgroep zonder peloton. Dus saamhorigheid moet van burgers komen. En van dingen waar je allemaal trots op bent, zoals de binnenstad, de evenementen. Maar ook van gemeenschappelijke kennis over de stad en zijn omgeving. Misschien moeten we die kennis toch maar eens grootschalig gaan testen. Want zo’n eerste prijs voelt lekker, kan ik u melden.

 

42. Milieu

Toen het milieu nog niet tegen ballonnen was, liet ik er weleens eentje op, samen met mijn dochters. Op Koninginnedag. Meestal op het veld langs de Engweg in Hoogland. Het was de plek waar ook het dorpsfeest van Hoogland rond een uit zijn krachten gegroeide bungalowtent een folkloristisch bestaan leidde. Dat is intussen wel anders. Al om 08.00 ’s ochtends stonden wij klaar. Op commando van de burgemeester lieten we de ballonnen los. De hemel kleurde. Bij nader inzien moet ik vaststellen dat wij hier door het hoogste gezag in onze gemeente verleid zijn mee te werken aan een vorm van milieucriminaliteit. Weliswaar deed de (toenmalige) burgemeester het zichtbaar met weinig plezier, maar dat lag vermoedelijk aan het tijdstip. Tegenwoordig gaan de ballonnen op zijn milieuvriendelijkst in een groot net, vastgemaakt aan een paal. Gevangen als vogels met een vliegverbod. Wat gaan we doen, pap? We gaan ballonnen opla…… in een netje doen. En dan, pap? Danne, danne….gaan we naar die ballonnen kijken. Hoe ze allemaal zo mooi in een netje gezellig bij elkaar blijven. Leuk toch? Zullen we gaan? Eh…ga jij maar, pap, mag ik je Ipad?

Uit betrouwbare bron verneem ik intussen dat er rond de traditionele – maar ook al door het milieu verboden - kerstbomenverbranding druk overlegd wordt op het stadhuis. ‘Jullie pakken ons alles af, dat pikken we niet’, zo hebben woedende inwoners het stadhuis al laten weten. Er zijn oplossingen in de maak, zo is wel zeker. Naar het schijnt wordt het een stille tocht. Amersfoorters zullen met kaarsjes naar het terrein van de kerstboomverbranding lopen. Op dat terrein zal een levensgroot scherm staan, zoals we dat kennen van voetbalwedstrijden. Daar zal het Hoofd Vreugdevuren op een knopje drukken. Waarna het beginnende vlammetje op het scherm zal uitgroeien tot een groot vuur. Wie dat wil kan even langs de stand met de aromatische oliën, om zich te hullen in de geur van brandende naaldbomen. Foodtrucks zorgen voor een bedje van opgewarmde oliebollen.

 

41. Verhaal

Lang geleden dacht ik dat het bij verkiezingen alleen maar om inhoud draaide. En niet om de poppetjes. Ik haalde, met mijn generatiegenoten, mijn neus op voor het circus in de Verenigde Staten, waar het alleen maar ging om – toen nog – de man. De presidenten in spe draaiden daar mee met de wind die er waaide. Politiek of tandpasta, je moest het publiek naar de mond praten. Dat deden wij hier anders. Wij hadden partijen met beginselen. Onder de verkiezingsprogramma’s lagen historisch gegroeide fundamenten. De samenleving was overzichtelijk gecompartimenteerd. De meeste mensen hadden een vertrouwde politieke stek.  Toen ik voor het eerst mocht stemmen was dit al aan het schuiven. Ik schoof mee. Ik behoorde tot al de christelijk opgevoede studenten van de Vrije Universiteit die massaal voor de PPR vielen. Het was voor velen, ook voor mij, de tussenstap naar de PvdA van Joop den Uyl. Toen ik ongeveer zes jaar geleden mijn lidmaatschap van deze partij opzegde, werd ik gebeld door een mevrouw van het partijbureau. Of ik het niet nog even wilde proberen. Ze zag de bui al hangen. De bui die boven alle partijen hangt. Ik moest haar teleurstellen. Ik maakte me los. Werd lid van de grootste politieke beweging: de zwevende kiezers. Ik was nog steeds een kind van mijn tijd. De kiezer is intussen even beweeglijk als de consument, die van KPN naar Ziggo hopt, van Menzis naar Zilveren Kruis. De kieswijzer is de echo uit de periode dat inhoud bepalend was. Maar de personen, hun uitstraling, hun debatvaardigheid, hun vermogen om zaken te versimpelen zijn bepalend geworden. Ik ben opgehouden dit erg te vinden. Politiek is mensenwerk. Maar ik zou dan graag straks lokaal willen stemmen op de man of vrouw met een verhaal over de stad. Waar Amersfoort over 20 jaar staat. Die niet over elke scheet vragen stelt. Of gelooft in beleidsplannen waarmee je alle kanten op kan. Graag vliegen afvangt. Ik zoek de man of vrouw met het meeslepende verhaal. Sterker nog, die zelf dat verhaal ís. Dan komt het weer bij elkaar: persoon en inhoud.

 

40. Vrijheid
 

Je mag bijna alles zeggen van de Grondwet. Maar soms voel ik me geremd. Ik had het bijvoorbeeld toen Theo van Gogh werd vermoord. Je dobbert na zo’n gebeurtenis mee op de golven van ongeloof en verontwaardiging. En je neemt de sociaal wenselijke houding aan: over de doden niets dan goeds. Daags na de moord werd ik uit mijn kramp bevrijd door Remco Campert. Hij schreef: de vrijheid van meningsuiting is iets anders dan de vrijheid om mensen tot in hun ziel pijn te doen. Geen reden voor een moord uiteraard, maar van Gogh ging wat Campert betreft niet de geschiedenis in als een held van de vrije meningsuiting. Hij zei het ook namens mij.

MeToo is van een andere orde. Maar ’t is ook een zaak met grote, maatschappelijke impact.  Een kritische noot over het onderwerp is linke soep. Zeker als je man bent. Maar ik waag het er dit keer op. Mijn ergernis begint namelijk mijn meelevendheid te overschaduwen. De massale coming out zal misschien van historische betekenis blijken te zijn. Maar mijn ergernis zit in de hoek van de media. Bij de onbeheerste gretigheid waarmee dit onderwerp wordt opgepakt. Hinderlijk flirtende collega’s liggen op dezelfde hoop als verkrachters. Oude zaken worden, opgepoetst en wel, doodleuk als nieuw gepresenteerd. En nieuwsmedia spelen voor rechter. Zo las ik bijvoorbeeld dit: ‘Een docent van de Toneelacademie Maastricht is geschorst vanwege mogelijk ongewenst gedrag jegens een studente. Hoewel zij geen formele klacht wil indienen, is de toneelschool een onderzoek gestart.’ Deze mogelijke vorm van ongewenst gedrag, waartegen geen klacht is ingediend en waarover nog onderzoek dient te worden verricht, haalde het NOS-journaal. Want er mag even geen potentiële handtastelijkheid worden gemist. DWDD legde de rode loper uit voor BN-er Jelle Brandt Corstius. Hij mocht een oud-collega publiek veroordelen vanwege een onbewijsbare ‘verkrachting’. Misbruik en een BN-er, het is een onweerstaanbare cocktail in medialand.

Maar de vrije pers is iets anders dan de vrijheid om mensen zonder vorm van proces en fatsoenlijk onderzoek te veroordelen.

 

39. Steen

Ben benieuwd wat het koningspaar, lopend van de Koppelpoort naar het Eemplein, heeft gedacht. Misschien heeft Willem Alexander achter zijn hand aan Maxima gevraagd wanneer ze hier de boel gaan afmaken. Gevolgd door een koninklijke kwinkslag: ‘Zul je altijd zien, Max, een dag te vroeg voor de achtbaan. Die RVD-planning deugt voor geen meter’. Bij een volgend bezoek, pakweg over 10 jaar, zal het koninklijk paar een bezoek brengen aan het ‘megamuseum’ aan de oever van de Eem. Dat wil zeggen, als het aan de VVD ligt. Want vandaag de dag ‘prutsen wij wat in de marge’, vindt de VVD. Het wordt tijd voor een ‘museum van formaat’. De aanbidding van steen is diepgeworteld in de Keistad.Wat we er mee gaan doen, is van later zorg. ‘Cultuur’ is bij de VVD geen speerpunt, blijkt uit haar verkiezingsprogramma. De liberalen presenteren dus een grote, lege doos. Wat gaan jullie het weekend doen? We gaan naar het Museum van Formaat in Amersfoort, schijnt heel bijzonder te zijn. En wat is daar dan? Dat is het leuke, dat weet niemand. Het is zoiets als De Fundatie in Zwolle, maar dan anders.

Ook zal het koninklijk paar over 10 jaar langs enkele nieuwe woontorens lopen. Wandelend langs de zonnige Eemkade zullen ze pardoes in de schaduw belanden. Een mee schrijdende ambtenaar zal uitleggen dat hier sprake is van een stedenbouwkundige echo: een verbintenis met het Eemplein, waar je ook zo lekker in de schaduw kunt zitten.  ‘De historische binnenstad, het Eemplein en het Eemhuis vormen samen het kloppend hart van de stad’ lees ik in het VVD-verkiezingsprogramma. Was het maar waar.  Voor een kloppend hart heb je leven nodig. Ja, in het Eemhuis klopt het stadshart. Op het plein klopt het hart van de consument. En de kades langs de Eem zijn een stedelijk stiltegebied. Een hart van steen.  Amendementje voor de VVD-ledenvergadering: een terras van formaat aan de oever van de Eem. 

 

38. Lantaarn

Ze wacht beneden in de hal van de Onze Lieve Vrouwetoren. Beetje ongeduldig, verwachtingsvol. Het gaat zo dadelijk beginnen. Er gaat een deur open. Met haar hoofd naar voren duikt ze door het gat van de deuropening. Als het kind dat de baarmoeder verlaat. Met jeugdig elan danst ze de trap op, naar de eerste stop, de beiaard. Ze timmert wat op het oude klavier en ze eet een krentenbol. Dan moet ze verder. De spielerei is voorbij. De benen zijn al minder soepel. Haar linker enkel protesteert. Dan komt ze, bezweet, op de eerste omloop.  Ze ziet het huis waar ze woont, het kinderdagverblijf waar ze werkt, het oude ziekenhuis waar haar moeder stierf. Maar ze ziet niet alles. De vertes laten veel te raden over. Ze is te druk en te ongedurig om er lang bij stil te staan. Ze klimt weer. Het lijkt wel of ze bij elke stap ouder wordt. Maar ze klimt door en komt op de tweede omloop. De hemel is nagenoeg wolkeloos. Het zonlicht op haar 58-jarige gezicht verraadt de langzame intocht van grijze haren. Ze zit er niet mee. Het uitzicht is prachtig. ‘Kijk, daar, St Joris – nu San Georgio – ons bruiloftsfeest. En hier beneden bij het theater, ons favoriete terras’, roept ze. Ze ziet ook haar jonge kleinkinderen spelen bij Zandfoort aan de Eem. In gedachten trekt ze een denkbeeldige lijn langs de Amersfoortse plekken van haar levensgeschiedenis. ‘Kunnen we nog hoger?’ vraagt ze lachend.

Ook zag ze toen, zo’n vier jaar geleden, de contouren van Utrecht, maar het UMC zat nog niet in haar blikveld. Wel haar geliefde, witte huis, waar ze een paar jaar later afscheid moest nemen van mij en onze dochters. Kunnen we nog hoger? vroeg ze. Ja, dat kon ze.  Ze is nu verbonden aan het hoogste punt van de toren, de herinneringslantaarn. Het is het nachtelijke licht waaraan de nagedachtenis van al meer dan honderd overleden Amersfoorters is gekoppeld. Hun nabestaanden waren afgelopen zondag samen in Theater De Lieve Vrouw. Om stil te staan bij hun levens. Dat was mooi. Ik was erbij. Zij ook.

 

37. Roeptoeters

Politieke herrie. Hans van Wegen. Hij zou het verhaal over financiële problemen van de Amerena-aannemer hebben verzonnen.  We bellen even met onze politiek commentator. “Tja, types als Hans van Wegen noemen wij in het vak ‘roeptoeterpolitici’.  Ze zijn een product van ons falende, politieke systeem”. Hoezo? Is het niet gewoon vroeg verkiezingslawaai? ‘’Dat ook. Maar er is meer. Ik las een oproep van D66-er Kees Verhoeven om straks in Amersfoort te stemmen ‘op iemand die je kent’. Een dorpse droom. Verreweg de meeste kiezers hebben nog nooit een politicus van dichtbij gezien. Er zijn 39 raadsleden in Amersfoort. Zij vertegenwoordigen 114.000 kiesgerechtigden. De gemiddelde Amersfoortse burger moet dus volgens Verhoeven 3000 lokale kennissen hebben. En een grote tuin.” Maar het gaat uiteindelijke toch om de verkiezingsprogramma’s van de partijen? “Alweer een sprookje. Een verkiezingsprogramma is als oma’s koffiepot. Je wilt hem niet wegdoen. Maar niemand leest het. Politieke partijen zijn leeggelopen. Hun rol in de vertegenwoordigende democratie is achterhaald.” Toe maar. Maar wat heeft dit te maken met roeptoeters? “Het politieke landschap is versplinterd. Na de verkiezingen komt er een college-akkoord. Deze partijpolitieke hutspot wordt het baken voor een groepje bestuurders. Formeel allemaal dik in orde. Maar de kiezers verdwalen in de mist. De oppositie kan zich dan mooi profileren. De roeptoeterpolitici zijn in het voordeel: ze geloven namelijk in het principe dat je een lekker verhaal beter niet kunt doodchecken. En dankzij publiciteit krijgen ze bekendheid. Meer dan anderen. Volgens de ‘oude politiek’ zijn het politieke oproerkraaiers. Dat zijn het natuurlijk ook. Maar zelf zitten ze braaf te zijn in het stadhuis, met een fictief mandaat.” Pardon? “Het mandaat hapert aan alle kanten. De helft van de kiezers doet bovendien lokaal niet mee. Heeft de fungerende democratie nog een hardere schop onder de kont nodig? Ik zou zeggen: geen tijd te verliezen, doe bijvoorbeeld veel meer met die duizend burgers van de G1000.” Waarom? “De kans dat je er daar eentje van kent is een stuk groter”.

 

36. Toedeloe

U kent ze wel, de stadsberichten. Ze vormen een katern in het weekblad Stad Amersfoort. Je vindt er officiële bekendmakingen. Zodat we gewaarschuwd zijn voor ‘het wijzigen van een entreedeur van een winkelpand in de Hellestraat’. Verder de raadsagenda, duurzaamheidstips, informatiebijeenkomsten, de WOZ-waarde. Alles wat de gemiddelde mens saai vindt. Een soort zendtijd voor politieke partijen. Die vind je tegenwoordig in het Siberië van Hilversum: op nachtelijke tijdstippen of elders waar een instorting van kijkcijfers geen kwaad kan.

De gedichten van de Amersfoortse stadsdichter – nu Eva Vleeskruyer – staan ook in het Siberische katern. De stadsdichter is aangesteld door de gemeente, zodat haar verplichte productie een plek krijgt tussen de gemeentelijke bedrijfsmededelingen.  Erger kun je als dichter niet verstopt worden. Van zakelijke mededelingen kun je zeggen dat ze nuttig zijn. Toen de mensheid nog nauwelijks geletterd was, werd de dichtvorm gebruikt voor kennisoverdracht. Maar dat is lang geleden, hoor. Poëzie staat niet meer voor nut, maar voor schoonheid, gevoel, reflectie. Als ik stadsdichter was zou ik zorgen dat ik een plek kreeg in de rubriek ‘vertrokken met onbekende bestemming’, de gemeentelijke mededelingen over mensen die niet meer op hun ingeschreven adres wonen. Ik zou vervolgens in het krantje een verhuisgedicht plaatsen.

U dacht misschien: een wekelijks gedicht

Dat past hier wel, als olie bij azijn

We zitten vast wel op de goeie lijn

Gedicht rijmt immers mooi op stadsbericht

 

Maar ‘k gooi hier enkel parels voor het zwijn

Ik doe het, want het is mijn droeve plicht

Maar ‘k ben een badgast die op stenen ligt

Die waterlelies plant in de woestijn.

 

’ t Is mooi geweest, de groeten, ‘k ga verkassen

Het kan me nauw’lijks schelen waarnaartoe

Een dichter is geen schutting, snappez-vous?

 

Ik ga mijn poëzie in bomen krassen

Ik ga mijn regels schreeuwen op terrassen

 

Maar in dit krantje nooit meer, toedeloe!

 

35. Bedelman

Een onbekend telefoonnummer. Ik neem op. Aan de andere kant van de lijn klinkt een net iets te enthousiaste stem. ‘Goedemorgen meneer Groenendijk, hoe is het met u?’ Geen idee wie het is. Heb het donkerbruine vermoeden dat de bedelbranche mij weer gevonden heeft. De man is duidelijk op cursus geweest. De gewenste opening heeft hij goed onthouden: begin persoonlijk, maak duidelijk dat je geïnteresseerd bent in de klant, vraag bijvoorbeeld hoe het met hem is. ‘Goed. Met u?’ Dat antwoord staat niet in zijn lijstje. Wel iets anders: de klant heeft geen behoefte aan een lullenpraatje. Schakel in dat geval door naar het doel van je gesprek. Niet te snel, want dan kan de klant nog makkelijk afhaken. Hou hem aan de praat. Dan groeit het commitment. ‘Wat fijn, meneer Groenendijk, dat u de Hartstichting al jarenlang steunt’. De bedelman laat een pauze vallen. Ik geef geen krimp. En overweeg een afsluitend ‘leuk dat u gebeld hebt, dank u wel’. Maar ik laat hem zijn cursusmateriaal afwerken. ‘Wat is uw overweging ons te steunen, meneer Groenendijk?’ Het ge-meneergroenendijk begint nu lelijk te jeuken. Maar de bedelman zit goed op cursuskoers. Hij laat de klant zelf zeggen waarom de Hartstichting zo belangrijk is. Het verkort de route naar zijn portemonnee. Mijn antwoord wordt dan ook met vreugde ontvangen. ‘Meneer Groenendijk, wat fijn dat u dat zegt’. Ik ben binnen. Het net hangt om mij heen. De bedelman gaat nu ophalen. Hij geeft een kort college. Over de goede dingen die met mijn geld gerealiseerd zijn. Maar - en nu volgt de lang uitgestelde kernboodschap: ‘er is meer geld nodig, meneer Groenendijk’. Nu mag ik. Ik beloof dat alles goed komt als hij mij eens per jaar een acceptgiro stuurt, mij niet lastigvalt met al die tussentijdse bedelpost en nooit meer belt.  In ruil voor een telefonisch overeen te komen machtiging wil de bedelman een eind met me mee gaan. Dan is meneer Groenendijk hem zat.

 

34. Wapperen

Het WK Opgieten in Soesterberg? Ik wist al wel van het WK Armpje Drukken. Je kunt eraan deelnemen als linksarmige, als rechtsarmige en als éénarmige. De éénarmigen hebben meestal iets te fanatiek meegedaan aan één van de twee andere categorieën. Donald Trump en Kim Jong-un doen volgende keer ook mee. Bij leven en welzijn. Ook ken ik de Finse gewoonte van mannen om een hardloopwedstrijdje te doen met hun vrouwen op de rug. Het is voortgekomen uit een Fins veroveringsritueel. En is uitgegroeid tot een wereldsport.  Met deelnemers uit 35 landen. Zwemmen met hindernisbaan is tegenwoordig wat minder populair, maar was ooit een Olympische sport. In het Engelse Wells is er elk jaar een man-tegen-paard-marathon. Maar de internationale gemeenschap is er nog niet rijp voor. Dat geldt ook voor het - eveneens Engelse -  kampioenschap ‘kaasrollen’. Sportinnovatie heeft tijd nodig. Ook ons eigen wc-pot-gooien is, ondanks de koninklijke deelname, nog niet echt doorgebroken. En het lukt de Belgen maar niet om het kampioenschap ‘dronken vissen’ te exporteren. Maar dan ineens is er wél het Wereldkampioenschap Opgieten. Het was afgelopen weekend in het Soesterbergse Saunatheater. Want dat bestaat. De zwetende toeschouwers genoten van zestien opgietshows. Iets met saunameesters, etherische olie, lavastenen, wapperende handdoeken en warmtebeleving. Ik heb, met uw welnemen, de voorstellingen laten lopen. Ook ben ik niet echt de ideale deelnemer aan samenscholingen in een park waar gezamenlijk de zon wordt gegroet. In het kader van de Amersfoortse, culturele diversiteit is zo’n zonnegroet in park Randenbroek vast een aanwinst, maar persoonlijk ben ik van mening dat de zon eerst maar eens wat vaker zelf moet groeten. Dan praten we wel weer verder. Wel doe ik graag mee aan het Amersfoortse wedstrijdje tussen auto en fiets. Er was zaterdag een proefcompetitie. Wie het snelst van A naar B gaat. Het zou wat mij betreft een jaarlijks evenement moeten worden. Waarbij de fiets elk jaar terrein wint. Met wapperende shirts. Desnoods inclusief fietsbeleving.

 

33. Bus

Is busvervoer net zoiets als straatverlichting? Als het om lantaarnpalen gaat zit de overheid aan de knoppen. Het is ook lastig om de kosten van die verlichting individueel af te rekenen. Bij bussen ligt dat anders.

In Leusden en in het Amersfoortse Soesterkwartier zijn bewoners in opstand gekomen tegen ‘onzalige’ besluiten van Syntus om buslijnen te schrappen. Gedupeerden doen een beroep op de overheid om financieel bij te springen. Ook de Amersfoortse SP wil dat er extra overheidscenten op tafel komen.  Met deze kwestie bevinden we ons weer eens in het grensgebied van de verzorgingsstaat. Er loopt maar één spoor naar Zeeland. Het eindigt in Vlissingen. De trein stopt bij plaatsen die langs deze route liggen. Maar de trein gaat niet naar Zierikzee of Terneuzen. Ze hebben daar wel straatverlichting. Als je vanuit Amersfoort met het openbaar vervoer naar Zierikzee wilt, ben je 3, 5 uur onderweg. Niet alle Nederlanders kunnen dus in de buurt op de trein stappen. Kwestie van kosten en baten.

Het openbaar vervoer is publiek/privaat georganiseerd. Syntus is vijf jaar geleden al bijna failliet gegaan aan een te royaal aanbod bij een aanbesteding in Oost-Nederland. In rode cijfers hebben ze daar geen zin meer. De overheid kan theoretisch alle onrendabele verbindingen subsidiëren. Maar de overheid is ook maar een mens. Ze wil veel, maar kan niet alles. En zo kan het dus gebeuren dat een oude, eenzame vrouw op zondag niet meer met de bus naar haar kinderen kan. Hard ‘boe’ roepen naar de overheid helpt niet. Het is een reflex uit voorbije tijden. Toen het sprookje van de alles regelende overheid nog regelmatig werd voorgelezen voor het slapen gaan. Vier jaar geleden is in Den Haag de participatiesamenleving gelanceerd. Of we voortaan wat meer zelf willen oppakken Zou ook zomaar een sprookje kunnen worden.  Maar voorlopig lijken mij doe-het-zelvers de enige redding voor die eenzame, oude vrouw.

 

32. Brand

Zondagochtend 25 november 1990. Telefoon. Fons Asselbergs. Wethouder met onder meer de culturele portefeuille. In die hoedanigheid ook voorzitter van het Flint-Bestuur. De Flint wordt nog bestuurd door een gemeentelijke commissie. Ik zit er een tijdje in. ‘De Flint is vannacht afgebrand’. Goedemorgen. De schrik duurt een halve minuut. Maar al snel weet ik – weet iedereen, zonder het hardop uit te spreken -  dat dit het beste is dat De Flint kan overkomen.

De Flint was een doos uit de jaren zeventig. Architect Onno Greiner, bejubeld voor zijn ontwerp, was er uitstekend in geslaagd alle jeu, al het pluche en al het theatergevoel uit het ontwerp weg te democratiseren. Om de drempel maar zo laag mogelijk te maken. Beton, beton, beton. Ik heb er nog pijn van in mijn kont. Eén ding was dus goed aan de oude Flint. Hij kon in de fik vliegen. Toevallig stond in die dagen de toneeltoren al enige tijd op de agenda, gekoppeld aan een hinderlijk hoog bedrag. Ook meteen opgelost. De Flint werd in 1977 de opvolger van de Markthal en vooral het Grand Theater. Als Amersfoortse scholier beleefde ik in dit oude Grand theater schoolconcerten. Ik zag er een pianist die op muziek van Chopin dravende paarden tot leven wist te wekken. Aan de overkant van het Grand zat de Amersfoortse Courant. Achter het glas hingen de actuele pagina's. De lichtkrant van toen.  De Snouckaertlaan was eigenlijk het Broadway van Amersfoort. Het Grand Theater schakelde, met de komst van De Flint, volledig over op film. Het gebouw was niet toegesneden op de eisen van een moderne bioscoop. Maar daar hebben we in Amersfoort een oplossing voor. Brand. Het was 1988. Hierna konden andere bioscopen in Amersfoort worden gesloten en werd het Grand, nu Vue, een bioscoop met een groot aantal zalen.

Ik bedoel maar te zeggen: bij het denken over een nieuwe cultuurvisie zou ik de Amersfoortse fikfactor niet onderschatten.

 

31. Terugkijken

‘Moet je horen, ga ik ook eens met de trein naar Utrecht. Sta even te wachten op het perron. Kijk uit verveling naar een reclamebord. Blijkt dat bord terug te kijken. Het staat daar gewoon te tellen hoeveel mensen er naar hem kijken. Want mijn kijktijd, ook al verveelde ik me te pletter, schijnt interessant voor de adverteerder. En het bord weet nu ook dat ik een man ben van rond de 50. En wat denk je? Ik loop weg, en er kan er nog geen bedankje af. ’t Is een schande. De privacy is definitief door de plee getrokken. ’

Bas is nogal snel opgewonden, dus ik probeer hem te kalmeren. ‘Joh, je hebt drie weken op de camping gezeten. Waar iedereen elkaar dagenlang zit aan te gapen. Wat is je probleem?’ ‘Ja, dat is vakantie hè, dat is wat anders. Daar kies ik bovendien zelf voor. En ik heb een windscherm’. Ik pak mijn mobieltje en begin Bas te filmen. Hij kijkt me even aan en zegt: ‘Ja, ik weet heus wel wat je bedoelt. Maar jij mag mij niet zonder toestemming filmen, dat weet je zelf ook wel’. ‘Ja’, zeg ik, ‘dat weet ik, maar hoeveel mobieltjes zijn er dagelijks om jou heen? Kun jij praktisch gesproken verhinderen dat je wordt gefilmd? Misschien zijn ze je wel aan het volgen, met een ploeg van 100 mobieltjes. Voor Bas The Movie’. Bas kan er niet om lachen. ‘Jij altijd met je theoretische gelul. Het klopt gewoon niet, zo’n reclamebord’. Ik laat even een pauze vallen. ‘Je zit op Facebook, hè. Is dat ook niet zo’n reclamebord dat terugkijkt? En als je bijvoorbeeld googelt op ‘dekbedhoes’ word je dan niet wekenlang digitaal achtervolgd met dekbedhoezen? Waarom accepteer je dat allemaal dan wel?’ ‘Omdat ik daarvoor kies’, beëindigt Bas de discussie en loopt weg. ‘Theoretisch’, wil ik hem nog naroepen. Maar ik laat het maar. Ik ken hem. Ontploffingsgevaar.

 

30. Wapen

Er gaan dagen voorbij dat ik niet aan St Joris denk. Terwijl hij de beschermheilige van mijn stad is. Een jonkvrouw verlossen uit een burcht, ik zou het graag een keer nadoen. En dan eerst de draak een kopje kleiner maken. Gewoon omdat hij in de weg loopt. Op de burcht van deze jonkvrouw stonden witte vlaggen met daarop een rood kruis. Dit kruis werd het wapen van Amersfoort. Nou ja, de onvermijdelijke, flankerende leeuwen kwamen erbij. Plus de slagroom in de vorm van een kroon. In het huidige logo van de gemeente zijn leeuw en kroon wazig op de achtergrond aanwezig. Zo gaat dat, je moderniseert maar je wilt het oude behouden.

In Leusden hebben ze dat ook geprobeerd. Ze hebben een logo-oorlogje achter de rug. Leusden heeft een polderwapen: een zilveren kruis vanwege het vroegere Sticht Utrecht, plompebladeren uit de vroegste periode van het zelfstandige Leusden, een schuinkruis van de ridder uit Lockhorst en – die konden er ook nog wel bij – zes lelies van Stoutenburg, dat vanaf 1969 bij Leusden hoort. Kroontje erop, klaar. Tegenwoordig noemen we dit een stripverhaal. Van dit wapen is vervolgens een logo gemaakt. Dat leek erg sterk op het wapen, maar was het net niet. Dus is Leusden logomatig bezien nog verder van huis geraakt: een warrig logo, dat ook nog eens historisch onjuist is. Een extern bureau mag het gaan oplossen.

Het kruis van Amersfoort is goed beschouwd een groot plusteken. De stad zag zichzelf dus van oudsher al als een groeistad. Heldere boodschap. Al is het met zo’n grote plus weer niet de bedoeling dat je onder financieel toezicht komt van de provincie. Nu Amersfoort voor zijn groei Vathorst West in het vizier heeft, staan er nogal wat draken klaar: aannemers in een riante onderhandelingspositie, stankoverlast en nog een paar meer. Dus misschien is het een goed idee de blik ook op het zuiden te richten. Want ooit zal het komen, het nieuwe wapen: vier plompebladeren in het kruis.

 

29. Hazenpad

Hoe hoog kunnen reeën springen.? Het prikkeldraad is dan wel weg, maar het ecoduct bij Soesterberg wordt nog altijd aan twee kanten afgesloten met een hek van een dikke meter hoog. Op zich begrijpelijk dat je een bouwwerkje van 20 miljoen niet zomaar voor Jan en Alleman openstelt. De bedoeling is om mountainbikers en ander volk te weren. Met een hek van 1.20 hoog. Dat zal ze leren.

Op het ecoduct wordt van een afstand maar zelden een dier gespot. Het is een eldorado voor kruipers. Vermoeden we. We moeten vrezen dat de kosten per overstekende boskrekel ver boven het gemiddelde taxitarief liggen. Elders in het land zijn wel pogingen gedaan het verkeer op de ecoducten in kaart te brengen. Dat lukt niet erg. Het is bewerkelijk en dus duur. Aantallen zeggen bovendien niet alles. Want voor hetzelfde geld loopt er een hazenfamilie elke dag over het ecoduct en weer terug. Even bij opa en oma langs. Dat levert op jaarbasis 2000 bewegingen op, maar nog altijd maar zes dieren. Een duur hazenpad. Ook is nog niet duidelijk of de 66 ecoducten in Nederland effect hebben op het overleven van diersoorten. Al met al zijn de ecoducten vooralsnog even sympathiek als onrendabel. Gelukkig ligt er hier en daar een fietspad langs. Zodat de fietsende mens er ook plezier van heeft. Niet alleen de Gazelles.

Reeën kunnen natuurlijk met gemak over een hekje van 1.20 springen. Maar in de wereld van de herten speelt iets anders. Al jaren staan ze sierlijk afgebeeld op borden langs de wegen. Daar zijn ze trots op. Ze zijn net als wij. Wij klimmen ook liever een berg op dan dat we in zo’n suffe kabelbaan omhooggaan. De reeën zijn gaan houden van het wilde oversteken. Van het gevaar. Van hun portretten langs de weg. Ecoducten zijn voor angsthazen.

 

28. Dutje

Ik lig languit in het gras. Om mij heen het groen van Landgoed Schaep en Burgh in ’s-Graveland. Het is de locatie van Wonderfeel, festival voor liefhebbers van klassieke muziek. Ik heb deze zaterdagochtend een artikel gelezen over festivals in Nederland. Het wordt allemaal wat veel voor ons kleine land. In de grote steden worden vergunningen geweigerd. Te veel herrie en overlast. Geen geld meer voor opnieuw een blik agenten die de boel in het gareel moet houden. Van die dingen.

Maar ik lig in het gras. In de nabije tent is het volle bak. Er speelt een pianist. Nou ja, af en toe beroert hij de toetsen. Hij is van de slow music. Achter mij zitten stelletjes op zelf meegebrachte stoeltjes. Hun aandacht verslapt. ‘Gaan jullie nog naar Frankrijk deze zomer?’ ‘Nee, dit jaar niet. Het huis staat onder water.’ ‘Wat? Regent het daar zo erg!?’

Er gaan meer mensen in het gras liggen. Vorig jaar waren er 934 festivals in Nederland. Het zijn evenzovele smaken, thuishavens, miniwereldjes. Feestelijk verpakte zuiltjes in het Nederland van vandaag. Er is al een woord voor: festivalisering. Het betekent dat we er met zijn allen één groot feest van maken. Daar ben ik niet tegen. Wonderfeel, een half uurtje rijden vanaf Amersfoort, is een parel. Nergens is klassieke muziek zo leuk en toegankelijk. Al moet je er soms uit je muzikale comfort zone stappen.

Ik lig in het gras. De pianist speelt nog altijd maar heel af en toe een loopje van 2 seconden. Zou de partituur steeds wegwaaien? Ik kan het niet zien vanaf het gras. De pauze na de laatste klanken duurt nu wel heel lang. Voorzichtig begint iemand te klappen. De rest volgt. Als ik opsta blijkt de helft van het zittende publiek verdwenen te zijn. Het grasveld daarentegen ligt bezaaid met festivalgangers. Het effect van een muziekstuk dat gedomineerd wordt door rusttekens. Dut in D klein.

 

27. Dromen

Het is mooi weer, ik fiets graag, dus ik ging voor een werkbezoekje naar Deventer. Want ik moet op deze plek nu eenmaal af en toe een mening geven. En dan kan een fundament geen kwaad.

Het stadhuis van Deventer heeft een prijs gewonnen. Het beste gebouw van Nederland. Prijs van de architectenbureaus. Het is ook een wonderbaarlijk goed gelukt gebouw. Mooi, functioneel, origineel, uitnodigend, goed geïntegreerd in de oude binnenstad. Het is een product van een dromer. En van een college dat zich niet gek liet maken door protesterende burgers  en meehuilende raadsleden. Het gebouw is er gekomen dankzij verbeelding, moed en een fors budget. Het probleem van het Amersfoortse stadhuis is niet dat de verbouwing 30 of 40 miljoen gaat kosten. Het probleem is dat het in de hoek van het groot onderhoud zit. Dat er naar het schijnt geen enkele poging wordt gedaan het gebouw de stad in te duwen. Of de burgers het stadhuis in te trekken. Er speelt maar één vraag: verbouwen we hier of bouwen we daar? En dan is er ook nog die klassieke dorpsruzie. Ondernemers zijn tegen de verbouwing. Ze gaven een negatief advies. Want ze bouwen liever.  En speelden in op sentimenten van burgers. De VVD is  meteen van de leg geraakt.

Maar de verbeelding? Gelukkig hebben we Willem van Gaal, binnenstadbewoner. Hij wil het water terug op de Stadsring. En heeft een plan. Ik kom nog wel eens in andere steden met een middeleeuwse kern. Je ziet daar wat de singels met het water aan de buitenkant van het centrum doen. Een stadsboulevard maakt het centrum ook groter. En als Amersfoort ergens een probleem heeft - 180.000 inwoners over 20 jaar - dan is het wel zijn veel te kleine binnenstad. Willem van Gaal is de dromer van deze zomer. Die zomer mag van mij heel lang duren. Er zullen wetten zijn. En praktische bezwaren. Allemaal tot uw dienst. Maar mag de verbeelding ook weer es een keer mee doen?

26. Brug

Zat er een komkommer in het mechaniek van de Koppelbrug? De brug ging open en bleef tien centimeter boven de grond hangen. Curieus zomernieuws. En vooral dan het commentaar van de woordvoerder. ‘We hebben geen idee hoe het komt, maar we kunnen stellen dat het niet gevaarlijk is om over de brug te rijden.’ Die hond heeft dan wel uw vinger afgebeten, maar we kunnen stellen dat hij poeslief is. De caravan is door zijn assen gezakt, maar we kunnen stellen dat hij nog altijd als een zonnetje achter uw auto hangt.

Het vakantieseizoen is miraculeus geopend. We gaan ons even nergens druk meer over maken. Dus ook niet over de nieuwste groeiprognose. Dat we in 2040 met 180.000 zijn in Amersfoort. Waar we die 30.000 nieuwkomers gaan laten, dat zien we na de zomer wel weer. Als ik in Soest of Leusden woonde, zou ik me druk maken over annexatie. Maar dat zou ik ook pas na de zomer doen. Want de zomer is bij uitstek het seizoen waarin je tot je eigen verbazing in de stilstand der dingen gaat geloven. Dat alles blijft zoals het is. Je duikt in een stapel boeken. Je klimt een berg op. Je kijkt weer es naar de sterren. Je volgt de zonsondergang alsof het een nieuwe Netflix-serie is. Hooguit zijn er momenten dat je toch even aan september denkt. Zomaar, als een donderslag bij heldere hemel. Bijvoorbeeld op de Grote markt in Antwerpen, de huiskamer van de Vlaamse hoofdstad. Je blik valt op de Brabofontein. En op de bronzen Brabo die de hand van de reus wegwerpt. Je denkt meteen aan het kunstwerk op de Hof en mompelt: kut, ik ben wethouder.

De zomervakantie is een brug tussen drukte en drukte. Soms gaat hij onbedoeld een stukje open. Mijn woordvoerder laat weten dat we geen idee hebben hoe het komt. Maar dat u gerust op vakantie kunt gaan.

 

25. Koffie

Zo af en toe maak ik wel es een zinloze wandeling. Zonder boodschappentas, nergens heen. Zó zinloos dat je denkt: moet ik vaker doen. Al is het natuurlijk ook weer niet de bedoeling dat je zin krijgt in zinloze wandelingen. Tijdens zo’n wandeling zie je de gekste dingen. Zo zag ik ergens in de verte hoe jonge mensen hard aan het lachen waren. Ze verzamelden stenen. Even later renden ze weg. Ze hadden de stenen gierend van de lach door de ruiten van een school gegooid. Ik liep verder en kwam in een straat waar buren het kennelijk niet goed met elkaar kunnen vinden. De tyfushoeren en krijg-de-kankers waren niet van de lucht. Ze zwegen pas toen één van de buren met een mes kwam aanzetten en dit dreigde te parkeren in het lichaam van de schreeuwlelijk die naast hem woont. Ik liep de Mediamarkt in. Daar vind je veel zinloze dingen. Bijvoorbeeld de rij televisieschermen die allemaal hetzelfde beeld geven. Ik werd 20-voudig bediend met beelden uit Aleppo, vluchtende en reddeloze mensen, kinderen met door angst getekende gezichten. Toen ik weer buiten was, zag ik vier jongens staan. Ze keken over de schouder van een vriendje met een tablet. Ik herkende de samenzweringshouding: porno. Verderop waggelde een man in versleten kleding de Lidl uit, met een tas vol blikjes bier. Eén ervan had hij alweer open. Kort daarna wierp hij het lege blikje in de tuin onder een rozenstruik. Ik zette koers richting huis. Ik passeerde een koffietent waar zojuist een walm van wiet naar buiten kwam lopen. Ik drink liever andere koffie, dus liep door. Weer thuis keek ik op de plattegrond van Amersfoort en zag wat ik vermoedde: alles wat ik had gezien bevond zich op minder dan 250 meter van een middelbare school. Behalve dan die koffie verkeerd. Arme kinderen. Het complete leven voltrekt zich potdomme in de onmiddellijke nabijheid van hun scholen. Het zou verboden moeten worden.

 

24. Fontana

‘Goedemorgen meneer Bernini, fijn dat u even langs kan komen’ ‘Met alle plezier, Uwe Heiligheid Urbanus, ik ben zeer vereerd en overweldigd door uw nabijheid’. ‘Gaat u zitten, waarde Bernini, mag ik u een kapucijnse koffie aanbieden?’ ‘U bent zeer ruimhartig, Heilige Vader, deze Weense traktatie is een streling zijn voor mijn Napolitaanse tong’ ‘Dank dat u mijn opdracht met voortvarendheid hebt volbracht. Het wordt hoog tijd dat het onbeduidende fonteintje op het Piazza di Trevi een waardige opvolger gaat krijgen. Ik heb uw tekening bestudeerd. Uw fantasie en ruimtelijke inzicht zijn opzienbarend’ ‘Dank u. Ik bloos tot achter mijn oren. Ik zet mijn bescheiden talenten graag in ter meerdere glorie van Uwe Grootheid’ ‘Over grootheid gesproken, Bernini, ik heb mij een voorstelling geprobeerd te maken van de nieuwe fontein. En vraag mij af: kan het een paar ons minder? Er blijft van het plein verder niet veel over op deze manier. Ik vrees dat ik ook gelazer krijg met kooplieden. Mensen moeten eten, Bernini.’ ‘Mijn paus, mijn opdrachtgever, U bent de maat der dingen. Ik wil u niet tegenspreken. In alle bescheidenheid werp ik slechts op dat ook beeldhouwkundig spektakel de honger stilt, de honger van mensen naar het mooie, het bovenaardse. Een onbeduidend plein kan zomaar een attractie worden, úw attractie.‘ ‘Hm, je bent een handige prater, Bernini. Ik denk er nog even over na. Ga jij maar eens nadenken over een proefmodel op ware grootte, van boomstammen of zo. Dan praten we verder’

Het duurde hierna nog een dikke eeuw voordat de Trevi Fontein werd ingewijd. Bernini en paus Urbanus VIII waren al lang overleden. Misschien is het een idee om in de aanloop naar de Amersfoortse gemeenteraadsverkiezingen van onze toekomstige bestuurders modellen van triplex te maken. We zetten ze dan met zijn allen rond de stadbron op de Hof. Kunnen we alvast beoordelen of ze er een beetje besluitvaardig uitzien.

 

23. Huis

De verbouwing van het stadhuis moet duurder worden. Want de toekomst vraagt om meer dan een bestuursgebouw.

In de muziek versmelten culturen. In het eten niet minder. De telefoon is ook een camera. De televisie een computer en omgekeerd. Boekhandels doen aan horeca. Tuinen zijn theaters. Dingen zijn nier meer wat ze zijn. Hybride, noemen we dat. Vertrouwde, uiterlijke verschijningsvormen zijn verraderlijk. En geweest. Het is multi wat de klok slaat.  Let maar op: via stoplichten krijgen we binnenkort in het middelste rondje het laatste nieuws.

Het Amersfoortse stadhuis moet worden verbouwd. Logisch. Het staat er alweer ruim 40 jaar. En dat kost een paar centen. Het is gebruikelijk dat er dan kritiek komt. We hebben het namelijk over de overheid. En ‘onze’ centen. Dat doet maar. Het is ook een dankbaar onderwerp voor populisten. Ze zijn nooit te beroerd om met hun specialisme – lucht – weer een vuurtje aan te blazen. Maar die verbouwing is natuurlijk gewoon nodig. We laten thuis de boel ook niet versloffen. Maar strakjes moet het verbouwde gebouw weer de nodige decennia mee. Dan heeft het weliswaar een keurig energiestempel, maar is het ook verder toekomstvast? Het zit nu in de categorie ziekenhuis: je komt er als het niet anders kan. Want in 2017 moet je nog steeds aan balies staan voor paspoorten en noem maar op. Die hele hal met zijn nummertjes en wachtbankjes is levend verleden. Dus straks komt er niemand meer. Dan is het gebouw van hullie, niet van ons. Maak het gebouw van ons. Een huis van de democratie. Maak van de hal een grand café. Desnoods inclusief balies. Plus een speakers’ corner. Zorg dat de G1000 zichtbaar is. Zodat dit visionaire initiatief uit de marge verdwijnt. Maak van die deprimerende raadzaal een theater. Vergader daar als de oude Grieken. En geef daar ook de amateurkunst ruim baan. Dus maak die verbouwing alsjeblieft duurder. Dan wordt het stadhuis een huis van de stad.

 

22. Stilte

Wie stilte wil heeft herrie nodig. Ik schrijf dit op Terschelling. Vorige week was het hier stil. Deze week is het eiland een podium. Oerol. Het is de grootste theatrale uitspatting van Nederland. Wanneer hier iemand dood neervalt, staat er meteen een kring mensen omheen. Zij zijn benieuwd hoe het verder gaat. Ik ben hier niet voor de stilte. Maar je kunt hem zelfs nu vinden. Afgezonderd, in de duinen. Dat is de mooiste stilte. De stilte aan de rand van het lawaai. Gevlucht geluid.

Ik herinner me een scene van Bert en Ernie waarin ze aan kinderen uitleggen wat de stilte is. Bert begint keihard te schreeuwen en op trommels te slaan. Zó lang en hard dat Ernie er gek van wordt. Dan ineens houdt hij op. Het is muisstil. Hoor je de stilte, Ernie?

In de Amersfoortse regio is de stilte inzet van bestuurlijke onderhandelingen. Want lawaai is volgens wetenschappers oorzaak van slapeloosheid en andere ongemakken. Je kunt doodgaan aan lawaai. Het voordeel van een lawaaiige stad is dat je er - volgens de Wet van Bert en Ernie - de mooiste stiltes aan kunt vastknopen. Maar dan heb je ruimte nodig. Ruimte die je ook nodig hebt voor woningbouw. Woningbouw is lawaai. Bij de verdeling van woningbouw in de regio gaat het om de vraag: wie houdt de meeste stilte over? Leusden heeft al een brutale graai in de stiltepot gedaan. Amersfoort heeft op zijn beurt niet veel zin in de westelijke ontgroening van Vathorst. De stilte is een gat in de markt. Het Nederlands Bijbel Genootschap heeft al een ‘digitale retraite’ bedacht. Bijbelse overpeinzingen die voorzien in de behoefte aan ‘innerlijke stilte’. Ook een idee: gewoon lekker doorbouwen met die woningen en bij de oplevering gratis een usb-stick met voor 10 jaar digitale retraites. Je kunt natuurlijk ook op het platteland gaan wonen. Daar is het altijd stil. Categorie eeuwige stilte. Ik zou er snakken naar lawaai.

 

21. Veertien

Er zijn dingen waar ik niks van begrijp. Ik ben het afgelopen weekend op Lepeltje Lepeltje, het foodfestival van Amersfoort. Ik kom daar voor de band die Lubbertus Brugge bijeen heeft gesprokkeld om het hele Beatles Album ‘Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ te spelen. Vijftig jaar geleden zag het album het licht. Het is druk. Ik word meegevoerd door de stroom mensen. Ik ben verbaasd. Heb namelijk net enkele keukenwinkels bezocht en begrepen dat mensen erg gesteld zijn op luxe. Kookeilanden, kokendwaterkranen, stoomovens. Veel festivalbezoekers zitten in het gras. Met een plastic beker bier. En een broodje tussen een servetje. Ik loop door, bots af en toe frontaal op een andere bezoeker – tepeltje tepeltje – en ga in de rij staan voor muntjes. Want zonder muntjes geen food. Ik vraag me af wat mensen hier brengt. Vijf minuten lopen en je zit op een terras met een veel lekkerder biertje en beter en goedkoper eten op een bord. Wat is het? Waarom voel ik me hier niet thuis? Is het mijn aversie tegen de food hype? Met zijn fluffy broodjes, zijn raw-food en zijn boerenkoolspruitjes? Wat doe ik op deze uit de hand gelopen picknick?

Ik vind een plek met goed uitzicht op de Sgt Pepper-band. Ik bedenk dat dit Beatles-album Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh inspireerde tot het album Picknick. Even later sta ik mee te zingen met de liedjes van Sgt Pepper. Vijftig jaar geleden zong ik de liedjes voor het eerst. Ik was 14. Het hardst zing ik de regel  ‘‘Will you still need me, will you still feed me, when I’m sixty-four’. Op mijn telefoon zie ik dat er in Bunschoten een lichaam is gevonden. Savannah. 14 jaar. Zomaar ineens weg. Welk lied zal haar onlangs geraakt hebben? Waarom mag zij over 50 jaar niet meezingen met een lied uit haar jeugd? Desnoods op een festival waar ze met haar 64 jaar niks mee heeft. Er zijn dingen waar ik niks van begrijp.

 

20. Dromedaris

Goed bezig, de verkeersplannenmakers van Amersfoort. Ze bevinden zich weliswaar dagelijks, opgepropt, in de ongezonde lucht van hun schamele kantoortjes, zo begrijp ik uit de verbouwingsplannen van het stadhuis, maar intussen bewegen ze zich toch voornamelijk out of the box. De rotonde op de Holkerweg wordt vierkant! Over de vierkante rotonde is, zo las ik, een ‘inloopbijeenkomst’ geweest. Terecht natuurlijk. En sympathiek ook: je gaat naar een bijeenkomst en mag vervolgens ook naar binnen lopen. Super. Er zit één minpuntje aan de vierkante rotonde, want ‘ook de bussen krijgen te maken met een wijziging’. En dan hebben we het in ons geval over Syntus. Hm.

De laatste keer dat ik in een Amersfoortse bus zat, kwam ik terug uit Rome. Ik was daar in alle krochten van het openbaar vervoer geweest. Het halve weekend werd er gestaakt. Bustochten in Rome zijn alleen aan te raden voor mensen met een flinke dosis overlevingsdrang. De communicatie over route en uitstapplaatsen is uit het jaar nul. Het jaar nul is dan toevallig ook precies het unieke verkoopargument van de stad. En alles went. Terug in Amersfoort, riant gezeten in de bus, werd ik bij iedere halte via een scherm en omroepinstallatie bijgepraat over de vorderingen. Ik was weer in aangeharkt Nederland. Advies aan iedereen die last heeft van Syntus: doe een weekendje Rome.

Terug naar de Amersfoortse verkeersplannen, want het blijft niet bij de vierkante rotonde. We krijgen een duurzame weg! De westelijke rondweg wil zelfs het duurzaamheidsrecord breken.  Daar moeten we weliswaar eerst een bos voor kappen, maar het regenwater op de weg wordt dan wel weer teruggegeven aan de natuur. En er wordt hard gewerkt aan fijnstofreductie. Je herkent het denken. De vierkante rotonde is de nieuwe logica van de duurzaamheidsindustrie. Bij ons thuis roepen we bij dit soort oplossingen altijd: Ah, een dromedaris! Want een dromedaris is een door een commissie bedachte kameel. 

 
19. Geluk

Kan een stad mensen gelukkiger maken? Op de wereldranglijst van gelukkigste landen zijn we onlangs gestegen naar plaats 6. Met Noorwegen, Denemarken en IJsland in de top 3 kunnen we in ieder geval vaststellen dat geluk geen kwestie is van lekker weer. Binnen het dus erg gelukkige Nederland is Amersfoort de op drie na gelukkigste stad. Gefeliciteerd mensen. Je zou dus zeggen: schuif de hele provincie Utrecht onder Amersfoort en de Noren hebben het nakijken. Dit weten we allemaal dankzij onderzoekjes waar je verder geen bal aan hebt. Alleen al het feit dat Ede bovenaan staat, maakt het onderzoek verdacht. Ede? De naam is ook al geen aanbeveling.  Het is een palindroom. Een keerwoord. Oh jee, we zijn in Ede.  Keren, jongens! 

De onderzoekers van de ‘Atlas voor gemeenten’ hebben geluk gelinkt aan het hebben van werk, gezondheid en een prettige leefomgeving. Op het eerste gezicht een wat bestuurlijke kijk op geluk. Categorie ‘geluk doe je zo’. Ik ben dus maar eens het gelukonderzoek in gedoken en stuitte op een Brits rapport uit 2011. Dat u niet denkt dat ik hier maar een potje zit te ouwehoeren. Het Britse rapport biedt een top 50 van dingen waarvan we gelukkig worden.  Weet u wat er op één staat? Het vinden van 10 euro in een oude spijkerbroek. Saskia en Serge, een duo dat zijn zangcarrière heeft ingeruild voor de vergetelheid, zong het al: het zijn de kleine dingen die het doen. Slapen in een verschoond bed. Knuffelen. Het vinden van een koopje. Oude foto’s terugzien. De geur van vers gemaaid gras. Een koud biertje drinken. Zoenen. Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen hadden we in Amersfoort een politieke partij - Amersfoort Anders – die van Amersfoort de gelukkigste stad wilde maken. Nul zetels gekregen. Gevalletje politiek misverstand. Politiek en geluk, ik zou het huwelijk ook niet graag inzegenen. Knuffelen kunnen we zelf wel.

 

18. Lek

Zo ziet een lek er dus uit. Op de deurmat ligt een enveloppe, ongeadresseerd. Slimme reclamejongen, denk ik eerst. Blanco maakt nieuwsgierig. Ik scheur de enveloppe open. En haal er een document uit. Het zijn notulen. Notulen van de Gemeentelijke Commissie Budgetoverschrijdingen. Het bestaan van deze commissie wordt altijd ten stelligste ontkend. Dit betekent dat zij geheim is. De commissie heeft maar één taak: budgetoverschrijdingen wegwerken. Eén keer heeft de commissie een – geheim - advies uitgebracht. Ze stelde voor de overschrijdingen voortaan in de budgetten op te nemen. In de wandeling heette dit een GO (Gebudgetteerde Overschrijding). Het advies is niet opgevolgd. Daarom noemt de commissie zichzelf ook wel de CGP (Commissie Gebakken Peren). Ze staat namelijk voor een zware opgave. Op de agenda staan Fluor, Sportcomplex Amerena, Rotonde Eemplein, Johan van Oldenbarneveldt-gymnasium en in de categorie ‘waarschijnlijke overschrijdingen’ de verbouwing van het Stadhuis.

Ik kan u wel verklappen dat de commissie er een zwaar hoofd in had. Met name de penningmeester wenste genotuleerd te hebben dat je een euro maar één keer kunt uitgeven. De andere twee leden van de commissie spraken uit respect te hebben voor dit standpunt van hun collega, maar refereerden eveneens aan de cursus Omdenken die zij beiden – ter voorbereiding van het zware commissiewerk – met goed gevolg hadden doorlopen. Met hun flexibele geesten wensten zij niet te blijven hangen in dogma’s die in de financiële wereld al lang geen gemeengoed meer zijn. ‘Geld is niet het punt’, aldus de voorzitter, ‘het gaat om beeldvorming’. En zo ontstond het volgende briljante plan. Het Fluor-budget wordt aangevuld vanuit het Amerena-budget, het Amerena-budget ontvangt extra noodzakelijke middelen ten koste van het Rotonde-budget, het Rotondebudget wordt op zijn beurt volledig gecompenseerd uit het Gymnasiumbudget en voor het Gymnasium worden extra middelen onttrokken aan het budget Verbouwing Stadhuis.

Het zal u duidelijk zijn dat de voorzitter de vergadering met voldoening sloot: alle overschrijdingen zijn volledig weggewerkt en er is nog steeds maar één ‘waarschijnlijke overschrijding’. 

 

17. Natuurlijk

Toen ik vorige week de sirene hoorde loeien dacht ik: nou zullen we het hebben, de Japanse duizendknoop is een slotoffensief begonnen. De gemeente had ons nog zó gewaarschuwd. En opgeroepen ons steentje bij te dragen. Hoogstpersoonlijk kregen we een brief over deze woekerende plant die stiekem – ondergronds - bezig was de stad te veroveren.  De zaak groeide onze bestuurders duidelijk boven het hoofd. Hier moesten wij, Amersfoorters, ons schouder aan schouder schrap zetten. En deden we dat? Nee hoor, wij gingen gewoon door met ons leventje, terwijl de vijand zich over de hele stad vier meter onder de grond verborg en bezig was – letterlijk – het fundament onder ons bestaan weg te vreten. Dus nu was het zover. Alarm.

Het viel mee, het was de eerste maandag van de maand, 12.00 uur. Maar mijn onrust over de vijandige natuur bleef. En terecht, want toen dook de sperwer op. De sperwer is net als de Japanse duizendknoop lid van De Natuur. Ze zijn geallieerden.  En zoals wij uit ervaring weten heeft De Natuur de hinderlijke eigenschap de mensen voortdurend in de weg te staan. Wil je een keer een weg aanleggen, staat daar natuurlijk uitgerekend een bos. Terwijl dat bos even zo makkelijk een eindje verderop had kunnen gaan staan. Wil je een paar woningen bouwen in het Hogekwartier, zit daar een sperwer doodgemoedereerd in een boom te broeden. Je zou zeggen: kappen die boom, sperwers kunnen vliegen. Mooi niet. Blijken die sperwers ook nog eens een sterke lobby te hebben. Ze zijn beschermd. Dus voor je het weet zit je daar in het Hogekwartier tegen een kolonie vogels met veel te lange poten aan te kijken.

Gelukkig maar dat wij ook ondergronds kunnen. Want wanneer wij van de natuur dreigen te verliezen hebben we altijd nog onze speciale eenheid, de bureaucraten. Ze zijn gespecialiseerd in sluiproutes en omwegen. Beschermd is er uiteindelijk niks. Als ik de sperwer was, zou ik alvast op Funda gaan kijken.

 

16. Stil

Vanavond zijn we weer het grootste spreekkoor van Nederland . De klok dirigeert. Hij telt af. De hoorn op de Dam speelt taptoe. De biertap sluit. We schrapen nog even onze keel. Nemen nog gauw een slokje koffie. En dan zwijgen we. Omdat we wat willen zeggen. Jammer eigenlijk, dat het maar twee minuten duurt. Zwijgen is de meest onderschatte vorm van communicatie. Het zou mooi zijn als de stilte terrein zou winnen. Ik maakte ooit deel uit van een vergadergezelschap dat alle trekken had van een kippenhok. Op een dag opende de voorzitter in zijn wanhoop een vergadering aldus: Dames en heren, willen zij die niks te zeggen hebben dit zwijgend doen?Dit zou een statement kunnen zijn van Twitter. Nu het toch bergafwaarts gaat met dit sociale medium zou ik ze willen aanraden een laatste tweet te verzenden. Een grafschrift, tevens een boetekleed, ontleend aan The Sound of Silence van Simon and Garfunkel: People talking without speaking, People hearing without listening, People writing songs that voices never share.

Misschien moeten we voor de betweters, de flapuiten, de opgewonden standjes, de foeteraars, het aan populariteit winnende Raaskalgenootschap en de leden van de Vereniging tot Behoud van het Eigen Gelijk in onze Grondwet het recht om te zwijgen opnemen. Hiermee maken we dan een eind aan het misverstand dat de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting burgers uitnodigt hun mening te uiten. Het mag, maar het hoeft niet, dames en heren. We leven per slot van rekening in het land van Willem de Zwijger. Op tijd zwijgen, luisteren, tot tien tellen, het egovolume wat zachter zetten (wereldleiders, leest u even mee?), het voorkomt oorlogen. Het zorgt ervoor dat 4 mei onze herdenkingsdag blijft. Dat we de 72 jaar vrede weten te verlengen. Wat mij betreft zwijgen we vanavond twee minuten lang extra luidruchtig. De stilte mag dit jaar best oorverdovend zijn. En als ik vanavond dirigent was, zou ik er om te beginnen een stil minuutje bij smokkelen.

 

15. Vergeet-me-nietjes

Om te herdenken hebben we gek genoeg nog altijd stenen nodig. Met onze mobiele telefoons kunnen we ieder leven van begin tot eind op film en foto registreren. Zo'n verzameling wordt vroeg of laat een monument in beelden. We dragen hem mee in een binnenzak, een handtas. Toch staan we ook graag voor een steen. Misschien omdat we de overledenen ook de aandacht toewensen van anderen. Zodat het voortbestaan verder reikt dan binnenzak of handtas. Gedenkstenen zijn wintervaste vergeet-me-nietjes in stad en landschap. Daarom wilden de ouders van - de om het leven gebrachte - Katja Suringa hun kind terugzien op een steen bij de vijver van Emiclaer. En daarom gaat de gemeente nu gedenkstenenbeleid maken.

In Barneveld stonden ze in 1482 ook niet met hun mobieltjes klaar toen Jan van Schaffelaar van de toren sprong. Ze blazen hem binnenkort nieuw leven in. Met een nieuw beeld. Gelukkig kun je van historische gebeurtenissen alsnog een film maken. Dat deed Henk van Middelaar, geboren Hooglander, met zijn boek '23 april 1945, zes uur'. In het zicht van de haven - de bevrijding is aanstaande - komen 10 Hooglandse burgers om wanneer Duitsers een verzetsgroep te grazen nemen. In zijn boek draait van Middelaar voor ons de film af van dit drama. Aan het slot van zijn journalistieke zoektocht geeft hij zijn woede ruim baan. Bij de plek van het drama kwam in 1948 namelijk een monumentje. De burgemeester van – het toen nog zelfstandige - Hoogland was bij de onthulling. Ondanks een verzoek aan de gemeente Amersfoort het gedenkteken te redden, verdween het monument 25 jaar later onder de geluidswal langs de Zielhorsterweg. Zodat met een deel van het oude Hoogland ook een deel van zijn geschiedenis aan het oog werd onttrokken. De gemeente Amersfoort - intussen verantwoordelijk voor het onderhoud - had toen nog geen gedenkstenenbeleidsplan. Binnenkort gelukkig wel. Met hopelijk een hoofdstuk ‘Kapitale fouten uit het verleden herstellen’.

 

14. Amehoela

Ook het voorjaar van 2020 heeft niets veranderd in de positie van het geplaagde sportcomplex Amerena. De grafieklijnen van de horecaomzet zijn even horizontaal als de zwembadranden. Intussen heeft het fraaie complex, dat bij oplevering toch meer had gekost dan de begrote 26 miljoen, ook nog last van lekkage vanaf het glooiende dak. ‘Je zou denken, so what, het is een zwembad, maar helaas, de volleyballers hebben natte voeten, dat zul je altijd zien’, zegt een aangeslagen woordvoerder.

Het horecaplan van 2017, waarvan de opstelling een slordige 4 ton heeft gekost, is al vaak bijgesteld. Intussen is adviesbureau TMC ingeschakeld en gaat René de Lege aan de slag. ‘Eerst maar eens hozen’, stelt De Lege. Hij was eerder actief voor poppodium Fluor en is gespecialiseerd in after-the- dream-management. Het heikele punt is ook hier de nogal hoog ingeschatte horeca-omzet.  Met een intensieve campagne heeft het sportcomplex geprobeerd ook niet-sporters naar zich toe te lokken. Maar de beoogde ‘bruisende ontmoetingsplek’ lijkt nog altijd op een strandterras in de woestijn. Ook de  ‘tosti amerena’ kon het tij niet keren.  De ontmoetingsplek heeft in 2019 drie bezoekers gehad. ‘Ja, ze waren verdwaald’, geeft de woordvoerder na enig aandringen toe.

Ook de toegangsprijs van het complex – een jaarkaart kost 350 euro - is in opspraak. De Actiegroep Amehoela onder leiding van voormalig raadslid Hans van Wegen noemt het een schande. De Amersfoortse horecaondernemers hebben ondertussen collectief subsidie aangevraagd. ‘Kennelijk zijn ontmoetingsplekken subsidiabel, dus we doen maar een gooi’,  zegt Coen Molenveld vanachter de tap in KaDECafé.

En tot overmaat van ramp gaat AD-columnist Groenendijk onvermoeibaar door met zijn strijd tegen het rugzwemmen. ‘Het zijn achteromkijkers. Wetenschappers bevestigen mijn vermoeden dat rugzwemmen depressiviteit in de hand werkt. Weg ermee!’

De gemeenteraad vergadert volgende week over de ontstane situatie. De Raad is verdeeld. Er zijn grofweg drie standpunten over de toekomst van het sportcomplex en de gemeentesubsidie:  intrekken, spreiden, sluiten.

 

13. Lawaai

Het wordt de komende 20 jaar een stuk lawaaiiger in en rond Amersfoort. Dat meldt de Staat van Utrecht, een onafhankelijk onderzoeksinstituut van de provincie. Het wordt zelfs hét milieuprobleem van de toekomst, las ik. Nou kijken lawaaionderzoekers alleen maar naar de uitstoot. Bij de gehooringang gebeurt het omgekeerde. Want in de komende 20 jaar wordt de bevolking gemiddeld een stuk ouder, met alle gehoorproblemen van dien.. De toenemende herrie wordt dus gecompenseerd door afnemende ontvangst. Dat helpt dan wel weer een beetje..

In Amersfoort hebben we al drie generaties ringwegen die bedoeld zijn het autolawaai bij ons weg te houden. Steeds moest het verkeer min of meer aan de buitenkant blijven. Aan de buitenkant van het centrum kwam de Stadsring.  Aan de buitenkant van de (nu oude) nieuwbouw kwam de Ringweg. En de laatste ring heet Rondweg. Net als de Ringweg is de Rondweg ook niet rond. Maar in Birkhoven komt er weer een stukje bij. Want als je een weg Rondweg noemt, zal die rond worden ook.

Intussen voorzien de onderzoekers een toenemende behoefte aan rustige recreatiegebieden: groene stiltecoupé’s van de moderne stad. De stad groeit namelijk dicht, voorspellen ze.  Nou is het voor bezoekers van de dierentuin best fijn dat ze na hun bezoek ook weer snel de stad uit kunnen, maar helemaal toekomstbestendig is het dus niet, dat opofferen van groen buitengebied.  Waarom slaan we deze nieuwe, westelijke rondweg niet gewoon een keertje over? De geschiedenis leert dat er wel weer een nieuwe ring komt. De Cirkelweg, schat ik.  En dan liggen die binnenringen maar weer een beetje voorbij te zijn. Wie heeft trouwens, tussen twee haakjes, bedacht dat je vanaf de Hogeweg – in het verlengde van de Stadsring - niet linksaf de Ringweg op mag? Zullen we eerst maar eens van de bestaande halve ringen een fatsoenlijke ring maken, alvorens een bos te gaan weggraven?

 

12. Visie

De Grote Liberale Roerganger in Den Haag had het nog zó gezegd: ‘Visie is de olifant die het uitzicht belemmert’. Maar in de week dat er hier een olifantje ter wereld kwam dacht de lokale VVD-fractie: daar kunnen we overheen kijken. En hup, daar was ie: de Visie Hoogbouw. De Visie Hoogbouw blijkt op de keper beschouwd een rekensom. Want we moeten onze groeiende bevolking nou eenmaal huisvesten. Dus moet er worden gebouwd. Verdere ontgroening van de stad is geen optie. Dus zegt de VVD: dan liever de lucht in.

Ik vermoed dat onze hoogtevrees een genetisch bepaalde afwijking is. Wanneer je lang een dorp bent geweest, kun je niet zomaar ineens een stad zijn. Dat gaat stapsgewijs. De bijsluiter bij de Visie Hoogbouw is daarom ook een meetlat. De lucht in, oké, maar laten het wel een beetje ouderwets gezellig houden. Niet te hoog, jongens.

Nou was het vorige week in Amersfoort trouwens sowieso de week van De Visie. In aanwezigheid van vele betrokkenen maakte de stad ook een begin met de ontwikkeling van een Cultuurvisie. Amersfoort is qua inwonertaal de 14e stad van Nederland.  Maar met zijn culturele aanbod staat hij op de 34e plaats.  En dat terwijl Amersfoort in nationaal verband graag gezien wordt als een grote en cultureel aantrekkelijke stad.  Maar hoe word je dat? Om te beginnen dus met De Visie. Nou is het vervelende van visies dat ze vaak op geduldig papier worden geschreven. Zeker als de Wet van de Blijmoedige Eensgezindheid van toepassing is. Houdt De Visie namelijk iedereen te vriend, dan wordt hij meestal na het afhameren in alle stilte begraven. De schrijvers deden alleen maar een plas. Maar met een Cultuurvisie kun je ook scherpe keuzes maken. Oud voor nieuw. Inzetten op die ene culturele blikvanger. Je hebt dan geheid stront aan de knikker. Een verdeeld veld.  Maar je krijgt wel culturele hoogbouw. En die zie je van ver. 

11. Olifantje
 
 
Een meisje dus.

Maar nu nog de naam voor dit olifantje. Tja, wat verwachten we van dit nieuwe leven?  Een gevangene, dat is ze in de eerste plaats. We kunnen haar dus vernoemen naar een gevangene die even onschuldig van haar vrijheid is beroofd: Lucia. Of naar een vrouw die in haar eigen wereld is gevangen: Maxima. Dan moet het olifantje wel op de cursus ‘plechtig zwaaien’. Maar ’t kan ook de naam van een andere BN-er zijn. Per slot van rekening is het olifantje nu al een BO-er. Dus Linda bijvoorbeeld. Hebben we Linda de Mol en Linda de Olifant. Lekker samen stampen in het grote bos. Ze zal straks veel bekijks krijgen, het olifantje. Of ze het wil of niet, ze zal aan theater gaan doen. Dus laten we haar de naam geven van de pas overleden cabaretière: Adèle. Of als ze aan serieus toneel wil doen: Kitty. Maar het kan zijn dat ze voorkeur geeft aan de wat joliger showbizz.  In dat geval laten we haar met witte, goed gepoetste slagtandjes een beetje bevallig lopen langs het hek, alsof daar de catwalk is: Doutzen. Of zou het olifantje nieuw binnengekomen dieren wegwijs gaan maken in de dierentuin? Zorgen dat ze zich thuis gaan voelen? In dat geval kunnen we onze Amersfoortse Simone vernoemen. Wat wordt haar rol in de olifantengemeenschap? Wie weet slaagt zij erin om die machowereld van de viervoeters een beetje te feminiseren. Ze wordt misschien wel een gezaghebbende leider in het dierenrijk. Die voor de duvel niet bang is, een rechte rug heeft. Die voor haar zaak staat  In dat geval wordt het Angela, op zijn Duits uitgesproken.

Het is moeilijk kiezen. Laten we het maar een beetje simpel houden. Weet je wat, we nemen gewoon de naam van het liefste meisje van Amersfoort.  En dat is nou eenmaal Fleur, mijn kleindochter.

(maar het werd Yunha)

 

10. Oef

Jongens waren we. Nee, bloedbroeders. Ik was Winnetou. Of Old Shatterhand, daar wil ik vanaf  zijn.  De Apachen, de indianenstam waarvan Winnetou opperhoofd was, bivakkeerden in die dagen regelmatig op Landgoed Den Treek. Ze sloegen hun tenten op bij het Hazenwater. De slootjes en de verraderlijke stukjes moeras boden een natuurlijke barrière. We lustten de vijand rauw. De Hollandse Waterlinie, die wij van school kenden, was kinderspel vergeleken met ons Hazenwater. Op een dag zagen wij in de verte verdachte bewegingen. Wat denk je? De vijand. En de vijand was weer eens zo voorspelbaar als wat. Hij was namelijk in aantocht. Dus wij op zoek naar onze pijl en boog. ‘Per ongeluk thuis in de schuur laten staan’, zei een Apache met weinig gevoel voor fantasie.  Intussen sprong  de vijand op zijn paarden met gemak over een paar slootjes heen.  ‘Als ze niet willen stoppen voor water, dan krijgen ze vuur!’ riep Winnetou. De indiaan die later een groot liefhebber van vuurwater zou worden pakte zijn luciferdoosje met de zwaluw. De droogte deed de rest. De paarden van de vijand begonnen al nerveus te bokken. Onder het uitstoten van oergeluiden zagen de Apachen hoe het vuur zich aan het verspreiden was.  Ze moesten oppassen dat ze niet zelf door het vuur werden gegrepen. De vijand was intussen in geen velden of wegen meer te zien. Slapjanussen. Maar het vuur hield aan. ‘We moeten het vuur doven’, riep een Apache die verdacht veel leek op een vriendje uit mijn klas. Een andere Apache begon te huilen. Even later verlieten de vijf indianen hals-over-kop de Treek. Er bleven vijf bange jongetjes achter. Ze konden alleen maar hopen dat de slootjes het vuur zouden tegen houden. Ze zagen voor hun ogen hoe de bovenlaag van een groot stuk land bij het Hazenwater door de vlammen verdween. 

Vijftig jaar later werd hier een oerbos ontdekt.

 

9. Game

Nou, dat hebben we weer gehad. In Den Haag kunnen ze gaan puzzelen. En napraten. Me dunkt dat er een commissie moet komen die grondig gaat onderzoeken waarom de gamechangers het lieten afweten. Afgezien van Erdogan, dan. Die heeft zijn best gedaan. Ook journalistiek Nederland heeft dag in dag uit massaal gehunkerd naar de gamechanger. Radeloos zochten ze naar inhoud. Het decor van de politieke analyses wisselde, maar de herhaling van zetten grensde aan perfectie.

Met het oog op de lokale verkiezingen volgend jaar kunnen de winnaars van gisteren hun hart vasthouden. Want winnaars op nationaal niveau gaan vaak een jaar later lokaal voor de bijl. Ze gaan namelijk inleveren in coalitiegesprekken. Wat logisch is en onvermijdelijk. Althans voor wie tot 150 kan tellen. Maar ook hier zal vanaf nu in een wisselende mediacontext eindeloos dezelfde, indringende vraag worden gesteld: ‘Vóór de verkiezingen zei u dit, en nu zegt u dat,  hoe denkt u dat mensen nog in vertrouwen in de politiek houden?’ Ik schreeuw in dit soort gevallen meestal naar de televisie: ‘Door na te denken, knuppel!’ Maar ja, dat horen ze dan zogenaamd weer niet.

Eén tip alvast voor de lokale verkiezingen. Ga weer plakken. Die ingeblikte nepborden zijn verschrikkelijk. Ga dus weer plakken, beste partijplakkers. Voer straks weer een plakoorlog op die houten borden. Niets is zo volkomen zinloos als een rij politieke affiches naast elkaar. Maar zinloosheid moeten we niet op digitale affiches uitventen. Dat hoort bij mensen. Zij knokken zonder zin of doel voor de mooiste plek. Van een aandoenlijke  schoonheid is de recente actie van een Amersfoorts CU-raadslid.  Hij verwijderde een SP-vlag die zinloos aan een brug hing. Ga zo door. Diep in hun hart weten plakkers dat er niemand iets mee opschiet. Maar dat is nou juist het mooie. Niet alles hoeft zin te hebben. Never change a useless game.

8. Vaders

Probleemouderen, je hebt ze in allerlei soorten en maten. Zo zijn er ouderen voor wie het onverdraaglijk is dat het wegverkeer uit meer dan één weggebruiker bestaat. Het loopt niet zo lekker in hun levens. Het enige stuur dat ze nog in handen hebben is dat van hun auto’s.  Ze toeteren zich een ongeluk en gaan naar de fitness om hun middelvingers in conditie te houden. De maatschappelijke schade van wild rijgedrag loopt in de miljarden. Politieagenten verdienen er hun brood mee. Andere probleemouderen drinken te veel, roken, eten ongezond en gaan naar de fitness om in een massagestoel te liggen. Ze worden opgelapt als hun lijf protesteert. Hun gedrag kost de samenleving jaarlijks miljarden. Doctoren en andere hulpverleners verdienen er hun brood mee.

Je hebt ook probleemjongeren. Ze verkeren in groepsverband. Ze zorgen voor overlast, richten schade aan en vertonen soms ook crimineel gedrag.  Een overlast gevende jeugdgroep kost ons zo’n 1,5 miljoen per jaar. Op nationale schaal: enkele honderden miljoenen. In Amersfoort staan de probleemjongeren hoog op de politieke agenda door incidenten in nieuwjaarsnachten.  Maar de groep is nog onvoldoende duidelijk in beeld. Het gemeentebestuur is ‘achter de voordeur’ aan het kijken, op zoek naar oorzaken. Over die oorzaken zijn honderden publicaties verschenen. De gemeente vermoedt waarschijnlijk dat die publicaties achter de voordeur liggen. Daarin valt onder meer te lezen dat jongeren het beste op het rechte pad zijn te brengen door mensen voor wie zij ontzag hebben, die streng en rechtvaardig zijn en naar wie ze willen luisteren. Zoals de buurtvaders. Buurtvaders letten op de jongeren in hun buurt. Proberen hun gedrag te beïnvloeden. Buurtvaders verdienen er niet hun brood mee. Ze krijgen geen vergoeding. Vaders krijg je nou eenmaal gratis. Hoe dichter je op een probleem zit, hoe goedkoper je wordt. Lijkt me ook wel iets voor de zorg. Verpleegvaders.

 

7. Rijmen

De rivier stroomt, de stad droomt. De stad wil dat de rivier bij hem op schoot kruipt. Met hem een relatie aan gaat. Maar het wil maar niet vlotten. Ooit was de rivier het dienstmeisje van de stad. Ze werd gebruikt door de fabrieken. Halen en brengen, moest ze. Ze werd er lelijk en vies van. Toen de fabrieken verdwenen, begon ze te flirten. De stad zag haar schoonheid. En deed de ene na de andere poging dichtbij de rivier te komen. Het charisma van de rivier moest over de kades gaan klotsen.  Over de plinten, moet ik eigenlijk zeggen, want zo heten kades in architectentaal.

Een kleine dertig jaar geleden raakte de stad in rep en roer. De stad was nog een dorp in het diepst van zijn gedachten. Een plan voor een paar hoge gebouwen verdween met het label Manhattan aan de Eem in de put van de stadsgeschiedenis. De jaren erna kwamen er bij de rivier woningen, het Eemplein, De Nieuwe stad. En toen?

Toen was het vorige week. Ik zat met een kleine honderd anderen in het Rietveld Paviljoen te luisteren naar Jan Poolen, de architect.  Hij had zijn boodschap verpakt in twee lagen fluweeltaal. Zijn ‘ik heb alleen maar wat gedachten’ moest voorkómen dat zijn ideeën nog dezelfde avond in het planologische moeras zouden geraken. Maar ook de even indrukwekkende als onbegrijpelijke architectentaal hield de toehoorders lang in spanning. ‘We moeten architectuur toevoegen aan het gebied, zodat het betekenis gaat krijgen’. Niemand begrijpt het, maar voor je het weet staan ze voor je deur de plinten te bebouwen.  Onder ons gezegd zei Jan Poolen natuurlijk gewoon dat het een dooie boel is langs de Eem. En dat er goed moet worden nagedacht en doorgepakt. Met een strakke regie. En dat hij sterke voorstellen heeft. In mijn idioom: stad en rivier moeten gaan rijmen. De rivier geeft. De stad leeft.

 

6. Bomen

Genoeg getrumpt. Laten we het eens over bomen hebben. Waarom ze weg moeten. Of  juist niet. In Park Schothorst staan de kersenbomen er slecht bij. Ze hebben hun tijd gehad. Beetje kortademig type, zo’n kersenboom. Vijfentwintig jaar, dan is het al gebeurd. De boom voelt zich beter thuis in Limburg.  Op de Amersfoortse zandgrond is het kwaad kersen eten.

Park Schothorst wordt door burgers gerund, binnen gemeentelijke kaders. Dat is een mooi staaltje van modern bestuur. De Schothorster burgerwerkgroep dient zich met enige regelmaat af te vragen of ingrepen in de natuur noodzakelijk zijn. Hij waakt in dit groene stadshart over de openbare bomenorde. En is onlangs na vele vergaderingen bevallen van een goed gemotiveerd besluit. Ik zal u verder niet vermoeien met het bomenpakket dat de werkgroep op tafel legde. Alleen al bij het horen van de naam ‘kleinbladige linde’ was ik verkocht. Doen! Maar de werkgroep is natuurlijk niet gek. Hij raadpleegt gebruikers en omwonende burgers. Want voor je het weet ontketen je met een voorgenomen bomenkap een eigentijds, verbaal bombardement. Voor het volautomatische twitterwapen van de boze medemens is namelijk geen vergunning nodig. En wie verlegen zit om munitie, kan terecht bij de NOS. De omroep heeft een kaartje op haar site staan waar je kunt lezen welke scheldwoorden het meest populair zijn, uitgesplitst per regio.  Kut staat bij ons bovenaan. Dat u het weet.

Maar in park Schothorst ging het er beschaafd aan toe. Al kan zo’n burgerbestuur weer niet voorkomen dat andere burgers andere boomideeën hebben. Dus waarom eigenlijk niet de sierappel?  Walnotenbomen, dat is toch veel leuker? Daarom is het natuurlijk best slim van de gemeente. Burgers vangen hier burgers op. En de wethouder drinkt thee.  Maar dat is geen verkeerde trend. Alleen toen er iemand over de Zweedse meelbes begon, ben ik zachtjes afgedropen. Die boom deed me dan weer heel erg aan Trump denken.

 

5. Stadsgezicht

Al gehoord? Over een paar weken hebben we in Amersfoort uitzicht op Rome.  Onze eigen Rembrandt, Matthias Withoos,  was in de 17e eeuw een tijdje weg uit Amersfoort.  Net als vele andere kunstschilders ging hij naar het culturele hart van Europa. Daar in Italië maakte hij enkele stadgezichten van Rome, waarvan er binnenkort één, gerestaureerd en wel, in museum Flehite zal hangen. En dan is het zover: de stadgezichten van Rome en Amersfoort (foto) in één gebouw. Kijk, dat is nog eens citymarketing. En dan natuurlijk wel even een terzijde in het persbericht: ‘Het Amersfoortse stadgezicht is aanzienlijk groter dan dat van Rome’.

Het restaureren van een stadsgezicht, dat lijkt mij wel wat. Ik bedoel, ik zou dan al schilderend de stad willen restaureren. Ook om ons de hoon van latere generaties te besparen. Zo zou ik op het Amersfoortse stationsgebied de stippen van Seurat willen loslaten. Een verfbombardement. Zodat alleen de gloed van de ondergaande zon nog herkenbaar is. Ik zou de foeilelijke kant van het Eemplein voorzien van een spiegelende wand waarin het Eemhuis wordt verdubbeld. Zodat volgende generaties zich niet hoeven af te vragen waarom wij de westkant van het plein eigenlijk nooit hebben voltooid. Op het open terrein naast het plein zou ik een Hollandse molen schilderen. De bouw van het zoveelste appartementencomplex kan dan pas beginnen na het afbreken van een molen. Prettige wedstrijd. Langs de A1 zal ik dan ook het nieuwe Decathlon alvast in het zonnetje zetten. Maar, hand op mijn hart, dat is dan ook het enige gesponsorde deel van mijn restauratie. En tot slot – gewoon een geintje, zodat toekomstige museumbezoekers denken dat Amersfoort in Engeland ligt – schilder ik een bus die op de linker rijstrook rijdt. Weten zij veel dat we hier een tijdje Syntus hebben gehad.

4. Draagvlak

Ik loop sinds afgelopen zaterdag te piekeren of ik lid wil worden van Het Draagvlak. U heeft er vast wel van gehoord, van Het Draagvlak. Het is een club die regelmatig moet opdraven als er controversiële besluiten genomen moeten worden. Het wezenskenmerk van de club is dat hij vrijwel altijd onvindbaar is.  Want men is er altijd naar op zoek, naar Het Draagvlak. Het Draagvlak duikt regelmatig op in zaaltjes van wijkcentra, kerken en andere betaalbare verzamelplekken. Nadat Het Draagvlak vergaderd heeft is vrijwel iedereen in de war.  Heeft Het Draagvlak iets besloten? Nee, Het Draagvlak besluit niks. Dat is ook wel het mooie van Het Draagvlak. Je komt bijeen, kletst elkaar de oren van het hoofd en gaat weer naar huis. De klus is gedaan. Het Draagvlak kan weer iets afvinken. Volgende kwestie. Vaak zijn er bij Het Draagvlak boze mensen van een andere vereniging. Die willen helemaal geen lid worden van Het Draagvlak. Want ze zijn al lid van de Vereniging Eigen Belangen.  Ze kapen meestal de vergaderingen van Het Draagvlak. Verreweg de meeste leden van Het Draagvlak zitten namelijk thuis. Ze hebben geen zin in een zaal met opgewonden standjes. Ze willen wel lid zijn van Het Draagvlak zolang ze maar niet hoeven te vergaderen in de geur van doodgepruttelde koffie. Soms wordt Het Draagvlak ingeschakeld voor onmogelijke klussen. Zoals afgelopen zaterdag. Het Draagvlak moest iets vinden van het beoogde, nieuwe kunstwerk op de Hof, op de Stadsbron.  Kunst en draagvlak, het is de goden verzoeken. Breng alsnog De Stier in een vergadering van Het Draagvlak en er moeten koetjes en kalfjes bij. Kunstwerken zijn geen allemansvriendjes. Kunst mag verdelen. Het Draagvlak mag van mij statutair vastleggen dat ze niet wil vergaderen over artistieke kwesties. Want het schadelijkst voor de democratie zijn democratische processen bij besluiten die niet democratisch kunnen worden genomen. Daar zijn andere bestuurlijke wapens nodig. Eerlijkheid. Moed.

3.   Klimaat

Heeft Amersfoort een nieuw vluchtelingenprobleem? Het lijkt erop. De stad heeft nieuwe ontheemden: klimaatvluchtelingen. In de wereld van het klimaatwezen kun je twee dingen doen. Of je accepteert het veranderende klimaat door je aan te passen.  Of het water staat je aan de lippen en je vlucht. Amersfoortse kunstenaars zijn hun biezen aan het pakken. Ze hebben het helemaal gehad met het culturele klimaat in Amersfoort. Te weinig atelierruimte, te weinig aandacht van de gemeente. De gang van zaken rond de culturele broedplaats De War (foto) is de druppel geweest. In hun Staalkaartkunstenkrant kondigen ze aan hierover begin 2017 een denksnack te organiseren. Wat tussen twee haakjes geen sterke bijdrage aan het taalklimaat is. Een denksnack, je kunt er van alles van maken. Mijn eerste associatie was: een bitterbal met hersenen.  Maar ik vermoed dat er een ultrakort denkproces wordt aangekondigd. En misschien is dat nou juist onderdeel van het probleem. Dat het denken al nagenoeg gestopt is. Want de communicatie zit in de categorie van-dik-hout-zaagt-men-planken

Daarom ben ik maar eens te rade gegaan bij een bevriende conflictprofessor. Hij legde me uit dat er bij een felle discussie nog niks aan de hand is. Maar als de emoties gaan overheersen, begint de boel uit de hand te lopen.  Als je niet uitkijkt gaan partijen beiden in een loopgraaf hun eigen gelijk zitten vieren. Wij noemen dat, zo eindigde de professor zijn mini-college: een lose/lose-situatie. Kunt u hier wat mee? Nou ja, ik hoef er verder niks mee, want ik ben maar een verbaasde stukjesschrijver. Die niet begrijpt hoe het kan dat een groep kunstenaars uitwijkt naar Zeist.  Een loopgraaf op stand, dat wel. En ook niet begrijpt dat Amersfoort niet in staat is uit de loopgraaf van een nog te ontwikkelen cultuurvisie te komen door een paar snelle stappen te zetten om deze groep vluchtelingen te huisvesten.. Ik zou de denksnack afbestellen. Doe maar een klimaattop.

 

2.  Denkbeeldig

Je hebt er geen karretjes waar je een muntje in moet gooien. Nooit sta je er te wachten achter een voor weken volgeladen boodschappenkar. Je hoeft er ook niet, wanneer je een klein beetje verse koriander nodig hebt, een heel bakje te kopen. Zodat je de volgende dagen denkt: we moeten iets met koriander eten. Wat je natuurlijk niet doet. Zodat het na een week de vuilnisbak in gaat. Je kunt er vlees bestellen zonder je naam te noemen. Wanneer je de bestelling na twee dagen komt halen, lopen ze automatisch naar achteren om het op te halen. Achthonderd gram was het toch? Ja, achthonderd gram. Je kunt er tot ’s avonds laat brood halen bij de bakker. Lekker brood. Zonder dat je om de oren wordt geslagen met het woord ‘ambachtelijk’, de leugen waarmee veel andere bakkers mij denken te kunnen wijsmaken dat ze de voorbije nacht weer hoogstpersoonlijk met deeg in de weer zijn geweest.  De paprika’s en aubergines liggen er ook niet bij als ingesmeerde lichamen op een zonovergoten strand. U kent ze wel, die geplastificeerde groenten, geïmporteerd uit Nepland. Hier hebben de groenten en vruchten gewoon nog deukjes en putjes. Net als de omgeving. Die ziet er niet bepaald glossy uit. Verwaarloosd zelfs. Veel Amersfoorters fietsen langs deze winkeltjes als ze naar de stad gaan, door het tunneltje. Het wijkje ontleent zijn bekendheid intussen aan rellen tijdens de jaarwisseling. Daarom lees je de laatste tijd over een verband. Tussen de uiterlijke kant van het wijkje en het gedrag van jongeren. En dat het rijtje winkels misschien maar beter gesloopt kan worden.  Het past in een trend. Grote stappen, snel thuis. Stoere jongens krentenbrood. De minister-president is ook lid geworden van de club. Er wordt hier een denkbeeldige lijn getrokken. Een meridiaan. In het echte leven kun je er gewoon boodschappen doen. Normaal.

 

1. Gibralter

Hoe krijg je een nieuw kunstwerk op de Hof in Amersfoort? De kunstbende van Fons Asselbergs heeft beeldend kunstenaar Ton Mooij namelijk een schaalmodel laten maken van de Stadsbron, een kunstwerk met in brons gegoten, gewone stervelingen die onder een bladerdak schuilen. Een dak dat ook de bestaande fontein overdekt. Zes meter hoog wordt het. De Hof wordt er vast mooier van. Minder vlakte, meer plein. Tot zover de droom.

We schakelen over naar de afdeling Wetten en Praktische bezwaren. Deze meldt: bouwen van podia voor festivals wordt met zo’n kunstwerk op het plein ernstig bemoeilijkt. Want? Nou meneer, het is het enige plekje waar geen marktkramen staan. Maar, zo probeer ik, de markt kan toch ook gewoon langs de Eem staan? Of op het Eemplein?  Nu vervalt de afdeling in een lang stilzwijgen. De Hof blijkt namelijk het Gibraltar van Amersfoort te zijn. Het plein is weggegeven aan de markt. Vijftig zaterdagen per jaar klinkt hier maar één liedje: beie, beie, beie. Alleen Spoffin en het Jazzfestival mogen de heilige grond betreden.

Dus ik naar de afdeling Vreemde Besluiten. Was het niet zo, werp ik in alle bescheidenheid op, dat de snel groeiende stad een veel te klein centrum had? En dat daarom het centrum uitgebreid is? Met het Eemplein. De Grote en de Kleine Koppel. De Nieuwe Stad. Waarom kan de markt dan niet bij de Eem? Waarom proppen we dan nog alles in het oude centrum?

De afdeling Vreemde Besluiten verwijst mij zuchtend naar de commissie Kolen en Geiten, bekend van de dubbele ijsbaan. Opgewekt staan de commissieleden mij te woord. Ze hebben de kwestie namelijk al lang opgelost, vertellen ze mij in vertrouwen. De Stadsbron wordt verrijdbaar. Die gaat op gezette tijden naar het OLV Plein. Maar, vraag ik verbouwereerd, is dat plein daar niet te klein voor? De commissie glundert. Want hier is  over nagedacht. De toren wordt afschroefbaar.

 

Verhuizing naar pagina 2

Vanaf 19 januari schrijf ik algemene columns voor AD Amersfoortse Courant. Ter gelegenheid van mijn verhuizing naar pagina 2 van het regiokatern verscheen dit interview.

JAAR 2016

Hoe God in Amersfoort verscheen

Over Amersfoort in 2016, in AD Amersfoortse Courant 31 december 2016

En het geschiedde in die dagen dat het gerucht ging dat André Hazes terug was op aarde. Maar de mensen hadden het mis. Ze zien helaas wat ze graag willen zien. Het was Hazes niet, het was een vreemdeling. Sterker nog: het waren dertien vreemdelingen. In het water langs de Langegracht, pal tegenover de in oude glorie herstelde Elleboogkerk, dobberde de boot met Jezus en zijn twaalf apostelen. Verderop waren werklieden bezig de Koppelpoort van nieuwe avondkleding te voorzien: goddelijk, duurzaam licht. De verlichte poort zou het decor worden van een groots spektakel, met Jezus in de hoofdrol. Het aardse element in het decor zou worden belichaamd door passerende treinen. Slechts enkelen wisten dat hier ook verboden LPG-transporten tussen zaten. Ze hielden hun adem in. Wat zou er eerder zijn: de kruisiging of de explosie?

Kort hiervoor legde een flinke vuurzee een oud schoolgebouw aan de Keerkring in de as. In wezen een gevalletje geluk bij een ongeluk. Maar de deuren en ramen moesten die avond dicht. Asbestalarm! De volgende ochtend was er ineens niks meer aan de hand. En twee daklozen herrezen uit de as, na een nacht slapen in het uitgebrande gebouw. Was God toen al in Amersfoort verschenen? Er gebeurde namelijk meer wonderen. Dat een museum kon afbranden wisten we in Amersfoort al. Armando trok niet voor niks met zijn werk als een dakloze zwerver door het land. Maar een museum dat er nog niet is, kan dat ook al afbranden? Het Knopjesmuseum is het gelukt. Lassen is lastig. Maar ook hier een wederopstanding van Bijbelse proportie. Het volk verzamelde 24000 zilverlingen, waarmee de knopjes weer konden worden opgepoetst.

De dorpsvereniging Hoogland maakte zich intussen zorgen. Hadden zij niet al vroeg in het jaar gefulmineerd tegen de komst van vreemdelingen? En met stelligheid beweerd dat er op de hoek van de Rondweg Noord/Laan van Duurzaamheid geen plaats was voor asielzoekers? Viel dat nog wel te verdedigen nu Amersfoort massaal uitliep voor die dertien vreemdelingen in een bootje? En was Simone Kennedy misschien één van die apostelen? Het moest haast wel.

En toen kwam Jezus met zijn gevolg de Amersfoortse berg af.  Het grote plein van de stad was stampvol. Op een golf van stemmig chauvinisme lieten de mensen hun terreurangst in de Eem glijden. Ruim 3 miljoen televisiekijkers zagen een stad die voor een slordige 2 ton kon laten zien waar hij voor stond. Voor de gepassioneerde stad. Voor theater. Voor zang. Geloof. Hoop. Liefde.

Even leek het alsof de wonderen ook na het vertrek van Jezus en zijn apostelen bleven komen. De fietsbrug over de Eem, waar Jezus had gestaan,  werd in de zomer een bedevaartsoord waar mensen, van jong tot oud, in volstrekte overgave urenlang naar hun telefoon stonden te staren. Soms zag je ze groepsgewijs abrupte bewegingen maken. Bij nader inzien bleek de sekte niet religieus van aard te zijn. Het was een zeldzame vorm van epidemische geestesziekte, in de wandeling Pokémon geheten. Nooit meer wat van gehoord.

Alles werd intussen weer gewoner in de stad. De Eem verloor zijn goddelijke glans. Het werd de Lek. De Styx. De persoonsgegevens van 1900 Amersfoorters kwamen in verkeerde handen. Foutje. Foutjes kun je toegeven of verzwijgen.  Het stadhuis verzamelde alle beschikbare afdichtmiddelen. Ambtenaren bestookten elkaar met de wijsheid van hun oma’s: spreken is zilver, zwijgen is goud. Het stadsbestuur was intussen gewend geraakt aan wonderen en rekende op een goede afloop.  Maar de staart hing toen al klaar. Voor tussen de benen. Het werd een even smadelijke als voorspelbare vertoning. Vuur aan schenen (oppositie), door het stof, boetekleed (wethouder), motie van wantrouwen (SP), volste vertrouwen (coalitie).

Het had iets vertrouwds. We hadden onze stad weer een beetje terug. Het ging gelukkig ook weer over de nieuwe weg aan de westkant van de stad. Waar je vandaag de dag het spoor moet kruisen. En waar spoorbomen dicht kunnen gaan. Je moet dan wachten. Met een beetje pech rijd je verderop tegen een rood stoplicht aan. Dan moet je weer wachten. Dat heet oponthoud. Soms gaan er veel auto’s over de oude weg. Die hebben dan allemaal oponthoud. Dat heet stagnatie. Stagnatie is geproblematiseerd oponthoud. In de wereld van de auto’s is oponthoud not done. Er moet worden doorgestroomd. Daarom komt er een nieuwe weg. Ook om snel naar de A28 te kunnen, waar we misschien straks wel overal 130 mogen rijden. Amersfoort daalt op de misdaadladder, maar stijgt op de fijnstoflijst. De lijst van de onzichtbare criminaliteit.

Dat de voorraad wonderen uitgeput was, bleek ook bij de zoveelste poging de Amersfoortse koopgoot te reanimeren. Wanneer je een ondergrondse eetfabriek ‘Food Village’ noemt, is dat nog geen garantie op succes. De boel liep weer eens spaak. Onze hoop is nu gevestigd op een blinde durfkapitalist. Maar hoe hardnekkig een stad niettemin blijft geloven in wonderen, bewezen de dames en heren van De War, voorheen een verffabriek. Deze culturele broedplaats bevindt zich in een lelijke uithoek van bedrijventerrein De Isselt. Zoals het hoort. Broedplaatsen zitten aan de rand. Ze leven van passie. Voor zover hun gedachten rendement genereren, doen ze dat op termijn. Maar op het stadhuis is de dag van morgen toch verleidelijker dan alles wat daarna komt. Zo zagen ze daar dat de lelijke uithoek eigenlijk op een heel mooi en goed verkoopbaar punt ligt. Te mooi voor culturele broeders alleen. Dus bedachten ze een list. Om de locatie te verwerven mocht De War het in een pitch opnemen tegen commerciële bedrijven. Een bij voorbaat verloren wedstrijd. Want wonderen bestaan niet.  Passie is mooi, maar dan wel als moderne klederdracht voor ondernemers. Je kunt vervolgens ontvangen eremetaal plechtig en demonstratief terug geven aan de aarde, maar daarmee gaat de aarde nog niet anders draaien.

We lezen tot slot even uit Mattheus: Nu kwam de beproever naar hem toe en zei: ‘Als u de zoon van God bent, beveel dan de stenen in broden te veranderen’. Maar Jezus gaf hem ten antwoord: (….) ‘De mens leeft niet bij brood alleen (…….)’. ‘Niet bij brood alleen’, een oneliner van Jezus. Uit de tijd dat hij zelf nog een culturele broedplaats had. Maar nu is hij alweer met zijn hoofd bij Leeuwarden.  Zijn volgende handelsmissie.

 

BEN GAAT KIJKEN

IEDERE WEEK OP DE CULTUURPAGINA VAN AD AMERSFOORTSE COURANT

18. Top 2000-kerkdienst, De Inham Hoogland, 30 december 2016

Het is een bekende stelregel uit de communicatiesector: het gaat niet om het brengen van een boodschap, maar om het overbrengen ervan.  Per slot van rekening heb ik ook graag dat u niet alleen met tevredenheid vast stelt dat ik weer een stukkie heb getikt. Het is de bedoeling dat u het leest, dat ik u vast houd tot het eind.

Voor de boodschap van de kerk zijn steeds minder belangstellenden. (Oei, bent u er nog? Vrees niet, ik houd het gezellig.). Dus bij De Inham in Hoogland dachten ze: we doen een Top 2000-kerkdienst. Want  voor de meesten van ons is de geboorte van het kindeke Jezus een schattig sprookje dat steevast verteld wordt op de dag voorafgaande aan de wedergeboorte van de Top 2000. Je kunt als kerkgemeenschap natuurlijk Ere zij God blijven zingen tot je een ons weegt, maar Michael Jacksons Heal the world brengt meer volk op de been. De Inham zat dan ook vol. En gewoonlijk moet je met zijn allen even gaan staan bij het uitspreken van Gods zegen. Maar Gods zegen werd dit keer bekend verondersteld. Nu kwamen de kerkbezoekers in de benen bij Happy van Pharrell Williams, toch ook bepaald geen klassieker uit het Liedboek voor de Kerken.

Een deel van het kerkpubliek zal het allemaal hoofdschuddend aanzien. Zoals een deel van de mediaconsumenten naar ouderwets degelijke inhoud verlangt. En opleukerij en verpretting verafschuwt. En zoals  een deel van het winkelend publiek niks moet hebben van webwinkels en gewoon V&D weer terug wil in de straat. 

Alles moet blijven zoals het was. Als je wilt sterven in schoonheid.

17. Iedereen Zingt, Wagenwerkplaats, 1e kerstdag

Echt goede ervaring met Nederlandse liedjes hebben de vluchtelingen nog niet. Ze werden bij binnenkomst getrakteerd op kreupele teksten. Strekking: of ze maar meteen weer wilden oprotten. Het nationale knuffellied van Claudia de Breij Mag ik dan bij jou werd omgebouwd tot een sarcastisch welkomstlied voor terroristen. Bange mensen zongen de liedjes van de angst. Spreekkoren predikten her in der in het land de verwijdering. De meerderheid zweeg.

Op eerste Kerstdag 2016 liggen de kaarten anders. In Amersfoort worden op deze dag voor het eerst de liedjes van de verbinding uit de kast gehaald. Iedereen zingt – elke laatste zondag van de maand in de Wagenwerkplaats - moet Nederlanders en vluchtelingen zingend bij elkaar brengen. En vluchtelingen helpen bij het leren van taal en cultuur. Achtenveertig Nederlanders staan op deze eerste kerstdag klaar om dit interculturele avontuur aan te gaan.  Geen wonder, ze wonen in het land met de bijna grootste koordichtheid ter wereld.  Eén op de tien Nederlanders zingt in een koor. Het is niet zo gek dat er bij deze eerste editie nog niet veel te verbinden valt, bij afwezigheid van vluchtelingen. Om hen in de kring te krijgen wordt vast nog een klus. Hopelijk lukt het. Wel zou ik de geplande Gezusters Karamazov van drs P even uit het programma halen. Het is een juweel van een lied. Maar de gemiddelde Syriër is vermoedelijk niet meteen toe aan tante Mathilde die bij een poging haar zuster Constance te vergiftigen een slok van haar eigen gifmengsel neemt en overlijdt.  Laat staan aan het commentaar van de kanarie: tsjiep, tsiep, tsiep, tsjiep.

 

16. De IJsbanen op het OLV Plein en het Eemplein, 20 december 2016

Weet je wat zo handig is van twee ijsbanen in het centrum? Je kunt klunen. Vanaf het OLV plein is het kwestie van Langegracht, oversteken naar het Kleine Spui, Koppelpoort, eindsprintje en je staat op het ijs van het Eemplein . Ideaal voor al die mensen die dit jaar de Elfstedentocht gaan klunen. Ik stel voor dat we nog wel even matten neerleggen op de route. Want anders wordt het natuurlijk nooit wat met het Heerenveen van Midden-Nederland. Wat ook heel goed gecoördineerd schijnt te zijn: op het ene plein kunt je rondjes linksom rijden en op het andere rechtsom. Ik vertelde dit op de Vechtse Banen aan een Utrechtse kennis. Jaloers, natuurlijk. Daar worden ze horendol van alsmaar datzelfde rondje. Nee, dan Amersfoort.  Daar kun je links en rechts pootje over. Wat trouwens ook best fijn is: op het OLV Plein zie je iets meer, of eh iets minder, nou ja, ik bedoel gewoon….. het is niet zo’n kermis, het is meer voor mensen die…. ik heb natuurlijk niks tegen het Eemplein, maar………. Trouwens, nog wat. Ik hoor bij gerucht dat de ijsbaan op de Rubenstraat volgend jaar ook met de Kerst open gaat. Ze zijn daar heel erg bang dat we vergeten zijn dat ze überhaupt bestaan!. Ze schijnen al vijftig op Marktplaats gescoorde vriezers te hebben ingegraven. Persoonlijk zou ik het liefst zien dat ze een vriesinstallatie aanbrengen onder de Stadsring. En deze vervolgens laten onderlopen. Permanent.  Dan heb je wat.  Amersfoort, de stad met een grachtengordel van ijs. Afijn, dat u niet denkt dat het bij twee ijsbanen blijft.

15. Rondleiding De Nieuwe Stad, 9 december 2016

We lopen door de Oude Fabrieksstraat. Waar vroeger Erdal en Prodent zaten. Het complex van witte tanden en gepoetste schoenen – geluk was nog heel gewoon – heet nu De Nieuwe Stad. De pelikaan van Erdal is net weer teruggeplaatst. Hij geeft me een knipoog. Zo, ben je er weer es?

Op mijn linkerarm zit een litteken. Ik was een jaar of 17. Blij dat ik weer een vakantiebaantje had. Dit keer bij Erdal. Blikjes maken voor de schoensmeer. Oordoppen verplicht. De vaste medewerkers waren al nagenoeg doof, immuun voor het ijzeren gekletter waarmee de machine blikjes uit een grote metalen plaat sloeg. Ik moest de platen door die stansmachine leiden.. Oppassen voor je arm, jongen!.  Nu word ik rondgeleid door Seta Alakus van StadsLAB033. Vijfentachtig ondernemers vinden hier onderdak. Er is een wachtlijst. De Nieuwe Stad gelooft in permanente tijdelijkheid. Dat is zijn credo. De continuïteit zit in verandering. Ik zie een bordje ‘Tana’, één van de merken van Erdal. Mijn vader was er verkoopleider. Ik vraag me af waar ik gehuldigd werd toen ik sjoelkampioen werd op het Sinterklaasfeest van het bedrijf. We lopen door. Het is even alsof ik de geur ruik van de verderop gelegen stinkfabriek. Maar Polak Frutal Works heeft plaatsgemaakt voor het Eemhuis. Op het immense parkeerterrein – waar natuurlijk gewoon een parkje moet komen – staan de elektrische auto’s van Picnic klaar om uit te waaieren over de stad. Ik loop terug door de Oude Fabriekstraat. Hier zaten de mannen bij mooi weer te schaften. Maar de tijd niet. Die schaft niet.  Want de tijd is nou eenmaal tijdelijk. Permanent.

 

14. Lootje trekken, Bibliotheek Eemland, 30 november 2016

Moet ons democratisch systeem naar de dokter? Ik ben er weer eens ingedoken na een avondje met filosoof Frank Meester in Bibliotheek Eemland. De filosoof opende sterk: de filosofie kan u niet helpen. Plato en Rousseau waren dus voor spek en bonen naar de bieb gekomen.  Trump was er wel. En de media, vanwege hun liefde voor de waan van de dag.  En natuurlijk was er de lawaaipapegaai, Twetter.

Maar gaat het slecht? Nou ja, in het politieke bestel loopt niet alles op rolletjes. De mensen in het land hebben geen hoge pet op van de politieke elite. De politieke partijen dalen nu zelfs al in waarde op de sterfhuizenmarkt. Nog maar 2,5% van de Nederlandse burgers is lid. En die 2,5% selecteert de kandidaten voor de gemeenteraad. Daarna bepaalt 56% (opkomstpercentage 2014 Amersfoort) wie van deze kandidaten in het stadsbestuur komt. Daar valt best wat op af te dingen. Je hoort vaak dat de peilingen niet kloppen, maar de vraag is: klopt de verkiezing wel?  ’t Is voor de IPad-generatie ook een wat kneuterige gebeurtenis, met zo’n belachelijk groot vel en een potloodje. Alsof je in het Openluchtmuseum staat met drie acteurs achter een tafel. Waarom gaan we eigenlijk niet gewoon loten wie er namens ons in de gemeenteraad mag komen? Iedereen gelijke kansen. Burgers komen dichter bij het bestuur. En het levert een representatiever beeld op. Cultuurhistoricus David van Reybrouck heeft met zijn boek Tegen Verkiezingen deze steen al eens in de vijver gegooid. Zelf voorspelde hij het effect al: hij heeft te vroeg gelijk.

 

13.  Het nieuwe zwembad, 24 november 2016

Beste dames en heren van het nieuwe zwembad, uw nieuwe zwembad ziet er nu al veelbelovend uit. Ik zwem regelmatig baantjes in het ‘oude’ 50 meter-bad. Ik ben dus een ‘gebruiker’. En heb twee voorstellen.

Het eerste gaat over de kletsdames. Kletsdames zijn dames die graag kletsnat kletsen. Ze bewegen zich meestal in duo’s door het zwembad. Zwemmen er twee kletsduo’s, dan nemen ze zó veel ruimte, dat er al gauw sprake is van ernstige verkeershinder. Bij drie kletsduo’s is het oponthoud vergelijkbaar met een vrachtwagenblokkade. Er is dan voor andere zwemmers maar één remedie: afdrogen en wegwezen. Voorstel voor het nieuwe zwembad: creëer een bad met bankjes waar kletsdames kunnen zitten. Projecteer op de randen bewegend beeld, waardoor het net lijkt alsof ze vooruitgaan. 

Dan mijn tweede voorstel. Het gaat over rugzwemmers. Ik ken de grondwet. Rugzwemmers mogen er ook zijn.  Maar ik heb het hier over rugzwemmers die niet kunnen rugzwemmen. U herkent ze aan links en rechts naar buiten zwaaiende armen. Waarmee ze zo nu en dan het bovenstukje van een passerende zwemster lostrekken. Of bij een nietsvermoedende recreatiezwemmer een oog uit de kas wippen. Niet voor niks draag ik een zwembril. Voorstel: creëer een bad van 1 meter breed en 3 kilometer lang.  De breedte, in combinatie met betonnen randen,  is een adequaat middel om de armen binnenboord te houden. De lengte van 3 km kunt u realiseren door het bad via een soort kattenluikje naar buiten te laten doorlopen. Oh ja, één ding niet vergeten. Het kattenluikje kan van buiten niet worden geopend.

 

12.  Wijkmuseum Soesterkwartier, 19 november 2016

‘Heeft u ook nog wat vrolijks te vertellen?’ Een mevrouw achter in de zaal vindt het wel genoeg zo. We hebben zojuist de Eerste Wereldoorlog voor onze kiezen gekregen. De sprekers hebben ons een kleine anderhalf uur meegenomen in de wereld van het gas, de granaten, de loopgraven, het niemandsland, de onwerkelijke dodentallen en de zinloosheid. Een beetje veel voor een zaterdagmiddag in het sympathieke wijkmuseum van het Soesterkwartier. Het is een voormalig woonhuis dat met steun van woningbouwvereniging Portaal tot een kleinschalig  museum is getransformeerd. Deze maand blaast het zijn partijtje mee in het Amersfoortse najaarsoffensief  ter herdenking van de Grote Oorlog. De sprekers in het wijkmuseum -twee Nederlandse mannen van de Société Verdun 1916 – zitten nog helemaal in de Grote oorlog. Elk jaar opnieuw lopen ze door de bossen bij Verdun, waar de manshoge loopgraven nog te zien zijn, om maar weer nieuwe stukjes te vinden voor hun horrorpuzzel. Akelig nauwkeurig weten ze de oorlogsverwondingen te schetsen. Als je een been of arm verloor in deze oorlog, was je spekkoper. Zeiden ze.  Maar toen dacht ik aan de pianist Paul Wittgenstein. Hij verloor zijn rechterarm in de strijd. Een pianistenarm. Ophouden met pianospelen was geen optie. Na de oorlog vroeg hij grote componisten , waaronder Ravel, pianoconcerten voor de linkerhand te componeren. Veertien jaar na de oorlog speelde hij met zijn ene hand de première van Ravel’s pianoconcert. Een historisch kippenvelmoment. In het Soesterkwartier loopt de Grote oorlog naar zijn einde. Volgende maand een nieuwe tentoonstelling: poppenhuizen. Toch nog wat vrolijks binnenkort.

 

11.   Geert Mak in de Nieuwe Kerk, Amersfoort

De wereld heeft deze ochtend zijn ogen uitgewreven. Wat? Trump!? 's Avonds zitten we met 300 man - vijftig tinten grijs - bij Geert Mak in de Nieuwe Kerk, Amersfoort. Bibliotheek en Algemene Boekhandel zijn gastheren. Vera van Brakel leidt het gesprek. Capsones zijn vanavond ver te zoeken. Gast en gebouw zijn van protestantse makelij. Het gaat over 'De levens van Jan Six'. Met het verhaal van alle Jannen Six vanaf de Gouden Eeuw tot vandaag trekt Geert Mak weer eens een ander spoor door de vaderlandse geschiedenis. Hij is geen historicus, wel ex-historicus van het jaar. Zoals Trump geen politicus is, maar binnenkort wel president van de Verenigde Staten. We lezen in het boek van Mak hoe in de 17e eeuw het establishment zich verrijkt en gefocust is op behoud van zijn posities. En hoe ze hun eigen familieleden schaamteloos aan baantjes helpen. En hoe in de 18e eeuw haarscheurtjes ontstaan in deze vanzelfsprekende orde. En dat de onvrede steeds verder om zich heen grijpt. En hoe er een gapend gat groeit tussen politieke ambtsdragers en het dagelijkse leven. Dat de Sixen en de rest van de gevestigde orde deze veenbrand niet op tijd hebben gezien. En hoe uiteindelijk, aan het einde van de 18e eeuw, de spreekwoordelijke, rotte tomaten in het gezicht van de elite uiteen spatten.

De Sixen van vandaag heten de Clintons. Je vindt ze ook in Den Haag. En in de vergaderkamers van de Europese Unie. En ze hebben er een handje van te reïncarneren als manager in de zorg.

 

10. Rik Wouters in Museum Flehite, 3 november 2016

In Museum Flehite hangt een foto die mij ontroert. We bevinden ons op de Juliana van Stolbergkazerne. De kazerne was tot 1978 in gebruik. Hij lag tussen de Leusderweg en de Appelweg. Appélweg dus. Het is najaar 1914. Belgen zijn massaal naar Nederland gevlucht. Het kazerneterrein staat vol met witte tenten. En in de verte – op die foto - zie je de Onze Lieve Vrouwetoren. Mijn toren, zou ik bijna willen zeggen. De toren waarmee ik zo vaak het plein deel. Waarvan de schaduw mij dikwijls naar het terras lokt. En waarvan de vanzelfsprekende aanwezigheid mij laat denken dat hij samenvalt met mijn leven. Zo’n foto ontroert omdat de toren ook voor de Belgen een baken was. De toren is al honderden jaren overal bij. De vergankelijkheid loopt met een eerbiedige boog om hem heen.

En Nel woonde vlakbij de toren.. Nel is de vrouw en muze van Rik Wouters. In Flehite kom je haar op veel doeken tegen. Rik Wouters was zo’n Belg die naar Nederland vluchtte. Hij was schilder en beeldhouwer. Maar ging op zijn 34e al dood. Niet de oorlog velde hem, maar kanker. De Geniepige Oorlog. De Grote Oorlog heeft hem wel uit de anonimiteit gehaald. Dat is het gekke met treurige levens. Kunstenaars weten daar wat van te maken. Zonder de oorlog had hij niet die begrafenisstoet kunnen schilderen bij de uitgang van Kamp Zeist. Gevluchte Belgen kwamen in opstand tegen de erbarmelijke omstandigheden en werden neergeknald. Heftig, maar een cadeautje voor de kunstenaar.  De slachtoffers liggen onder een steen. De begrafenisstoet is vereeuwigd. En Rik Wouters werd groot.

 

9. Dassenkunst, Kringloopcentrum Amersfoort-Leusden, 28 oktober 2016

Nu we het toch over het Koningshuis hebben. Zou onderzocht zijn of Prins Claus verantwoordelijk moet worden gehouden voor een overschot aan stropdassen? Zijn legendarische zelfbevrijding van de strop, metafoor voor de ontsnapping uit de koninklijke cel, heeft de verzamelaars van tweedehands stropdassen vast geen windeieren gelegd. Verzamelaars van stropdassen? In welke uithoek zitten we nu weer, Groenendijk?

'Rian, heb jij de sleutel?' We bevinden ons in het kringloopcentrum. We zijn omringd door voormalige trends, voorbije hobby's, sterfgevallen en de rijke oogst van de huwelijksmarkt. Bij de Kringloop kun je zonder scrupules dingen wegdoen die nog goed zijn. De verspiller draagt er de jas van de gulle gever. De sleutel is gevonden, de deur gaat open, de tentoonstelling van daskunstenaar en Amersfoorter Cor van de Geest is geopend. We kijken naar een kleurrijke verzameling....ja, wat zijn het...schilderijen die geen schilderijen zijn. We zien figuratieve en abstracte werken. Allemaal gemaakt van stropdassen. Ze zijn niet per se bedoeld voor de verkoop. Al verkoopt Cor wel eens wat. Voor maximaal 400 euro. Ik zou zeggen: Cor, hang de werken in een gelikte galerie in een trendy straatje in Amsterdam en er kan een nul achter. 'Heb je die tie-art gezien, absolutely crazy, echt een must-buy! Ik heb de zebra gekocht. Paar duizend euro. No risk. Komt terug, sure!'. Tekst van de gek die het ervoor geeft. Intussen bereidt Cor zich voor op een Mondriaan. Maar hij wacht nog op de kleuren. Dus effen dassen graag, heren: rood, blauw, geel en wit. En daarna moet Cor van de Geest naar het Mondriaanhuis.

 

8. SMAAK, St. Pieters en Blokland Gasthuis, 23 oktober 2016

Wat moeten we nog zonder pop-ups? In de goeie ouwe tijd waren pop-ups nog een prettig hulpmiddel bij het zoeken op internet. Intussen zijn het digitale wegversperringen geworden.  En ook het echte leven is geleidelijk aan vergeven van de pop-ups. Wetenschappers zoeken al eeuwen naar de uitgang van hun ivoren toren. Sinds kort duiken de professoren zomaar op tussen het volk: als pop-up wetenschappers. Een restaurant met een leeftijd van enkele jaren zit vandaag de dag al dicht bij het einde van zijn levenscyclus. We houden niet meer van het eeuwige. We verwisselen het graag voor het tijdelijke. ‘Waar gaan we eten? ‘ ’Nou, er is hier op de hoek een pop-up gekomen.’ ‘Oh, lekker.’ Failliete winkels maken plaats voor pop-up stores, vergaderen doe je in pop-up locaties en events, nou ja als je een event niet gewoon een beetje oppupt, dan is het geen event.

In Amersfoort hebben we Smaak. Afgelopen zondag zette de herfstzon het St. Pieters en Blokland Gasthuis in de spotlights.  Het was lang geleden dat ik daar binnen was geweest. Een betoverende locatie. Pop-up museum Smaak presenteert hier tot eind oktober de kunstzinnige smaak van negen gastconservatoren van 65+. Een aangename wandeling langs de smaakdiversiteit van negen vrouwen in de herfst van hun leven. Grijzen! Komt, verzet uw zinnen, roept dichter Pieter Pijpers niet voor niks vanaf de wand van de bovenste etage.  Een feest van de herfst dus. Maar ook de winter laat zich horen. De schreeuw van een demente bewoonster galmt door de hal. Alsof zij de tijdelijkheid zat is. En klaar is voor het eeuwige.

 

7. Klaas en Tonio, Theater De Lieve Vrouw, 13 oktober 2016

‘Langzamer fietsen, jongen. Je moet de tijd te slim af zijn’. Het is de mooiste zin die Pierre Bokma mag uitspreken in zijn rol van Adri van der Heijden in de film Tonio. In zijn droom fietst hij de nacht van het fatale ongeluk achter zijn zoon aan. Hij denkt het noodlot te kunnen foppen. ‘Langzamer fietsen, jongen’. Ik was bij de Amersfoortse première in Theater De Lieve Vrouw, waar een première nog ouderwets wordt ingeleid met een stichtelijk woord van een filmkenner. Mooie traditie.  Had Tonio in werkelijkheid twee seconden langzamer gefietst, ja dan was deze film er niet geweest. Het boek ook niet. En Tonio was even anoniem gebleven als kinderen van andere grote schrijvers. Hij was dan misschien op latere leeftijd – om maar eens een ander ongeluk te noemen – halfzijdig verlamd geraakt. Zoals Klaas. Klaas hangt beneden in het theatercafé. Tonio draait boven in de Grachtzaal. Ze zorgen samen voor een avondje uit met de dood. Klaas staat op foto’s van Gerda Kalmann. Ze hangen er vanwege Fotofestival 033 fotostad. Klaas gaat twee keer per dag in zijn scootmobiel op bezoek bij zijn moeder. Zijn moeder ligt weliswaar op het Rusthof, maar hij laat zich niet uit het veld slaan.  Hij neemt de bloemen mee waar ze van houdt. Hij doet haar tuintje. Vertelt de laatste nieuwtjes. Klaas bivakkeert in het grensgebied van leven en dood. Waar Gerda Kalmann hem betrapte. Ze heeft hem kleur gegeven in pakkende zwart-witfoto’s.  Klaas leeft nog gewoon met zijn moeder. Hij is de tijd te slim af geweest.

 

6. Bachdag, diverse locaties binnenstad Amersfoort, 8 oktober 2016

Allereerst moeten we gewoon even omhoog kijken. En dan zeggen: bedankt dat u weer belangeloos hebt meegewerkt, 266 jaar nadat u in Leipzig de ogen dicht deed. Uw contrapunten gleden afgelopen zaterdag soepeltjes van de toren, caramboleerden over het plein en maakten van de tosti's op de terrassen hemels brood. Uw koralen klommen langs de zuilen omhoog en vielen als zonnestralen op het publiek van de Sint-Joriskerk. De klarinet van uw zoon Carl Philippe kroop, met klavecimbel en cello, tussen de dekentjes in de bedsteden van de Mannenzaal. En in de Sint-Franciscus-Xaveriuskerk wekte het Amer Consort (foto) nog een vaag familielid uit uw wonderbaarlijke Bachdynastie tot leven: Johann Ludwig. Hij wist met zijn Unser Trübsal tranen terug te brengen die twintig jaar geleden in mijn ogen hadden gestaan. Ik zong toen met een Amersfoorts koor in deze zelfde kerk. Op het programma stond De Oude Jacob. Voor de niet-ingewijden: geen familie van Bach. Wel een lied van Annie Schmidt en Harry Bannink. Kort voordat we dit lied destijds zongen, hoorden we dat Leen Jongewaard, de oervertolker van dit lied, die ochtend was overleden. Doebedoebedoe. Hij komt nooit weerom. Afgelopen zaterdag mocht ik weer zingen in deze kerk. Want het Amer Consort liet het publiek vierstemmig meezingen met Bachs koralen. Een volle kerk deed mee. Want, meneer Bach, u bent de deftige concertambiance ontgroeid. U bent - zo noemen we dat vandaag de dag - streetwise.  Uw stadionconcert is een kwestie van tijd. Want dacht u van De Topper?

 

5. Muurpoëzie, onthulling door Lucas Bolsius, 30 september 2016

Poëzie ligt op straat. Neem nou Lucas Bolsius, burgemeester te Amersfoort. Hij kwam vrijdagmiddag naar de binnenstad om vier muurgedichten te onthullen. Om te beginnen hebben we dan al een dubbele dactylus te pakken. Bolsius. Amersfoort. Ik weet niet of hij zijn herbenoeming mede te danken heeft aan de ritmische congruentie met de stad, maar mij dunkt dat het een voordeel is. Bolsius en Amersfoort,  samen weggelopen uit een ollebolleke. Dat lijkt mij een aanbeveling. Maar hier bleef het niet bij. Hedendaagse poëzie viel ook te beluisteren toen de burgemeester met zijn gevolg door de stad liep van het ene naar het andere te onthullen gedicht. In de Hellestraat bij de visboer riep een man: ‘Hé, daar gaat Bol….., hoe heet ie: Bol….., hoe heet ie: Bol…….’ Straatpoëzie, een onderschatte categorie. Zet er een beat onder en je hebt een geinig intro van de weekvideo van de burgemeester. Poëzie zat ook in de meesterlijke plot aan het einde van de reeks onthullingen. Het vierde muurgedicht was afgedekt met een hoeslaken. Initiatiefnemer en stadsdichter Nynke Geertsma had namelijk niets nagelaten om poëzie dichtbij het volk te brengen.  Een hoeslaken is in beginsel bestemd voor horizontaal gebruik, maar deed hier verticaal dienst als verhuller.  Het lostrekken van het laken viel niet mee. De burgemeester sprak al zijn talenten aan als imitator van Stan Laurel. En jawel hoor,  hij eindigde dan ook onder het laken. Het voelde als de wending in een sonnet. Het gedicht zag het licht. De onthuller moest worden onthuld.

 

4. Kloosterwandeling, met Arnold Huisman, 23 september 2016

Wanneer je in Amersfoort de parkeergarage Beestenmarkt in rijdt, kun je historisch verantwoord dromen dat je een klooster betreedt.  Tenminste, als je een man bent. Want de kloosterlingen waren mannen. Die soms beesten waren, zoals wij weten. Dat daar later de Beestenmarkt kwam,  berust helaas op louter toeval. De mannen in dit St Jansklooster zijn zo’n vijfhonderd jaar geleden door Utrechtse geloofsgenoten uit hun klooster geknikkerd.. Na een brand in Utrecht pikten ze  ‘ons’ klooster in . Kijk, hier ligt de kiem van de Amersfoortse hekel aan Utrechters.  Maar dit heb ik er zelf bij verzonnen, want geschiedenis moet wel een beetje leuk blijven.

Ik liep vorige week, met nog acht anderen, een kloosterwandeling onder leiding van Arnold Huisman. Hij organiseert al enige jaren wandelingen en fietstochten in de Amersfoortse regio. Een gedreven sociaal geograaf die iedere vrijdagmiddag een smakelijke cocktail serveert: lichaamsbeweging, kennis over stad en regio en een zelf bereid diner. Zo’n wandeling relativeert. In de Langestraat keken we in gedachten naar het eerste Amersfoortse klooster, ongeveer op de plek van de Lutherse kerk.  Het klooster verdween. Een lange reeks transformaties sloeg steeds weer nieuwe gaten in het straatbeeld.  De internetrevolutie van vandaag  is het nieuwe vliegwiel van veranderingen.  Zij kan de Langestraat misschien van zijn fletse eenzijdigheid verlossen. Intussen is achter de paarse gordijntjes van Huis Cohen aan de Zuidsingel de bel van de laatste ronde gegaan.  In dit enige, nog bewoonde klooster gaat de laatste non binnen afzienbare tijd het licht uit doen. Maar dan heeft ze toch maar mooi MS Mode en Halfords overleefd.

 

3. Cursus bloemschikken, Groei & Bloei, Hoevelaken, 13 september 2016

Waarom moeten bloemen eigenlijk worden geschikt? Typisch weer zo’n menselijk trekje.  Van rivieren maken we kanalen, van bloemen boeketten. Zelf haal ik regelmatig twee bossen gladiolen op de markt. Ik plof ze thuis in een grote vaas. Dan neem ik wat afstand en zie dat de bos zich niet gedraagt volgens ongeschreven wetten van de harmonie. Ik geef es een duwtje links en regel een verhuizinkje daar, en dan zijn de bloemen geschikt. Dat wil zeggen: geschikt voor de woonkamer. Buiten mag het een zootje blijven.

Het is allemaal de schuld van de Grieken en de Romeinen. Daarom moet het ideale boeket een kathedraal zijn met een middenschip, zuilen en zijbeuken. Al zijn er ook moderne invloeden in de bloemschikarchitectuur. Zo ontstond er op mijn cursusavond een bloemstuk dat eruit zag als een gerecht in een sterrenrestaurant: veel bord, weinig eten. Stijlvol.  Zelf waagde ik mij met hulp van cursusleidster Vera de Boer aan een biedermeier. Halfrond moest het bloemstuk worden. Maar ja, die verrekte bloemen zijn allemaal verschillend. Dus daar komt nog best wat bij kijken. Fijne motoriek om te beginnen. Dus daar ga je al. ‘t Is niet voor niks dat ze daar nooit een man zien. Een gerbera, beste mannen met grote vingers, moet je eerst voorsteken met zo’n dun ijzerdraadje,  want anders breekt de steel.  Doe je dat niet, dan  krijg je een biedermeier met hangoren.

Eigenlijk is bloemschikken gewoon een kwestie van orde op zaken stellen.  Het is rustgevend. De volgende ochtend pluk je de dag.

 

2. Dag van de amateurkunst, Eemplein Amersfoort (10 september 2016)

Ik zag er tegenop als een berg. Zaterdagochtend moest het gebeuren. Zij had er recht op. Ik trof haar in een lege ruimte die gemaakt leek voor onheilstijdingen. Ik liep bedremmeld op haar af. Haar hele gezicht lachte me toe. Het was de blik die me destijds had veranderd in een hulpeloos, verliefd jongetje. En nu? Ik moest het zeggen. 'Je weet dat ik van je hou'. Mijn openingszin was laf, bijna vilein. Ik was bezig van een bom een cadeautje te maken. 'En jij houdt toch ook van mij?', ging ik verder. Met mijn uitstelgedrag creëerde ik ongewild het beeld van een wolkeloze hemel. Terwijl er een sneeuwstorm, gevolgd door een aardbeving op komst was. Waarom dacht ik toch dat ze mijn besluit misschien wel zou begrijpen? 'Ik heb een nieuwe baan, ik word de baas'. Voordat ik de belangrijkste zin kon uitspreken, barstte ze uit in blijdschap. 'Oh, dan word ik jouw first lady!'. Nu moest ik duidelijk worden. 'Nee, ik ga bij je weg. Je past niet in het plaatje van mijn toekomst. Ik moet kiezen tussen jou en mijn loopbaan.' Het werd stil. De boodschap had de landing ingezet. Toen ineens begon ze ongenadig  te schreeuwen. En op haar geluidsgolven vloog ik de deur uit.

Oh sorry, misschien had ik eerst even moeten vertellen dat ik afgelopen zaterdag mee deed aan een workshop van de Amersfoortse theatergroep Thalia, onder leiding van artistiek leider Mark Colijn. Ik was Jason, zij was Medea.

 

1. Delicious Dishes, Leusden (3 en 4 september 2016)



Leusden mocht afgelopen weekend het toetje serveren. Foodfestival Delicious Dishes zette de punt achter een zomer vol festivalsgewijs eten. Nou ja, eten. Eten doe je thuis. Festivals zijn er voor eetbeleving. En voor een beetje eetbeleving heb je food nodig, geen eten. Alleen op  Proef in Amersfoort eet je nog. Daar is het dan ook ouderwets ‘keigezellig’. Je hebt er restaurateurs. En keurige cabines. Maar moderne eetbeleving vraagt om foodtrucks. Ze reden af en aan afgelopen zomer: Lepeltje Lepeltje,  Amersfoort kookt,  ZOOmer Foodfestival en Proeven in het plantsoen. We konden ons suf eten aan streetfood. Allemaal volgens origineel familierecept. Authentiek ook. En homemade. Dat u niet denkt dat ze daar in zo’n caravan wat in elkaar zitten te flansen. Chillen moet je er ook. Best zwaar allemaal voor een calvinist als ik. Ik ben ook een keer zo stom geweest naar yoghurtijs te vragen aan zo’n foodtrucker. Terwijl hij ‘frozen yoghurt’ verkocht.  Ben met een zak over mijn hoofd afgedropen. Want we hebben het hier niet over kleine dingen. Festivals worden in wetenschappelijke kring beschouwd als de nieuwe religie.

In Leusden waren de hamburgers ambachtelijk, de friet biologisch en je kon er 'snexs' krijgen. Ook van der Valk was er. De PR-manager had een plan bedacht. Innovatie dames en heren! Geen friet met schnitzel meer! En, wat hadden ze? Schnitzel in de vorm van frietjes. De Vandervalkjes hebben verrekte goed begrepen hoe je van eten food maakt.    AD/AC 8 september 2016


PROEFAFLEVERING 4 (minicursus insecten, Natuuracademie Schothorsterbos, 24 augustus 2016)


Het vooroordeel moet meteen maar uit de wereld. Ik heb het over de wijdverbreide afkeer van de oorwurm. Zijn niet alledaagse uiterlijk en ongevraagde aanwezigheid heeft de mens doen besluiten hem in de verdomhoek van het dierenrijk te plaatsen. Maar wat blijkt? Hij doet aan kinderopvang. Alle andere insecten zitten maar zo’n beetje te rotzooien met antennes, roltongen en zuigsnuiten , maar een beetje op de kinderen letten, ho maar. Zoek het lekker zelf uit. De oorwurm daarentegen runt zijn eigen dagverblijf, een uniek hoekje zorgsector in de egocentrische wereld van de geleedpotigen.

Kijk, dat pik je dan weer op van zo’n mini-cursus van de Natuuracademie in het Schothorsterbos. Nog voor zijn college begint, weet docent Jan van Asselt een springspin – acht pootjes met trampolinezolen – op een A4-tje geweldloos uit de zaal te ontruimen. De zaal voldoet daarna aan alle clichés: lichtbalken, lelijke zakelijkheid en geen greintje levend organisme in deze arena van de natuureducatie. Afgezien van de 25 cursisten en de cursusleider. 

Zelf ben ik trouwens ook een oorwurm. Ik zorgde – al wel even geleden - dat mijn kinderen een leuke verjaardag hadden. Dan was ik in het Schothorsterbos een volle ochtend bezig met het uitzetten van een speurtocht.  Dus dan heb je ’s middags, tijdens het verjaarspartijtje, rust. Dacht ik. Na 20 minuten kwamen ze over de finish. Alsof ze insecten waren. Insecten hebben namelijk zes poten. De kinderen kwamen ook altijd terug met lieveheersbeestjes. Daarvan zijn er zestig soorten, weet ik nu. En hun stippen hebben niks met hun leeftijd te maken hoor, kinderen. En een hommel is trouwens gewoon een bij. En een dansmug doet even de salsa voordat hij je prikt. En een kakkerlak? Een smerig beest? Uitroeien die soort? De kakkerlak, zo weet ik dankzij de cursus, is mooi en schoon. Hij is alles wat wij denken dat hij niet is. Educatie levert nieuwe vrienden op. Kom erin, oorwurm. Kopje thee, kakkerlak?


PROEFAFLEVERING 3 (film op het plein, 11 augustus 2016)


De herfst is deze avond aan het proefdraaien. Midden op het plein staan drie strandstoelen met paraplu’s erboven. Vermoedelijk kampeerders die al het nodige water voor hun kiezen hebben gekregen. Alle andere bezoekers van The Broken Circle Breakdown zitten op de terrassen, droog en – in mijn geval – onder een straalkacheltje. Ik heb vier lagen kleding aan. De zomeravondfilm op het plein brengt deze avond ook nog veel weemoedige country muziek. We kunnen onze lol dus op. Het enige dat herinnert aan de zomer is mijn Grimbergen Blond.

Niet iedereen op het terras komt voor de film. Op het grote doek bij de Onze Lieve Vrouwetoren bedrijven de hoofdpersonen de liefde. De vrouw beklimt de man alsof ze de toren op moet. Intussen voeren naast mij twee dames een luidruchtig gesprek over de zwemlessen van hun kinderen. Pas als later in de film een kind wordt geboren – dat wil wel eens gebeuren als je een toren beklimt – komen de dames even uit hun gesprek. ‘Leuk kindje’. Een man aan een tafel verderop grijpt in. ‘Hé, er zitten hier mensen naar een film te kijken, kunnen jullie niet ergens anders heen?’ Tja, dat is ook wat. Zit je op het terras van je stamkroeg te beppen, en dan zou je ineens moeten oprotten omdat een meneer een film wil zien die hij thuis ook uit de on demand videotheek kan halen.

Film in de buitenlucht, het is in modern jargon een ‘hybride event’. Een huwelijk tussen de introverte filmzaal en het extraverte plein. Terwijl ik moeite doe het Vlaams in de aangrijpende film te verstaan, begint een mevrouw verderop ineens in het Fries te praten. Het is goed Ben, zeg ik tegen mezelf. Het is namelijk hybride. Als de herfst op een zomeravond.

 
PROEFAFLEVERING 2 (Willem Wits in de Vereeniging, 4 augustus 2016)
 
 

Aan mijn tafel in restaurant De Vereeniging zit een gezin uit Zwartebroek. Ze doen een dagje Amersfoort en hebben gelezen over een optreden van de Amersfoortse singer/songwriter Willem Wits. Om ons heen zitten mensen nog te eten. De Zwartebroekse vader (‘Ik ben een leenvader’) vertelt dat hij zelf graag kookt. Zijn specialiteit? Hutspot! Het gezin likkebaardt. Ze hebben geen idee wie Willem Wits is. Weten niet dat hij steevast ‘een eigenwijs talent’ wordt genoemd.  Dat zijn liedjes niet altijd meteen te begrijpen zijn. Dat zijn liedjes minder eenduidig zijn dan die van Sjors van der Panne. Want dat hoopt de Zwartebroekse moeder: dat Willem een soort Sjors van der Panne is. U kent Sjors van der Panne toch wel, meneer? Hij werd in 2014 tweede in The Voice. Het podium van Willem heeft deze avond weinig weg van dat van The Voice. De weersvoorspelling heeft de organisatie doen besluiten hem in een overdekt restauranthoekje te proppen. Intussen trekt het weer zich van de voorspelling niks aan. Waardoor het publiek even later hunkerend naar buiten zal staren.

Want Willem is vanavond wel erg eigenwijs. Hij doet een try out van een voorstelling in De Lieve Vrouw, dit najaar. Willem vertelt over een fase in zijn leven waarin hij dacht dat hij God was. Hij leest  surrealistische teksten voor waar De Vereeniging helaas geen touw aan vast kan knopen. De eerste tien minuten hopen de aanwezigen nog dat hier sprake is van een ingenieuze openingsscène waarvan de portee spoedig duidelijk zal zijn. Maar na een kwartier druipt de eerste tafel af. En na een half uur houdt Willem het zelf ook voor gezien. Een ongewoon kort optreden, maar het publiek haalt opgelucht adem. Eén liedje heeft de singer/songwriter gezongen. De rest was theatrale hutspot op een bedje van Wits.  Zwartebroek heeft nog nooit zo naar Sjors verlangd.

 

 

PROEFAFLEVERING 1 (Mondriaanhuis, 29 juli 2016)
 

Het zijn Fransen, maar ze lijken wel Japanners. In een rondje van 30 seconden scannen ze de serie vroege Mondriaans in het Amersfoortse Mondriaanhuis. Daar zitten ze duidelijk niet op te wachten. Waar zijn ze nou, de doeken met de felgekleurde vlakken? Tja, die hangen een eindje verderop, in Otterlo, Amsterdam, Den Haag, Rome, New York. Amersfoort heeft zijn geboortehuis.  Amersfoort is evenzoveel Mondriaan als Zundert Van Gogh is.  Maar ja, toch een stuk lekkerder dan Schiedam die evenzoveel Rien Poortvliet is.

De Fransen gaan later toch tevreden de deur uit. Want tot en met 9 oktober hangt er in het Mondriaanhuis werk van de Chinese kunstenaar Liu Ye. Hij is bewonderaar van Mondriaan. Door die fascinatie heeft hij beelden van Mondriaan in zijn eigen werk opgenomen. In de toelichting las ik het soort zin waar ik dol op ben: ‘De kunstenaar Liu Ye gaat een dialoog aan met de beeldtaal van Mondriaan’. Zelf zou ik ook niet zo gauw zeggen dat ik Mondriaans in mijn werk heb gekopieerd. Mij is het overigens nooit gelukt, een dialoog aangaan met de abstracte vormentaal van Piet Mondriaan. Ik snap Piet wel, maar ik voel hem niet. En eerlijk gezegd vind ik ‘de dialoog’ van Liu Ye aantrekkelijker dan de monoloog van Mondriaan. Zoals een lied dat gecoverd wordt soms beter klinkt dan het origineel. Liu Ye heeft een lijntje met het alledaagse.

Twee dagen na mijn bezoek staat er bij mij in de straat een vrouw in een T-shirt met Mondriaan-motief.  Te praten met een vriendin. ‘Zo’, flapte ik eruit, ‘ een dialoog aangegaan met de beeldtaal van Mondriaan?’ De vrouw keek naar haar vriendin en mompelde: ’ Kom, we gaan, je weet het nooit met die dorpsgekken’.

Idee

Het idee sluimerde al een tijdje. Nou maar eens proberen, dacht ik. En hoewel er nog een lange weg te gaan is, het staat in de krant. Dan wint het gek genoeg aan realiteitswaarde. 
(15 maart 2016)

Herfst

Gelukkig, het is helemaal geen pokkenweer.
'De herfst is Moeder Natuur die nog even een cognacje neemt in haar luie stoel voordat ze tevreden aan haar winterslaap begint'. Aldus Midas Dekkers in zijn mini-college Herfstwandelingen, in de Volkskrant van 17 oktober 2015.

 

'Komt goed jochie' gepresenteerd

 

 

1 oktober in de boekwinkel

 

Integratie

 
Vlakbij Buren, in De Betuwe, vind je schapen die er uitzien als koeien. Wat zien we? Samenwerking tussen een Hollandse en Turkse slager? Een genetisch experiment? Een integratieproject? Ik houd het op laatste.  Het is een poging het zwarte schaap te laten verdwijnen.

 

Augustus

Wat een prachtig boek van John Williams. Het boek werd in 1973 al bekroond. Nu is het weer uitgegeven, na het succes van Stoner. De laatste dwdd-tips hoeven niet met grote haast gevolgd te worden. Dit boek van 42 jaar geleden, over een keizer van een dikke 2000 jaar geleden, is zo fris als een hoentje. Williams laat Horatius in een brief aan Augustus schrijven: Want geen enkele wet is geschikt om er een geest mee aan banden te leggen of een verlangen naar zedelijkheid mee te vervullen. Die taak is weggelegd voor de dichter of de filosoof, die kan overtuigen omdat hij geen macht heeft. De macht die jij hebt (....) kan geen maatregelen treffen tegen de passies van het menselijk hart, hoezeer die passies de orde ook zouden kunnen ondergraven. Williams vertelt een episode uit de geschiedenis van de Romeinen maar schreef geen geschiedenisboek.  Het is een ingenieuze mix van brieven en dagboekfragmenten, in een taal die doelmatig en raak is.

Koningsdag

De Nederlandse Letteren deden ook dit jaar weer dienst als koninklijk tapijt. De ontlezing is al jaren een doorn in het oog van de boekenbranche. Er wordt veel aan leesbevordering gedaan. Maar, zo is de klacht, boeken lezen is een hobby van oudere mensen. Jongeren lezen geen boeken, ze zappen en appen. Boeken zouden niet streetwise zijn. Best wel dus. (28-04-2015)

Korenveld in Duitsland

Het koren heeft het rijk alleen
De horizon is vloeibaar
Het landschap knalt van eenzaamheid
De vertes zijn niet snoeibaar.
 
En in die schitterende leegte
Valt uit de hemel een balkon
Een brug die geen verbinding zoekt
Bedrieger van beton
 
Nu ben je daar pas echt alleen
Je gaat er nóg meer nergens heen.
 

De ton 

 
Voor het eerst een avond met 'tonpraoters' bijgewoond, in Kaatsheuvel. Ik had één van de conferences ( een 'ton' dus) geschreven. Ging over skiën. En dus bijvoorbeeld ook over de zwarte piste-kwestie, die heel Zwitserland verdeeld houdt. En over andere dingen. "Het gebied buiten de pistes is …..ja, hoe zal ik dat noemen……, dat is niet voor ons soort mensen………..niet voor krasse knarren en neckermannen…………het is eigenlijk meer een soort eh….koninklijke route….. Ook dit gebied heeft sinds kort een kleur gekregen: oranje'. Ook om de hardste grap konden de Brabanders lachen, zij het heel voorzichtig. 

 

Kersvers

Herman van Veen heeft een nieuwe CD.  Daarop staat ook deze tekst.
 
Voor ik het vergeet
Lieverd
mocht ik ooit
door wat dan ook
mijn verstand verliezen
doordat mijn hart met propjes schiet
of ik niet verder kan dan mijn wandelstok lang
rol mij dan niet naar zo'n tehuis
waarop geschilderd staat
Carpe Diem
of
We zijn er bijna
 
Waar je als cactus verzorgd wordt
in kinderwoordjes toegesproken
gewassen als een pop
 
Wil je me dan 
een Johnny Walker schenken
met een overdosis
Klaas Vaak
 

Onvolmaakt

Lotta Blokker is in Zwolle. Ze heeft een heel gezelschap onvolmaakte wezens op de bovenste etages van de Fundatie uitgestald.
Levensgrote, bronzen beelden van mensen die niet kunnen slapen. Die je in je verbeelding ziet zitten, in al hun nachtelijke eenzaamheid., thuis buiten of waar dan ook.
Best wel volmaakt. (14 oktober 2014)
 

Volksstemming

Afgelopen zaterdag was ik in Nij Beets, tussen Heerenveen en Drachten. Reünie met mijn Friese familie. In Nij Beets, aan de Domela Nieuwenhuisweg (ja, ja),  is een mooi Openluchtmuseum.  Het is een plek waar de armoede van halvewege de 19e eeuw is uitgestald. Veengebied, dikke deuren met teveel macht, arme sloebers die hun schamele centen moesten besteden bij dikke deuren en de troost van de drank. Ik kwam er een aanplakbiljet tegen waarop de uitslag stond van een volksstemming over de toelating van drankhandel. Dat onderwerp fungeerde als splijtzwam in de samenleving van toen.
Ik dacht meteen aan onze eigen, luxueuze splijtzwam, zwarte piet. Een volksstemming, het lijkt mij de ideale oplossing voor het zwartenpietenprobleem. Een datum, affiches, een debat en een uitslag. Het is zo makkelijk. Alleen, wat moeten we dan met die talkshows? (14 oktober 2014)
 

Participatie

Vluchtelingen moeten tekenen van Asscher. Dat ze de waarden van de Nederlandse samenleving zullen uitdragen. Dat ze doordrongen zijn van het belang van solidariteit. Dat ze zullen bijdragen aan een prettige en veilige samenleving.
Ik hoef dat niet, net zo min als pakweg 16 miljoen andere Nederlanders. Wij zijn namelijk al doordrongen van al dan deze normen en waarden. Daarom is de samenleving natuurlijk ook zo prettig en veilig. Dat willen we graag zo houden. Daarom moeten nieuwkomers tekenen bij het kruisje. En wij niet.
Het is net zoiets als een paar jaar geleden. Toen moesten er heel veel vluchtelingen het land uit. Alleen de schrijnende gevallen mochten blijven.  Jeroen van Merwijk signaleerde toen dat wij met zijn allen gelukkig schrijnende gevallen waren. Want wij mochten blijven. (29 september 2014)
 

Marlene

De werken van Marlene Dumas hangen de komende maanden in het Stedelijk. Gemeten naar de publiciteit is de kunsthistorische waarde van de tentoonstelling ongekend. Ik ga kijken. Maar de recensies voeden mijn wantrouwen. Ze vertonen gelijkenis met de plotselinge eensgezindheid onder journalisten na de zweefgoal van Robin van Persie.  Ook de voetbalanalisten, en met name hun analyses,  begonnen te zweven. Het werk van Dumas is de afgelopen weken de aarde ver ontstegen. Zoals bekend schildert zij aan de hand van foto's. Een nogal aardse methode. Ik las een analyse van Rutger Pontzen. Hij noemde deze werkwijze een drietrapsraket: het is een proces van wat er gebeurd is of wie iemand is, naar de fotografie en tot slot naar het commentaar van de schilderkunst.  En de drietrapsraket van Dumas werkt ook in omgekeerde richting, schrijft Pontzen: van de schilderkunst terug naar de fotografie, en van foto terug naar wat er er is gebeurd of wie iemand is.  Tja. Ook andere kunstcritici zetten hun hele arsenaal van dikke woorden in . Gelukkig kwam er een tegengeluid van Sander van Walsum onder de kop ' Vinden jullie Marlene Dumas echt zo goed?' Wie er qua Dumas gelijk heeft weet ik niet. Ik ga mijn oordeel nog vormen.  Maar het is met de journalistiek precies zoals met het klimaat: de hevige buien nemen hand over hand toe. (4 september 2014)

Erratum

Ad van der Gein (links op foto) is overleden. Hij was één derde van het Cocktail trio. Nou ja, wel iets meer. Hij was de muzikaal leider. Hij schreef zo'n 350 liedjes, ook voor andere artiesten, waaronder Wim Sonneveld. Hij is krasse knar in het lopende MAX-programma, 92 jaar. Nog net op tijd uit de vergetelheid weten te ontsnappen. En dan ineens is daar het einde. Dus dan kom je nog één keer in de krant, in dit geval de Volkskrant. Zetten ze in het onderschrift dat je op de foto in het midden staat. En de volgende dag in het minst gelezen hoekje van de krant dat je toch die andere meneer was. Niet bepaald een standbeeld. Misschien had Ad zelf er nog wel een grap over gemaakt. 'Dat heb je ervan als je jezelf een Cocktail noemt'. Maar de redactie van deze kwaliteitskrant moet voor straf naar het Kangoeroe Eiland.  youtu.be/Xo0wgQJqluA   (31 augustus 2014)

Uitstappen 

Ik moest naar Hilversum en nam in Amersfoort de trein naar Schiphol. Na het instappen duurde het 5 minuten Toen hoorden we de volgende tekst: 'Hier is even een mededeling. Deze trein rijdt niet verder. We verzoeken u uit te stappen'. Dat was het. Geen toelichting. Vooral de reizigers met koffers stonden even later wanhopig op het perron. Was het spoor naar Schiphol geblokkeerd? Lag er een bom in de trein? Ik stapte 10 minuten later in de trein naar Amsterdam CS. Gek genoeg volgde daar een mededeling voor de reizigers die de trein naar Schiphol moesten verlaten. 'U vraagt zich misschien af waarom deze trein niet reed? Er was helaas te weinig personeel, daarom kon de trein niet verder'.  Ik keek nog even op mij heen, op zoek naar de verborgen camera. Maar ik vrees dat dit waar gebeurd is. (25 augustus 2014)

Fluisteren

Brouwerij de Koningshoeven in Berkel-Enschot brouwt 75 hectoliter trappistenbier per jaar, groeit tegen de klippen op en is het meest succesvolle speciaalbier in Nederland. Ze hanteert een paar principes die opmerkelijk zijn. De directeur heeft niks te vertellen en er wordt geen reclame gemaakt. De monniken, met broeder Isodorus als eerste brouwmeester, hebben het voor het zeggen. En verkopen doen ze het bier 'door te fluisteren, niet te schreeuwen'.  Een handige jongen gaat er binnenkort vast een managementboek over schrijven. Management by silence.
Neem een La Trappe en fluister. 
(19 augustus 2014)

 

Wearables

Nog even en het is afgelopen met al die gebogen hoofden in de trein. Je stopt dan je smartphone 's ochtends niet meer in je zak of je tas. Je trekt hem aan. Of zet hem op. Doet hem om. Je leest berichten op de Smart Watch om je pols. En speelt via Smart Glasses je games. Sterker nog, er komt een bril waarmee je een virtueel tablet in de lucht ziet zweven. Dat zwevende tablet kun je met handbewegingen bedienen. Sensoren in de bril herkennen die bewegingen en zorgen ervoor dat het virtuele tablet de instructies van de handbewegingen volgt. Ik zie het voor me. Een treincoupé vol reizigers. Allemaal een bril op. Allemaal met de handen in de lucht, gebaren makend, swipend. Op het perron staat een nietsvermoedende reiziger. Hij zwaait opgetogen terug. (16 augustus 2014)

Te dik

Ik las over een vrouw die naar het ziekenhuis moest, maar niet meer door haar eigen deur naar buiten kon. En dat ze toen een gat in de muur moesten maken. Ze kreeg het aannemerswerk niet vergoed van het ziekenfonds, zo stelde het bericht. Ik moest denken aan Gerrit Kleinveld die in 1943 met zijn vermagerde lichaam uit Kamp Amersfoort ontsnapte, dankzij een lepel die hij herschiep tot zaag. Een heroische ontsnapping.  Die lepel kreeg hij ook niet vergoed.  In de categorie obesitas-ontsnappingen is er nog eentje. In 2012 probeerde een groep Braziliaanse gevangenen te ontsnappen via een zelf gemaakt gat in de muur. Nummer twee bleef steken, terwijl de rest van de groep ongeduldig achter hem stond te wachten. De cipiers hebben de man nog enige tijd laten bungelen. (15 augustus 2014)

 

Klimaatvluchtelingen

Volgens alle regels die we in verdragen hebben afgesproken was het klimaat nog geen reden om mensen de vluchtelingenstatus te geven. Nieuw Zeeland heeft nu klimaatvluchtelingen uit Tuvalu erkend. Feit is dat Tuvalu (na Vaticaanstad) het land met het kleinste inwonertal is. Het lijkt een soort logisch begin van iets wat steeds groter gaat worden. Alarmerend. Vluchten voor het klimaat, het is een zin uit het moppernederlandse woordenboek. Verzuchtingen met de strekking te willen ontsnappen aan het klimaat scoren een hoog aandeel in najaarsgesprekken van treinreizigers en andere Nederlanders met natte broekspijpen. Maar het woord 'klimaatvlucht' krijgt een nieuwe lading. Met onze CO2-uitstoot veranderen we ook de taal. (14 augustus 2014)

Bellen

Wieteke van Zeil schrijft sinds kort in Volkskrant Magazine pakkende stukjes over opmerkelijke details op schilderijen. Details waar je aan voorbij loopt. Pas geleden over de zeepbellen die boven het stilleven van David Bailly zweven, als een dodelijke relativering van alles wat er verder te zien is. Vooral ook inzoomen op de foto op internet. upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/0/0d/David_Bailly_Vanitas1651.jpg   (10 augustus 2014) 

 

Contact

Ben Groenendijk

© 2014 Alle rechten voorbehouden.

Mogelijk gemaakt door Webnode