FIETST

RONDJES GROTE NEDERLANDERS

Een Rondje Grote Nederlander passeert altijd een standbeeld, een geboortehuis of ander monument van een Nederlander die geschiedenis heeft geschreven. Het is mijn gewoonte die Nederlander dan postuum een brief te schrijven. Als ik vijfentwintig van die rondjes op papier heb, inclusief route en                                 routebeschrijving, ga ik ze laten bundelen. Hieronder enkele voorbeelden.

1. Utrecht, Wim Sonneveld, 2. Almere, Joop den Uyl, 3. Oudewater, Joop Doderer/Swiebertje, 4. Baarn, Willem II, 5. Haarlem, Godfried Bomans, 6. Heiligerlee, Adolf van Nassau, 7. De Steeg, Simon Carmiggelt

1. Utrecht, Wim Sonneveld

Beste Wim Sonneveld,

Toen ik als jongen van tien bij de winkel van een oom en tante in Friesland logeerde, mocht ik mee briefjes ophalen en boodschappen wegbrengen. Dat ging toen, halverwege de jaren 60, al met de auto. Maar jij fietste rond 1930 vanaf de kruidenierswinkel van je vader, met een mand voorop, door Utrecht en riep dan vanaf je fiets naar een open raam op tweehoog: 'Sonneveld, mevrouw!'. Het moet al een beetje geklonken hebben als 'meneer Sonneberg' van 'de kroketten', je bekendste verhaal, in je eerste one man-show in 1964. Toen had je al de nodige avonturen achter de rug.

Zo had je al snel door dat je voor een beetje ohlala niet in Lombok moest zijn. Op je 19e ging je naar Amsterdam en overtuigde je de grote Louis Davids met een auditie. Maar je wilde niet onder zijn juk, toch? Want de samenwerking duurde maar kort. Amper 20 jaar was je al met vriend Huub Janssen in het Parijse Montparnasse shows aan 't ontwikkelen. Het was de opstap naar de cabaretshows in het Leidsepleintheater, waar je het publiek in de oorlog entree 'naar draagkracht' liet betalen. Je omringde je met talenten zoals Conny Stuart, Kees Brusse, Albert Mol. De talenten wilde graag met je in zee. Hella Haasse ging voor je schrijven. Een paar jaar later nam Annie M.G. Schmidt het van haar over. Wat had je geluk met je schrijvers! Want in de jaren '50 doken nog meer talenten op: Michel van der Plas, Guus Vleugel en Friso Wiegersma. Wat een rijkdom, Wim.

Wanneer had je trouwens door dat Friso Wiegersma iedere keer opnieuw in de zaal zat bij jouw shows in 1947? Hij zat er acht keer! Een zeer geslaagde veroveringsactie. Friso werd jouw grote liefde, al sprak je nooit over je seksuele geaardheid. Dat was niet gek, toen. Maar terugkijkend denken we dat je ook bang was de vrouwen te verliezen. Ze waren gek op je! Je liet Huub Janssen maar een beetje bungelen nadat Friso Wiegersma in je leven was gekomen. Was het hondentrouw aan je eerste, grote vriend? Maar werd jouw 'marriage à trois' dan geen leugen om bestwil? Hoe dan ook, Friso Wiegersma mocht eerst wat met decors doen, maar je vroeg hem op een zeker moment een liedtekst te schrijven. Je vermoedde dat hij dat wel kon. Het werd 'Nikkelen Nelis', een van je grootste hits. Je had mét een levenspartner ook een groot schrijftalent aan je gebonden.

En talenten had je nodig toen je aan je grootste werken begon: de one man-shows. Hiermee schaarde je je bij de Grote Drie: bij Toon Hermans en Wim Kan. Je eerste one man-show Een avond met Wim Sonneveld (1964) was verpletterend. Met Harry Bannink haalde je een grootheid binnen. Wij zien hem nu als de grootste componist op het gebied van lichte muziek van de 20e eeuw. Ga maar na: Nikkelen Nelis, Tearoom Tango, Margootje, het zijn Bannink-liedjes die nog altijd in ons collectieve geheugen zitten. Je tweede show (1966) bracht je allergrootste hit: Het Dorp. Friso Wiegersma schreef het lied over zijn geboortedorp Deurne. Je was aanvankelijk niet zo'n voorstander van dit lied, hebben we begrepen. Pas toen de melodie van Jean Ferrat (La Montagne) in beeld kwam, ging je overstag. Terecht. Jouw 'Het Dorp' behoort tot de klassiekers en wordt door reclamemakers ingezet wanneer nostalgie en chauvinisme aanjagers kunnen zijn van verkoopcijfers.

In 2004 heb ik een muziekgroep opgericht met de naam 'Margootje'. Is dat vanwege dat liedje van Wim Sonneveld? vragen ze me vaak. Ik schreef onder meer een arrangement van Lieveling, dat lied van Friso dat je niet durfde op te nemen in je 3e one man show. Zouden de vrouwen dit lied wel pikken? In het lied wordt een echtgenote hardvochtig afgeserveerd. Je nam het risico. Met jouw stem, met jouw vertelkunst, met jouw charme, pikten ze alles.

Maar wat was je ongedurig. Steeds weer wat nieuws. Je maakte een film (Willem Parel) en vierde daarna, in de jaren 50, in Hollywood successen als filmacteur. Heimwee bracht je weer thuis. Je kreeg je eigen show op de BBC en maakte een uitstapje naar de musical, My Fair Lady. Je kreeg ook in Nederland een eigen tv-show en praatte jezelf via Annie M.G. Schmidt in Ja zuster Nee zuster. Je zult, terugkijkend, vermoedelijk ook zelf de drie one man-shows wel als je artistieke hoogtepunten beschouwen. Al leek je na deze drie shows alweer verveeld. Je nieuwe uitdaging, de speelfilm Op de Hollandse Tour, deed je reputatie geen goed. De reacties maakten je somber. Je had ook geen zin meer in shows en wilde een hotel in je geliefde Frankrijk beginnen. De hartaanval in je auto leek eerst nog een wake up-call. Maar in het ziekenhuis kwam de fatale nummer twee. Het land sidderde. Je was nog lang niet klaar, Wim. Maar aan de andere kant: jouw lyrische stem klinkt nog steeds. Als een klok die niet stil staat.

Wim Sonneveld 1917-1974           Beeldhouwer: Johan Jorna

Maarssen, de Vecht, Utrecht, Blauwkapel, de Ruigenhoekse polder, Westbroek, de Maarsseveense Plassen, de twee molens van Oud-Zuilen, Maarssen. KP 46, 53, 15, 26, 31, 28, 90, 91, 05, 32, 48, 47, 62, 45, 46

Vanaf Maarssen gaat de route zuidwaarts voor een groot deel langs de Vecht. Bij knooppunt 26 (Utrecht-Lombok) gaat u nog niet richting KP 31 maar rechtdoor, met een bocht naar links. Daarna de eerste weg links (Kanaalstraat) en verderop bij stoplichten rechtsaf de J.P. Coenstraat in. Aan het eind van de J.P. Coenstraat staat links het beeld van Wim Sonneveld (Nikkelen Nelis). U bent er in 5 minuten. Daarna weer terug naar knooppunt 26 en de route vervolgen. U fietst een stukje door het centrum, maar komt al gauw weer in het groen, waaronder de prachtige Ruigenhoekse polder.

De tocht is 35 kilometer.


2. Almere, Joop den Uyl

Beste Joop den Uyl,

Ik weet nog goed dat ik als afdelingsvoorzitter van de PvdA Amersfoort jou in woord en schrift heb herdacht, nadat de hersentumor je fataal was geworden. Jouw partij, waarvan ik intussen met vele andere zwevers afscheid heb genomen, heeft nadien de nodige leiders versleten. Maar geen van allen verenigde zo natuurlijk als jij pragmatisme met persoonlijk idealisme. Kiezers pikten je politieke compromissen, omdat ze je dromen geloofden. Dat presteren alleen de hele groten.

Wie weet heeft je gereformeerde opvoeding je in het spoor gezet van een groot doel, jouw drang iets te betekenen voor de minder bedeelden.

Als bestuurder, eerst in Amsterdam, later nationaal, moest je ook met het praktische bijltje hakken. In het door Norbert Schmelzer (KVP) om zeep geholpen kabinet Cals/Vondeling (1965-1966) mocht je als minister van Economische Zaken de kolenmijnen in Limburg sluiten. Je wist het al, maar toen wist je het zeker: politiek maakt vuile handen. Later heb je je drang naar voren met een zelf bedacht credo in banen geleid. De marges in de politiek zijn smal, zei je. We komen alleen thuis met kleine stappen, bedoelde je.

En zo'n stapje was per saldo ook jouw spraakmakende kabinet-Den Uyl (1973-1977), het meest progressieve kabinet in de parlementaire geschiedenis. 'Spreiding van kennis, macht en inkomen', stond boven het regeerakkoord, maar er kwamen nogal wat onverwachte dingen langs die de kabinetsperiode anders kleurden. Al in het eerste jaar werd je crisismanager. Arabische landen besloten westerse landen niet meer van olie te voorzien vanwege hun politieke steun aan Israël. Er kwamen autoloze zondagen en jij sprak via de televisie het volk toe. Dit waren je zinnen die erin hakten:

'We zullen ons blijvend moeten instellen op een zuiniger gebruik van grondstoffen en energie. Maar het bestaan hoeft er niet ongelukkiger op te worden'.

We pakten na de crisis ons oude leventje gewoon weer op. Pas nu blijken deze zinnen van jou in een nieuwe context te beklijven. Want ook in jouw Buitenveldert wordt het elk jaar weer een beetje warmer.

Je mocht in jouw vermaarde kabinet ook een tijd op kousenvoeten lopen. Want hoe behandel je de echtgenoot van het staatshoofd als blijkt dat hij steekpenningen heeft aangenomen? De geschiedenis oordeelt met hulde over jouw aanpak van deze Lockheed-affaire. Maar over de gewelddadige beëindiging van de gijzeling in De Punt, een afschrikwekkende toegift in de nadagen van je kabinet, zijn we vandaag nog niet helemaal uitgepraat.

Met 'Kies de minister-president' won je de verkiezingen van 1977 met glans: 10 zetels erbij. Misschien bliezen jij en je partij toen wat hoog van de toren, of misschien was KVP-lijsttrekker Van Agt na vier jaar in het kabinet Den Uyl jou helemaal zat. Hoe dan ook, na 206 dagen onderhandelen met jouw PvdA ging Dries van Agt vreemd met de VVD van Hans Wiegel.

Dus daar zat je met je 10 extra zetels in de oppositie. Vier jaar later deed je iets wat je beter niet had kunnen doen. Je stapte in een kabinet onder leiding van Dries van Agt. Dit 'vechtkabinet' hield het een jaar vol. Jouw politieke rol was uitgespeeld. Je regisseerde je opvolging. Wim Kok nam het van je over. Eindelijk een beetje meer tijd voor je vrouw Liesbeth en je zeven kinderen, door Wim Kan ooit 'de uylskuikens' genoemd. Maar die periode duurde helaas maar vijf jaar.

Volgens je politieke tegenstanders was je 'polariserend'. En inderdaad was je niet zo middelpuntvliedend als veel van de politici van vandaag. Het Binnenhof is een winkelcentrum geworden, moet je weten. Het overgrote deel van het winkelaanbod is steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden. De kiezers verdwalen er in de mist.

 Joop den Uyl: 1919 - 1987             Beeldhouwer: Kees Bucken


Bussum, Naarden-Vesting, brug over Gooimeer, Almere, Het Weerwater, Het Almeerderhout, Gooimeer, brug over Gooimeer, Huizen, Landgoed Oud-Naarden, Bussum. KP 35, 34, 18, 26, 30, 34, 35, 75, 76, 83, 84, 85, 91, 92, 99, 75, 76, 77, 78, 79, 35

De route begint en eindigt bij station Naarden/Bussum, knooppunt 35. Ongeveer halverwege, in Almere Stad, net voor knooppunt 35 aan de linker kant, is het Den Uyl Park, met het standbeeld. Met de bankjes erbij is het een ideaal rustpunt. De tocht is bos- en waterrijk. Aan de zuidkant van het Gooimeer zijn veel strandjes.

De tocht is 48 km lang.


3. Oudewater, Joop Doderer/Swiebertje

Beste Joop Doderer,

Of moet ik zeggen: beste Swiebertje? Ik zou je daarmee tekort doen, want je speelde zoveel méér mooie rollen. Zoals Doolittle in de musical My Fair Lady. Je mocht er het heerlijke 'Als het effe kan' zingen. Maar toen je voor het eerst als Doolittle op kwam, begon de zaal 'Daar komt Swiebertje' te zingen. Het gordijn ging dicht en de opkomst moest over. Desondanks was het een prachtig eerbetoon. toch? Want je wás nou eenmaal Swiebertje. Welke acteurs kunnen zeggen dat ze een iconische televisiecreatie hebben gespeeld?

Toen Swiebertje in 1955 voor het eerst op de nog piepjonge tv kwam, had je al de nodige successen achter de rug, bijvoorbeeld met je gezelschap De Komedianten, waarin ook Johan Kaart, een van jouw leermeesters, een rol speelde. Televisie was voor jou een uitkomst. Radio en dan met name de Hoorspelkern, waarin je ook met Piet Ekel (de latere 'Malle Pietje') speelde, vond je maar niks, getuige dit citaat van jou: 'Je staat urenlang tegen een dorre paal aan te lullen'. Wel speelde je met veel plezier in de radioshows 'De Bonte Dinsdagavondtrein, met onder meer Rudy Carrell, Willy Alberti, Willy Walden en Piet Muijselaar.

Een wel heel belangrijk moment in je leven was de uitnodiging van de grote Wim Sonneveld om in zijn show te komen spelen. Het was 1953, je verliet het toneel voor het cabaret en stond avond aan avond voor volle zalen. Dat je in deze vijf jaren van samenwerking met Sonneveld verliefd werd op Conny Stuart en ook nog met haar in het huwelijk trad, was voor je relatie met de grote baas niet zo handig, hè? Want Wim was dan wel homo, maar beschouwde Conny toch min of meer als zijn bezit. Je huwelijk met Conny duurde maar drie jaar en de samenwerking met Wim uiteindelijk vijf jaar. Qua huwelijksgeschiedenis stond de teller op twee: Greetje (vier jaar) en Conny (drie jaar). Privé ging je een leven lang regelmatig door diepe dalen: altijd geldproblemen, altijd schulden, altijd weer gedoe thuis. Want de huwelijkstrouw was niet op jouw lijf geschreven, mag ik dat zeggen? Er volgden nog huwelijk nummer 3 (Liz) en 4 (Esther). Deze Esther, 32 jaar jonger dan jij, bleef tot het einde bij je.

Klopt het dat je cabaretervaringen bij Wim Sonneveld je de richting hebben gewezen naar de populaire kluchten? Je bleef voor volle zalen spelen, bijvoorbeeld met 'Drie is te veel', onder regie van Jan Blaaser. Je speelde de hoofdrol in dit populaire stuk voor het eerst in 1961 (De Kleine Komedie) en voor het laatst in 1988. Deze laatste opvoering was twee jaar nadat je, met Hans Boskamp onderweg naar het theater in Drachten, een hartaanval kreeg. Een eerste waarschuwing, zo rond je 65e verjaardag. Zelf ken ik 'Drie is te veel' overigens van de televisie, want er was een tijd dat de televisie registraties van toneelvoorstellingen liet zien. Het stuk is als de klucht der kluchten in mijn geheugen blijven hangen. Natuurlijk kreeg je de voorspelbare kritiek uit de hoek van het serieuze toneel - 'gemakkelijk amusement' - maar daar heb je hopelijk niet te veel last van gehad. Wie, zoals jij, de lach aan zijn kont heeft hangen, moet zijn tijd niet verdoen met Shakespeare. Of bang zijn dat je hart het nog een keer laat afweten.

In mijn herinnering kwam Swiebertje elke week op de tv. Maar de feiten zeggen wat anders. Eerst was er een losstaand tv-spel, in 1955. Vanaf 1961 werd Swiebertje een serie van (maar) acht afleveringen per jaar. En zo kwamen er veertien series, elk jaar een nieuwe. John uit den Bogaard schreef het script, de rolbezetting wisselde, behalve die van de zwerver Swiebertje zelf. De voor mij bekendste cast was: Lou Geels als Bromsnor, met wie Swiebertje voortdurend in de clinch lag, Riek Schagen als Saartje, met wie de zwerver een 'kopjen koffie' dronk, Rien van Nunen als de burgemeester en Piet Ekel als Malle Pietje. Het programma werd aanvankelijk live uitgezonden vanuit studio Bussum. In 2002 werd Swiebertje verkozen als het beste televisieprogramma van de afgelopen vijftig jaar. De kijkers van toen kunnen het openingsliedje, gezongen door kinderkoor de Damrakkertjes, vandaag de dag nog meezingen: Daar komt Swiebertje, rare Swiebertje, onze Swieber met z'n ingedeukte hoed....Veel buitenopnamen werden gemaakt in Oudewater. Vandaar dat het borstbeeld van Swiebertje daar een prominente plek heeft gekregen.

Mij heb je, toen ik 22 was, het allergrootste plezier bezorgd met het stuk Dinner for one (Miss Sofie's verjaardag), een eenakter van 20 minuten van de Britse schrijver Lauri Wylie, die we in Nederland ook kende in de Britse versie. Voor Sophie moest je als butler, met steeds meer drank op, ook haar vier (overleden) gasten spelen. Het was komedie van de bovenste plank en is nog altijd te zien op YouTube.

Joop Doderer 1921-2005

Beeldhouwer: Cees Vriesekoop

Woerden, Nieuwerbrug aan de Rijn, Bodegraven, Reeuwijkse Plassen, Hekendorp, Oudewater, Woerden. KP 70, 28, 26, 67, 31, 33, 94, 19, 18, 20, 49, 48, 47, 50, 37, 23, 14, 92, 93, 94, 69, 13, 70

Het startpunt is in Woerden. Knooppunt 70 is dichtbij het station en. bovendien in een omgeving waar je goed en gratis kunt parkeren. De route gaat vrijwel volledig langs water, te beginnen met de Oude Rijn. Bij knooppunt 67 in Woerden moet je rechtdoor, naar de Rijndijk (KP 31 is op dit kruispunt niet aangegeven, verderop wel). De tocht laat het Hollandse Groene Hart op zijn allermooist zien. In Oudewater ga je bij KP93 naar rechts, een stukje van de route af, door het gezellige centrum naar het Stadhuis/de Visbrug. Tegenover het stadhuis zie je het beeld van Swiebertje.

De tocht is 46 km


4. Baarn, Willem II

Majesteit,

Precies één kilometer, in één rechte lijn vanaf uw zomerverblijf, Paleis Soestdijk, staat de Naald, de obelisk, waarmee wij u nog altijd eren voor de ongekende moed die u als opperbevelhebber van het Nederlandse leger toonde bij de beslissende veldslagen met de Fransen, in het jaar 1815. We waren nog maar twee jaar een koninkrijk, uw vader Willem I zat stevig op de troon en u was een prins van 23 jaar die, zo vermoed ik, 'Over m'n lijk!' heeft geroepen toen Napoleon, net ontsnapt van Elba, met zijn leger oprukte naar de Nederlanden. Bij Brussel (Quatre Bras) gaf u met uw Nederlandse leger de Fransen een eerste lesje in nederigheid. Waarna u een eindje verderop, samen met de Engelsen onder leiding van Wellington, de genadeslag uitdeelde. 'Waterloo' is ook vandaag de dag nog dé metafoor voor een roemloze nederlaag.

Maar ik vertel u weinig nieuws, want de Naald staat er al vanaf 1820, dus u heeft zelf ook wel gezien dat uw volledige naam op het embleem staat: Willem Frederik George Lodewijk van Oranje Nassau. U kon de Naald bovendien zien vanuit het paleis dat u als dank voor uw heldenmoed cadeau kreeg. Het was wel een opknappertje, hè? Met uw echtgenote Anna Paulowna - van zo'n naam zouden artiesten vandaag een liedje maken - heeft u het pand tot een prachtig zomerpaleis omgetoverd. Koningin Juliana, drie generaties na u, ging er zelfs permanent wonen met haar gezin.

De Oranjedynastie is nog altijd actief. Na uw vader, die van geen ophouden wist, bent u zelf helaas maar negen jaar koning geweest. U zult wel ongeduldig zijn geweest, want uw vader was niet bepaald uw idool, toch? Uw onderlinge verhouding was misschien ook wel verstoord door uw populariteit als oorlogsheld. Daar had uw vader niet van terug. U was al 48 toen u gekroond werd en ging vervolgens gewoon te vroeg dood. Waarna uw geliefde zoon Alexander als Willem III de troon besteeg. Maar na hem, moet u weten, was het voorbij met de Willems. De vrouwen kwamen aan de macht: Wilhelmina ( moeder Emma was tijdelijk regentes), Juliana en Beatrix. Beatrix kreeg zonen. Voor de naam van de kroonprins, nu koning, is flink geshopt in het verleden: Willem-Alexander Claus George Ferdinand. Maar Willem IV is hij niet geworden.

De Willems van vroeger waren machthebbers, maar die macht is gaandeweg aan banden gelegd. Koning Willem Alexander is een fijne vent en geliefd, maar zijn politieke speelruimte is nul komma nul.

Misschien heeft u wel aangevoeld dat het deze kant zou opgaan toen u aanvankelijk niet zo toeschietelijk was jegens het groeiende koor van invloedrijke landgenoten die uw koninklijke macht aan banden wilden leggen ten gunste van democratie. Er gaan verhalen dat u, de moedige militair, nerveus werd van allerlei revolutionair geweld in Europa. Om vervolgens dan toch in te stemmen met de plannen voor de nieuwe Grondwet van Thorbecke. Vandaag de dag hechten we overigens meer geloof aan het verhaal dat u simpelweg werd gechanteerd met uw biseksualiteit. Wat moet u vaak eenzaam zijn geweest. Eenzaam aan de top. Maar vooral eenzaam, omdat u niet kon zijn wie u was. Vandaag, ruim 150 jaar later, is homoseksualiteit op papier geaccepteerd. Maar homo's worden nog altijd uitgescholden. Onze infrastructuur heeft zich spectaculair ontwikkeld, maar onze beschaving gaat met  twee stappen vooruit, maar soms ook eentje terug.

De erfenis van uw vader zouden we tegenwoordig bij wijze van understatement een uitdaging noemen. De eenwording met België was op dramatische wijze mislukt, dankzij een allesbepalende bijdrage van uw halsstarrige vader. De economie lag bovendien ook nog op zijn gat.

Bij uw dood kreeg u een goede pers. De nieuwe Grondwet (1848) was van kracht en de economie groeide weer. De oorlogsheld bleek ook een goed bestuurder, daar mag u trots op zijn. Op het Haagse Buitenhof bent u vereeuwigd op uw paard. In uw geliefde Tilburg staat u fier op De Heuvel, het centrale plein. Het is de stad waar u zich in alle rust kon terugtrekken. En waar u de fatale hartaanval kreeg. Eén van de betere voetbalteams in Nederland komt uit Tilburg. Ze spelen onder uw naam: Willem II.

Het monument in Baarn vereeuwigt het onmiskenbare hoogtepunt van uw leven. Paleis Soestdijk is overigens geen koninklijk eigendom meer. Na de dood van Juliana en Bernhard bleek het Oranjehuis niet erg te hechten aan 'uw' paleis. Een commercieel bedrijf nam het paleis met de tuinen over en organiseert er nu onder de naam 'Royal Park Live' concerten. Het zegt u niks, maar de geboekte artiesten hebben een roem waar geen koning of keizer nog aan kan tippen. Het zijn koningen van de popmuziek die er optreden: Sting, Bryan Ferry, De Dijk, Bløf, Anouk, Van Morrison, Racoon...

Koning Willem II, 1792 - 1849

De Naald is ontworpen door architect Abraham van der Hart

Amersfoort, Soest, Baarn, Soestdijk, Lage Vuursche, Soest (Soesterduinen). Amersfoort. KP 99, 83, 87, 71, 67, 65, 64, 63, 90, 82,, 97, 62, 26, 61, 57, 58, 59, 60, 99.

De tocht start in Amersfoort bij knooppunt 99 en gaat daarna richting 83. Om bij knooppunt 99 te komen ga je met je rug naar de hoofdingang van Centraal Station Amersfoort linksaf en na ruim 200 meter bij een stoplicht weer links. Je komt dan op het Smallepad en gaat rechtsaf naar knooppunt 99. In totaal ongeveer 3 minuten fietsen.

Al snel hierna fiets je langs de Eem naar het achterland van Soest. Dichtbij knooppunt 65 passeer je De Naald. Via Paleis Soestdijk, Lage Vuursche en de Soesterduinen kom je terug in Amersfoort.

De route is ruim 38 km.


5. Haarlem, Godfried Bomans

Beste Godfried Bomans,

In de Stadstuin van de Morinnesteeg, in de schaduw van de Bavokerk, vlakbij het huis waar je opgroeide, voel ik ook zo'n 50 jaar na je dood nog het gemis. Jouw standbeeldje in dit hoekje van Haarlem - je zit rustig te lezen - illustreert de twijfel van de beeldhouwer. Want wat was je eigenlijk niet allemaal in die 58 jaren dat je leefde? Schrijver natuurlijk. Want zonder schrijven kon je niet. Het 'klopt op de deur', zei je. Maar bij de grote jongens van de literatuur hebben ze je nooit een plekje gegeven. Mulisch is intussen ook dood, moet je weten. Hij staat verderop, op de Grote Markt. Hij wel. De humorist, want zo werd je genoemd, staat lager op de maatschappelijke ladder dan de literator. Gek eigenlijk. Je hebt nog meegemaakt dat de teller op 2,2 miljoen kwam. Verkochte boeken. Met Erik, het kleine insectenboek als bestseller. Ook zeven jaar na je dood behoorde je nog tot de best gelezen auteurs onder de jeugd. Er was in 1971 nog nooit een schrijver gestorven die bij iedereen, van arm tot rijk, bekend was. Niet de Nederlandse elite zwaaide je uit, het geschokte volk deed dat. Hoor je dan niet op het plein van het volk?

Maar eerlijk is eerlijk, Godfried, die populariteit kunnen we niet alleen toeschrijven aan je geschriften. De televisie was je grootste vriend. Zou je vandaag hebben geleefd, dan was je waarschijnlijk de meest gevraagde talkshowgast geweest. Want de mensen vielen massaal voor je geestige kruistocht tegen gewichtigdoenerij. In de strip Pa Pinkelman, je memoires van de zelf verzonnen minister Pieter Bas, maar ook in je talloze bijdragen op radio en televisie nam je het gezag met zichtbaar genoegen op de korrel. Het publiek lustte er wel pap van en viel als een blok voor de man die altijd wat gebogen naar binnen kwam sloffen, in een kreukelig pak en die, eenmaal gezeten, regelmatig met een hand door zijn rommelige haar harkte. Ik neem aan dat je dit imago zorgvuldig koesterde. 'De lichte wanorde waarin hij verkeerde, scheen integendeel met ernst en zorg in stand gehouden', noteerde je in Pieter Bas.

Over wie of wat jij was is ook na jouw dood nog veel geschreven. Over de angst die je had voor jouw vader en vooral ook voor de God van jouw streng katholieke opvoeding. Je zocht naar de milde en menselijke God. Een soort Sinterklaas. Was je daarom zo graag zelf Sinterklaas? Zodat je ook God van zijn dikdoenerij kon verlossen? Want je gedroeg je met die mijter op je hoofd soms als God. Weet je nog dat je bij je bezoek aan een school de kinderen een dag vrijaf hebt gegeven? Wat zal je genoten hebben van de verbijstering bij de autoriteiten.

Je mocht ook bij Mies Bouwman in de stoel. Uiteraard, iedereen wilde jou in zijn show. Wat is humor? vroeg ze. Jouw antwoord: Als je nochtans, in weerwil van alles, ondanks alles lacht. Je had het ook weleens korter gezegd: Humor is overwonnen droefheid. Wat die droefheid bij jou nou precies was, kan ik je helaas niet meer vragen. Kennelijk kreeg zij jou in haar greep wanneer je op jezelf was teruggeworpen. Achter de schrijftafel bijvoorbeeld. Dan vluchtte je het liefst weer zo gauw mogelijk naar een studio, een spreekgestoelte of andere vormen van gezelligheid. Daarom ging je natuurlijk ook bijna dood toen je een week lang helemaal alleen op Rottumerplaat zat, met alleen een kort, dagelijks contact met een radioprogramma. Hier was je zucht naar aandacht misschien wel je grootste vijand geworden. Wat was je somber en radeloos in de gesprekken met radiopresentator Willem Ruis. Dat jij een paar maanden later zomaar ineens doodging, kunnen we nog altijd niet losmaken van dit eenzame avontuur.

Ik drink zo nog even koffie bij Brinkman, in welk grand café jouw kunstenaarssociëteit Teisterbant zich bevond. Daarna door naar Bloemendaal, waar je woonde met je gezin. En waar jouw Erik op een vlinder staat.

Godfried Bomans: 1913 - 1971

Beeldhouwer: Wim Jonker

Haarlem, Overveen, Bloemendaal, Nationaal Park Kennemerland, duinen en zee, Landgoed Elswout, Haarlem. KP 22, 01, 20, 34, 07, 99, 66, 18, 37, 36, 21, 01, 22

De fietstocht begint bij knooppunt 22, dichtbij het station, op de kruising Nieuwe Gracht-Kruisstraat. Om bij het beeld van Bomans te komen: vervolg de Kruissstraat, neem dan linksaf De Smedestraat en vervolgens de 2e links de Morinnesteeg. Daar ligt de Wijngaardtuin en daar zit Bomans.

Het beeld met 'Erik op een vlinder' staat aan de Mollaan in Bloemendaal, tussen de knooppunten 20 en 34. Het is een zijstraat (links) van de Bloemendaalseweg, langs welke weg de route door Bloemendaal leidt. Uitgangspunt is dat de route eerst noordelijk wordt gefietst, dus bij knooppunt 01 richting knooppunt 20.

De route is 30 km.


6. Heiligerlee, Adolf van Nassau

Beste Adolf van Nassau,

Een echt bekende Nederlander ben je niet geworden. Dat héb je met beroemde broers. Ze pakken alle aandacht. Al op zijn 11e kreeg broer Willem het prinsdom Orange in de schoot geworpen. Toen ging hij ineens als Willem van Oranje door het leven. Jij hield het gewoon bij van Nassau. Overigens gebruiken wij, landgenoten uit de 21 eeuw, niet graag de naam Adolf. Want de 20e eeuw heeft jou een naamgenoot bezorgd die de naam voor eeuwen heeft besmet met volkerenmoord en andere verachtelijke wreedheid. Wij zouden vreemd opkijken van een kaartje met daarop het nieuws van de geboorte van een kleine Adolf.

Jouw noodlot heeft je een plaats in ons collectieve geheugen bezorgd. De geschiedenis houdt niet van zachte inslapers. Moord en doodslag beklijven. Was het trouwens broederliefde die je naar het slagveld voerde? Want die eerste slagen met de Spanjaarden waren wel broertjesdingen. Willem zat op het thuishonk als de grote regisseur. Lodewijk, jouw op één na oudste broer, leidde het opstandelingenleger. Dat deed hij samen met jou, de jonge graaf Adolf. Wij kunnen ons dit nauwelijks voorstellen. Tegenwoordig is een beetje leider nauwelijks achter zijn bureau weg te slaan, laat staan dat hij op een paard kruipt om in het verre Groningen op leven en dood te gaan knokken met een oppermachtige vijand. Ik zeg Groningen, want zo heet tegenwoordig het voorheen Friese gebied waarin Heiligerlee ligt. 

Heiligerlee. Of all places. Laat mij om te beginnen dit zeggen: gefeliciteerd, jullie hebben gewonnen. Je hebt tijdens de strijd vast wel gemerkt dat het slimme plan van Lodewijk goed uitpakte. Maar op een of ander manier kwam jij in het kamp van de vijand terecht. Dat is wat de meeste historici beweren. Maar er wordt heel wat af gespeculeerd over het verleden, hoor. Hoe dan ook, je sneuvelde in de strijd. Eervol, daar niet van. Maar wel sneu voor een jongeman van 28. Wij noemen dit tegenwoordig een overwinningsnederlaag. Maar die oorlog met de Spanjaarden duurde hierna nog, schrik niet, tachtig jaar. Hij begon met de overwinning in Heiligerlee. Dat is overigens, onder ons gezegd, wel een beetje doorgestoken kaart. Een land laat een oorlog nou eenmaal niet graag beginnen met een nederlaag. Al eerder in 1568 zijn we bij Oosterweel (bij Antwerpen) door de Spanjaarden in de pan gehakt. Die slag hebben we maar buiten onze tachtigjarige oorlog gehouden. Want ook op papier is een goed begin het halve werk.

Nu sta ik oog in oog met jou. Je zit hier in Heiligerlee levensgroot op een sokkel, stervend in het gezelschap van de Nederlandse maagd en de Nederlandse leeuw. Maar goed dat we symboliek hebben, want het echte slagveldsterven gaat met minder fijn gezelschap gepaard. Er staat trouwens vlakbij jouw beeld een oude populier met een omtrek van 5 meter. Hedendaagse Nederlanders doen een moord voor zo'n plek op de camping. Achter jou begint een beleefroute. Beleven is in. Zelfs een veldslag willen we in retrospectief herbeleven. Probeer het maar niet te begrijpen.

Een paar honderd meter verderop is een klein maar fijn museum. De mensen fietsen graag, vandaag de dag. Je kunt hier in de buurt een mooi tochtje maken. Bijvoorbeeld naar De Blauwe Stad. Dat gebied is ook een overwinningsnederlaag. Het prachtige recreatiegebied kwam er, maar de huizenverkoop werd een drama. Fietsers vinden dat niet erg.

Winschoten, Heiligerlee, Midwolda, Finsterwolde, Beerta, Blauwestad, Reiderswolde, Winschoten.  KP 94, 93, 04, 13, 57, 10, 12, 14, 19, 18, 15, 56, 74, 95, 94

Startpunt 94 is dichtbij station Winschoten. Fiets vanaf het station in oostelijke richting over de Stationsweg en ga aan het einde linksaf naar de Wilhelminasingel. Knooppunt 94 is op de eerstvolgende rotonde. Kort voor het hiernavolgende knooppunt (93) is het monument voor graaf Adolf. Al eerder in Heiligerlee kom je het kleine, maar fijne museum over de Slag bij Heiligerlee tegen. Voor het overige is het een prachtige, waterrijke, rustgevende route.

De fietstocht is 37 km.


7. De Steeg, Simon Carmiggelt

Beste Simon Carmiggelt,

Ik zal niet de enige zijn die, als jouw naam valt, 'In a sentimental mood'hoort, de zo lekker slepende melodie van Duke Ellington waarmee wij, mijn vader voorop, steevast in de stemming werden gebracht voor jouw Kronkels, in een tijd dat er nog een goed verhaal kon worden verteld op de buis, in dit geval door jou, de man met een groot inlevingsvermogen in het menselijk reilen en zeilen, die over dagelijkse dingen schreef, vaak met scheutjes weemoed of deernis, nooit als een betweter, eerder als een tragikomische sukkel en dit alles in weergaloos, verrassend, beeldrijk Nederlands.

Wat ik opvallend vind is dat de Haagse jongeman die je was al snel twee dingen heel goed wist: je wilde journalist worden, maar, en dat is nogal bijzonder voor journalisten, het 'grote' nieuws was niks voor jou. Al voor de oorlog schreef je in Vooruit! (de Haagse editie van Het Volk) de rubriek 'Kleinigheden'. Daarmee was je meteen op de plek waar je wilde zijn, een plek die later een andere naam kreeg - Kronkel - en die je nooit meer verliet. Al moest je de journalistiek in de oorlog wel tijdelijk verlaten. Op geen enkele manier wilden jij en je broer Jan, opgevoed door overtuigde socialistische en anti-fascistische ouders, voor kranten werken die onder Duitse invloed waren gebracht. Integendeel, je kwam bij de verzetskrant Het Parool en nam zelfs de leiding over toen Wim van Norden was opgepakt. Ook na de oorlog bleef je lange tijd de drijvende kracht achter het Parool. Je schreef er bovendien film- en toneelrecensies, maar vooral je Kronkels.

Nog in Den Haag, in je stamcafé De Posthoorn, viel je voor Tiny. Ze is met jou vereeuwigd op het bankje in het plaatsje De Steeg , waar jullie vaak waren, ook met kinderen en kleinkinderen, even weg uit het drukke Amsterdam, de stad waar jullie in de oorlog terecht kwamen en waar verreweg de meeste Kronkels zich afspeelden. Tiny was je grote liefde, ook toen je, zo rond je 65e verjaardag, tot je eigen verbazing verliefd werd op Renate Rubinstein, schrijfster. Toen dit serieus werd, vertelde je het niet aan Tiny. Je kon haar geen verdriet doen en niet verlaten, na zovele jaren, met zoveel steun, ook in de oorlog. Renate maakte er na een jarenlange relatie een einde aan. Je was er kapot van, heb ik begrepen.

Heb je na al de successen in je leven ooit gedacht dat je je vader graag zijn ongelijk onder zijn neus wilde wrijven? Want jouw oudere broer Jan was goed op school, jij niet. Voor Jan lag er een naoorlogse, politieke loopbaan in het verschiet. Kort nadat hij in Kamp Vught aan een longontsteking overleed - hij was opgepakt omdat hij een Joods meisje in zijn huis verborg - overleed ook jouw vader. Op zijn sterfbed refereerde hij aan de dood van Jan toen hij zei: 'Het is dus allemaal vergeefs geweest'. Dat was nogal kwetsend toch? Het was de bevestiging van wat je al lang voelde: Jan de held, jij de mislukkeling. Vrienden van je hebben na jouw dood gezegd dat je toen veranderde. Je werd minder luchthartig, meer melancholisch.

Het was nogal vaak feest in huize Carmiggelt, toch? Of zo niet thuis, dan wel elders in de stad. De alcohol was je trouwe metgezel. Je rondjes voor het hele gezelschap waren vermaard. Het was dé reden waardoor je nogal eens in geldnood kwam. Maar veel erger was dat niet alleen de belastinginspecteur, maar op zeker moment ook je lijf protesteerde, en niet zo'n beetje ook. Weet je nog wat de internist zei? Hij verzweeg de waarheid, namelijk: je gaat dood als je zo doorgaat. Hij zei iets slimmers: je kunt binnenkort niet meer schrijven. Het kwartje viel. Je nam afslag Jellinek en werd alcoholvrij. Deze drooglegging verhinderde niet dat je nog naar feestjes ging, want je vond wel dat je 'je gezicht moest blijven ronddragen'.

Geen glaasje wijn dus op de feestelijke uitreiking van de P.C. Hooftprijs 1977. Eindelijk ging de prijs naar een schrijver die zo ongeveer elke Nederlander kende. Uit een opiniepeiling in 1973 bleek al eerder dat je de populairste schrijver van Nederland was. Bomans was al dood (1971), Mulisch, Reve en Wolkers hadden het nakijken. Dat je dit had bereikt met 'die stukkies in de krant', zei je niet te begrijpen. Maar dat was valse bescheidenheid toch? Deze paste bij je imago: de schrijver die zich ontfermde over kleine mensen met hun goede bedoelingen en desillusies.

Je laatste Kronkel schreef je in je 37e kronkeljaar, op de dag na je 70e verjaardag, 8 oktober 1983. Je schreef, schrik niet, 8700 Kronkels. Vrijwel elk jaar tussen1940 en1999 verschenen er een of meer boeken of andere uitgaven van jouw hand. Het is allesbehalve vergeefs geweest.

Simon Carmiggelt: 7 oktober 1913 - 30 november 1987

Beeldhouwer: Wim Kuyl.

Arnhem, Velp, Rheden, De Steeg, Rheden, Duiven, Pannerden, Huissen, Arnhem. KP 41, 54, 36, 99, 79, 72, 77, 12, 85, 83, 85, 80, 26, 98, 97, 92, 91, 62, 57, 56, 54, 55, 90, 89, 88, 65, 64, 63, 66, 30, 22, 29, 41

Een tocht langs zeven dorpen en een stad + het mooie rivierlandschap. Simon Carmiggelt en zijn vrouw Tiny zitten op een bankje tegenover het gemeentehuis van Rheden, net nadat je De Steeg bent binnengekomen. Na het bezoek (je kunt het echtpaar even gezelschap houden op een ander bankje) ga je terug naar KP 85 en vervolgt daar de route. De route is 55 km.


8. Zwolle, Thorbecke

Geachte heer Thorbecke,

Bij een aanhef met 'Beste Rudolf' zou u vast acuut stoppen met lezen. De familiale toon was in uw 18e eeuw nog niet in zwang. U was volgens waarnemers zakelijk ingesteld, niet bepaald een sociaal dier, misschien zelfs wel een tikkeltje autistisch. Wat een vreemd woord is voor u. We gebruiken het voor bovenmatige intelligentie en een zekere contactgestoordheid.

Plichtsbesef en zelfbeheersing, ze zijn in uw Zwolse jeugdjaren met ouderlijke liefde tussen uw oren geplant en gingen een leven lang mee. Uw vader, tabaksfabrikant van Duitse afkomst, maakte van Johan Rudolph zijn levensproject. Hoewel onbemiddeld peuterde hij overal geld vandaan om uw talent te laten bloeien. Met uw vaderlijk gesubsidieerde studiereizen naar Duitsland legde u het fundament voor uw wetenschappelijke en politieke loopbaan. De gedisciplineerde student grossierde in bagage, allemaal voor later, voor misschien een wetenschappelijk carrière, want het landsbestuur was nog niet in beeld. Behalve kennis nam u op latere leeftijd (36) nóg wat mee uit Duitsland. In een gloednieuwe koets reed u de 17-jarige Adelheid van Dresden naar Leiden, om met haar te trouwen en zes kinderen te krijgen, waarvan er tot uw beider verdriet maar drie hun ouders overleefden.

Tien jaar later ging het met uw vaders project crescendo. Na een kleine twintig jaar professorale arbeid (Geschiedenis en Rechtsgeleerdheid in Leiden) stapte u de Tweede Kamer binnen en liet er geen gras over groeien. U maakte, met anderen, een concept voor de Grondwetsherziening. De broeierige sfeer in Europa - er was grootschalige armoede en hongersnood - zorgde voor het klimaat waarin alleenheersers, zoals uw koning Willem II en later zijn zoon Willem III, hun macht grotendeels moesten afstaan aan ministers en Tweede Kamer. Willem II zat er aanvankelijk niet echt op te wachten, maar zwichtte. Men zegt: door de revolutionaire sfeer in Europa. Biografen uit onze tijd zeggen ook: hij werd gechanteerd vanwege zijn biseksuele aard. Zijn zoon wilde een aantal jaren later de veranderingen alsnog blokkeren en vertikte het zelfs u nog een hand te geven. Een nogal opvliegend type, die derde Willem. Het klopt toch dat hij ooit een wetsontwerp voor uw ogen doormidden scheurde? En dat u toen een tweede exemplaar uit uw binnenzak haalde en zei: 'Hier had ik op gerekend'? U was toen intussen minister en leidde uw eerste kabinet (vanaf 1849). Grappig trouwens dat u als eerste het Torentje aan het Binnenhof opeiste als werkplek. Ze zitten er nog steeds hoor, de minister-presidenten!

We leven, ruim 170 jaar later, nog altijd onder uw Grondwet. De hoofdlijn staat nog als een huis, in elk geval op papier: de scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, de ministeriële verantwoordelijkheid (onze Koning heeft in politiek opzicht niks meer te vertellen), de grondrechten als de vrijheid van meningsuiting en een door verkiezingen gelegitimeerde Tweede Kamer. U bent onomstreden de grondlegger van onze parlementaire democratie. Al zou u zich vandaag groen en geel ergeren aan de vele politici die de kiezers naar de mond praten. Want dat paste absoluut niet in uw opvattingen van democratie. Kandidaten voor de Tweede Kamer - tegenwoordig hebben we politieke partijen - moesten volgens u vooral geen programma hebben en geen beloftes doen aan kiezers. U wilde zuivere, politieke keuzes. Het draaide om het algemene belang, om argumenten en principes, niet om sympathie en medeleven. Recht en kennis dienden voorrang te hebben. Uw bestuurlijke en onwankelbare houding maakte u eerder een vertrouwenwekkende veldheer dan een knuffelpoliticus. Critici in latere tijden benadrukken dat u veel minder democraat was dan wat de beeldvorming en uw Grondwet suggereert. Nu was er in uw tijd nog censuskiesrecht. Ook na 1848, toen uw Grondwet van kracht werd, mocht er nog altijd maar 10,8% van de mannen van 23 jaar en ouder stemmen.

U leidde drie kabinetten, maakte, als een echte liberaal, een einde aan de standenstaat en zorgde voor gelijkberechtiging van katholieken. U oogstte heel wat storm. Maar zelfs doodsbedreigingen liet u van zich afglijden. En als ik mag raden liet u zich ook niet van de wijs brengen door de 107 grafschriften die Multatuli voor u schreef. Hij was geen fan, hij noemde u een 'uitgedroogde wettenfabrikant'. Het zal u nauwelijks geraakt hebben. U was een man van staat. U diende geen deelbelangen. Uw politieke opvolgers zou u met weerzin hebben waargenomen. Na u kwam de tijd van de volksleiders, de voorgangers van emancipatiebewegingen, zoals Abraham Kuyper, 'de klokkenist van de kleine luyden', Domela Nieuwenhuis, 'de apostel der arbeiders' en Schaepman voor het katholieke volksdeel. Uw algemeen belang werd het product van strijdende deelbelangen.

Johan Rudolf Thorbecke, 1798 - 1872

Beeldhouwer: Hans Bayens

Zwolle, Genne, Zwartsluis, Genemuiden, Hasselt, Zwolle. KP 65, 66, 48, 49, 47, (67), 69, 68, 60, 31, 33, 39, 30, 93, 83, 27, 37, 62, 63, 64, 65

De tocht gaat door de regio IJsseldelta. De IJssel zelf stroomt onder Zwolle langs en kom je dus niet tegen. Wel de Overijsselse Vecht en het Zwartewater. Het Standbeeld van Thorbecke staat aan de centrumkant van het station, maar is vanwege bouwwerkzaamheden (2020) tijdelijk verplaatst naar de achterkant, naar het Lübeckplein. Je start de tocht door aan de centrumkant van het station de Stationsweg te nemen. Je komt dan al gauw KP65 tegen. Bij knooppunt 47 moet je weten of je de pont (KP67) kunt of wilt nemen. Zo niet, dan ga je van KP 47 naar KP 69.

9. Wageningen, Gerrit Achterberg

Beste Gerrit Achterberg,

Ik heb je in jouw gedichten ontmoet, maar was ook dichtbij toen ik met mijn muziekgroep repeteerde in het huis op de plek waar voordien jouw laatste woning stond, Molenhoekje in Leusden. Je 'gekwelde leven', zoals vriend en dichter Ed Hoornik het samenvatte, was toen bijna voorbij. Het begon twintig kilometer zuidelijker, in Langbroek, waar je opgroeide in de Oranjerie van Kasteel Sandenburg. Je vader was koetsier van de graaf. We zijn dan ruim 100 jaar terug in de tijd, begin 20e eeuw. Je omgeving was zwaar calvinistisch en je sloeg ongemerkt de tale Kanaäns op die we later in je gedichten terugvonden. De gebeeldhouwde, witte vrouw in de Oranjerie, die zo'n indruk op je maakte, zat misschien in je hoofd wanneer je een versteende vrouw opvoerde in je gedichten. Want de geliefde, de dóde geliefde speelde de hoofdrol in jouw leven, in jouw gedichten. Al was het maar, omdat je een geliefde vrouw het leven benam.

Maar laten we het daar nog even niet over hebben. Er wordt gespeculeerd dat je in je jeugd neurologische schade opliep toen je in het huis van de graaf van de trap viel. We weten het niet zeker. Je was stil en somber, teruggetrokken, maar kon als leraar op de lagere school ook lief zijn, al waren ze op de school in Opheusden - je eerste baan - meer onder de indruk van je driftbuien. Want die bleken niet ongevaarlijk. Toen jouw eerste liefje, de 16-jarige Cathrien uit Wageningen, een keertje niet kwam opdagen, meende jij, met een pistool op zak, op het dak van haar ouderlijke woning te moeten klimmen, naar Cathrien's slaapkamer. Je kwam er met een een kalmerende tik van Cathrien's vader en een blauw oog goed vanaf. Al had je liever een tijdje de bak in gegaan dan Cathrien verloren, toch? Je gedrag bracht je in een isolement. Wat denk je? Kunnen we achteraf stellen dat dit de periode was waarin je maatschappelijk gezien afgleed, maar tegelijkertijd de poëzie ontdekte? Want je volgende baan in Den Haag mislukte en een voorgenomen huwelijk werd door je beoogde bruid, Bep, afgeblazen vanwege je, ook seksuele, driften. Je onvermogen vrouwen aan je te binden botste met het verlangen naar binding. In je wanhoop deed je ook een mislukte poging Bep met een bij een prostituée gekochte revolver te belagen. Dit keer niet zonder gevolg. Je moest naar de Willem Arntz Hoeve voor psychiatrische hulp. Daar vluchtte je in de poëzie, de vlucht die je onsterfelijk maakte. Maar even zo vrolijk lieten de autoriteiten je ook weer gaan. In het onderwijs waren de deuren dicht, dus rond je 30e moest je genoegen nemen met 'ambtenaar 3e klas'. Je toenmalige kosthuis aan de Utrechtse Boomstraat is beroemd geworden, dat begrijp je. Want daar vroeg jij jouw hospita om de hand van haar 16-jarige dochter. Of was je misschien ook wel verliefd op de hospita? We weten het niet. De hospita wees jou af. Jij kocht weer een pistool, doodde de hospita en verwondde de vluchtende dochter.

Je geliefde, literaire thema, de liefde en de dood, waren op deze 15e december 1937 werkelijkheid geworden. Je biografen stellen dat deze daad je van je gespletenheid af hielp. De geliefde was dood, je kon je nu aan het dichterschap wijden, eerst in de gevangenis en na een half jaar in het Rijksinstituut voor psychopaten, om te beginnen in Avereest. Het eindigde vele jaren later met wat we tegenwoordig 'begeleid wonen' noemen. In deze laatste fase dook Cathrien weer op. Dat was een verrassing toch? Je zag haar weer terug in een Wageningse boekhandel. Dat je op je 40e toch nog met je jeugdliefde ging trouwen, moet toch het hoogtepunt van je leven zijn geweest. Vooral omdat je dichterschap intussen tot zo'n grote hoogte was gestegen dat hotshots uit de literaire wereld van de partij waren op je trouwfeest de 26e juni 1945: Bert Bakker, Ed Hoornik, Martinus Nijhof en nog vele anderen. Harry Mulisch zette jouw Verzameld werk in zijn top 10-lijst met beste boeken. Geleidelijk aan keerde je terug in de maatschappij, al had je veel drank nodig om het vol te houden. In 1950 ontving je de P.C. Hooft Prijs. De jury zei: 'Poëzie van Achterberg is een evenwichtstoestand tussen huiveringwekkende gevoelsontlading en zakelijke formulering'. Fijn dat je tbr-verklaring in 1955 werd ingetrokken en dat je in Leusden, met jouw Cathrien, rust vond, ook al vertrok ze wel eens met twee koffers als je weer dagen weg was om je onder te dompelen in de alcohol. Toen je in 1962 overleed, was heel literair Nederland op je begrafenis. Het gedicht dat je in de gevangenis schreef staat op je graf:

Van dood in dood gegaan, totdat hij stierf

De namen afgelegd die hij verwierf

Behoudens deze steen waarop geschreven:

de dichter van het vers, dat niet bedierf.

Gerrit Achterberg: 1905 - 1962

Beeldhouwer: Willem Berkhemer

Station Ede-Wageningen, Bennekom, Wageningen, Renkum, Ginkelse Heide, Eder Heide, Ede, Station Ede-Wageningen

KP 10, 57, 17, 47, 96, 45, 25, 83, 61, 81, 06, 20, 02, 08, 07, 82, 84, 64, 63, 83, 62, 61, 26, 90

Bij Station Ede-Wageningen neem je de zuidelijke uitgang. Je rijdt via Bennekom naar Wageningen. Tussen KP45 en KP25 ga je even van de route af. Via de Walstraat (links van de route) ben je in enkele minuten in het Emmapark, waar het beeld van Achterberg staat. Daarna terug naar de route. Je komt langs de Wageningse berg. Het tweede deel van de route is bijna volledig groen, met de Ginkelse heide als hoogtepunt.